maandag 25 juni 2012

Woon je nou?

"Hé, hallo met mij, kom effe een bakkie halen en je nieuwe woning bezichtigen, komt 't uit?"
– Ja joh, prima, altijd welkom, weet je toch? –

"Je woont op de Nieuwmarkt 30 hè? Is dat bij de Martinushof, tegenover de dokter?"
– Nee, ik woon achter het St. Anthony Gasthuis, tegenover de HEMA. –

"Ooooh, je woont op de Appelmarkt, niet op de Nieuwmarkt?!"
– Nee, op de Nieuwmarkt, achter het St. Anthony Gasthuis, tegenover de achter uitgang van de HEMA –
Nieuwmarkt 30 (deur rechts), Bolsward
"Dus op de oude Koemarkt?"
– Ja, dat klopt. –

"Huur je een appartementje in het St. Anthony Gasthuis? Da 's wel krap wonen, toch?"
– Nee, we hebben een tuinkamerwoning, áchter het St. Anthony Gasthuis, aan het hofje.... –

"Ooooooooooh, op het Klein Gasthuis?"
– Nee, want dan zou ik dat wel als adres opgeven, we wonen op de Nieuwmarkt 30, achter het St. Anthony Gasthuis, op het hofje dat uitkijkt op de Skilwyk, zeg maar tegenover de tandarts... –
St. Anthony Gasthuis, hoek Skilwyk/Nieuwmarkt

"Ja, maar dat is toch het Klein Gasthuis?"
– Weer fout, het Klein Gasthuis is onder het poortje door op de kruising Skilwyk/Laag Bolwerk/Gysbert Japicxlaan, wij wonen gewoon rechts daarvan, aan die binnentuin die uitkijkt op die tandkliniek en de vroegere videotheek, naast het Meniste Skil, er staat in die tuin een enorme roodbeuk, die er nu schitterend bij staat. –
Tuin achter St. Anthony Gasthuis met roodbeuk en woningen (achtergrond).

Poortje naar Klein Gasthuis, rechts roodbeuk.


"Ik snap er geen ruk van, heet dat niet Werkmansbloei?"
– Nee man, voor slimmeriken als jij hebben ze de TomTom uitgevonden denk'?! De Werkmansbloei is bij de St. Jansbrug, richting begraafplaats. Wij zitten een brug verder bij Plein 1455 én daar de stad in, de Skilwyk op, de eerste straat links op de Skilwyk is de Nieuwmarkt en op de hoek daarvan zie je een hek, dat loopt tot een groot gebouw uit het jaar Kruik met een barokke gevel, oftewel het St. Anthony Gasthuis met achter het hek een prachtige tuin met 4 voormalige bagijnen-woninkjes en in zo'n woninkje woon ik, om precies te zijn, het eerste woninkje achter het hoofdgebouw. God, wat word ik moe van je....... –
Achtergevel St. Anthony Gasthuis met binnentuin.

"Nou zeg, ik vraag het toch netjes? Maar het  begint te dagen. Kan ik via de Nieuwmarkt daar komen?"
– Ha eindelijk, een constructieve vraag, ik geloof dat ik weer van je ga houden...., dat klopt, die grote eiken deur met de nummers 26 t/m 36, daar aanbellen, dan gaat de deur open, doorlopen tot de volgende deur, dan sta je op het hofje en dan moet je aanbellen bij de tweede deur, nummer 30 dus. –

"Ok, ik ben de HEMA doorgelopen en steek nu over om bij je aan te bellen........ Hé wat grappig, de deur gaat automatisch open. Zo...... doorlopen, volgende deur....... Verdikke, daar zit geen beweging in, hoe werkt dat?"
– Heere, schenk wijsheid!! Als je goed kijkt zie je op de muur een knop met daarop deur openen, bevinger die eens..... –
Tuinkamerwoninkjes, de achterste rechts is van ons.

Nogmaals ons huisje, frontaal gefotografeerd.


"Hal-loooooo! 't Hield wat, maar ik ben er gekomen, wat woon je hier mooooi!!!"
– Hoi, mag je zeggen ja. Mag ik "Eitje Tik met je doen, met de bolle kant van de pollepel? –

"Hoe bedoel je?...... Au!!!!!!!!



zondag 24 juni 2012

Summer blues

Vanmiddag hielp ik mijn echtvriendin met haar eerste blog. Ze is verstokt, overtuigd en belijdend digibeet. Dat heeft tot gevolg dat ik haar digitale achtervang ben. Schuldbewust kwijt ik mij van mijn taak. Al 27 jaar hou ik hartgrondig van haar en dan doe je dat soort dingen. Digitale achtervang zijn.

Tegelijkertijd realiseer ik, dat mijn eigen blogleven wat kwijnend is, de laatste werd op 29 december vorig jaar gepubliceerd. We gaan er weer wat aan doen, vooral omdat er een interessante periode aangebroken is.

We zijn verhuisd. In eerdere blogs heeft u kunnen lezen, dat het maatschappelijk gezien niet heel erg voor de wind gaat in huize Kamps en dat we eigenlijk de hypotheek niet meer konden opbrengen. Dat heeft er toe geleid, dat er na verloop van tijd een achterstand in de betaling van de hypotheek ontstond en uiteindelijk kregen we begin dit jaar een schrijven, waarin ons werd gemaand om ons huis voor 1 april 2012 te hebben verkocht. Anders werd de hypotheek opgezegd en het huis ter veiling aangeboden door de bank.

In maart kregen we ons huidig onderkomen aangeboden. Een goed netwerk hebben is heel belangrijk deze dagen. Uiteraard veel kleiner dan ons z,g, "eigendom", maar voldoende voor een middelbaar echtpaar met uitgevlogen kinderen.
Oud adres, Broerestraat 5 en 5a, Bolsward 
Nieuw adres, Nieuwmarkt 30, Bolsward

Op 28 april zijn we uiteindelijk verhuisd. Ik heb een bloedhekel aan verhuizen, het schijnt na het verlies van een kind of een echtscheiding, het meest traumatische te zijn wat een mens in zijn leven kan meemaken. Zoals ik al zei, een bloedhekel, dus heb ik het in mijn volwassen leven al zeven keer gedaan.

Maar nu we er eenmaal zitten voelen wij ons toch wel opgelucht en heel tevreden. De foto licht slecht een klein tipje van de sluier op, maar we hebben de mooiste aangelegde tuin van Bolsward voor onze deur en we hoeven er niets aan te doen. De huurprijs is heel bescheiden en daar zijn we ook heel tevreden over.

Op 8 mei kregen we van de Rabobank een brief in de bus en de volgende dag hetzelfde exemplaar, maar dan aangetekend. Dat we ondanks herhaalde waarschuwingen voor de consequenties in gebreke waren gebleven voor wat betreft de achterstand in de betalingen van de hypotheek en dat daarom de hypotheek met onmiddellijke ingang werd opgezegd. Wij dienden voor 22 mei meer het uitstaande hypotheekbedrag en daarbij opgeteld de ontstane achterstand in betalingen over te maken plus een paar nog nader te bepalen pro memorieposten en anders zouden de voorbereidingen worden getroffen voor de veiling van het onderpand, te weten Broerestraat 5 en 5a in Bolsward. Tegen beter weten in keek ik in mijn portemonnee, met daarin 6 zegels van de Poiesz-supermarkt, 2 stuivers, een kassabon van de HEMA en twee winkelwagen-munten. Over de inhoud van de beurs van mijn lief maakte ik mij geen illusies, we gingen dat niet redden voor 22 mei. Ik somberde het een en ander via Facebook diezelfde avond en via mijn broertje kreeg ik een boodschap van gene zijde: "Jan, denk maar aan wat onze oude moeder zou hebben gezegd: 'Ze krabben het maar uit m'n kont'."

't Is nu 24 juni 2012. Sinds de "vriendelijke" brieven van 8 en 9 mei is het akelig stil aan het front voor wat betreft de hypotheekgever (RABO). Ik beloof u plechtig dat ik over de afwikkeling de nodige blogs zal schrijven. Dat kan heel leerzaam zijn, hoe de procedure rond de gedwongen verkoop van een huis zal verlopen. Ik weet het, wij zijn zelf verantwoordelijk voor onze zaken, maar toch heb ik ook niet gevraagd om deze situatie, waarin je praktisch werkloos raakt en door je leeftijd steeds verder van de arbeidsmarkt af komt te staan. Je kennis veroudert en je hebt geen middelen om daar wat aan te veranderen.

Afgelopen week was er een uitzending van "Hollandse Zaken" van de 50+-omroep (gottegot, ik behoor tot de doelgroep) Max over een man die zelfmoord pleegde bij de personeelsingang van de plaatselijke RABO-bank omdat zijn pand ook gedwongen geveild werd. Heel tragisch en heel schokkend, het brengt de crisis wel heel erg dichtbij. Niets voor mij. Ik ben niet suïcidaal en als ik me hier voor de personeelsingang van de plaatselijke RABO-bank van kant maak vinden ze me pas over een paar weken en dat lijkt me niks. Ik sta sowieso al rot op foto's.

donderdag 29 december 2011

De reünie, uitgestelde evualatie van je jeugd.....

Vrijdag 22 jul 2011, 's middags om een uur of half drie. Een echtpaar van middelbare leeftijd kwam het winkeltje van mijn vrouw binnen en de man vroeg haar, of ze de partner van Jan Kamps was. Hij vertelde dat hij een klasgenoot van mij was op de lagere school en de MULO (zo noemden we vroeger de basisschool en een voorganger van de MAVO/HAVO) was geweest. In ieder geval riep mijn gade mij van boven en volgde een hernieuwde kennismaking met Hugo. Nadat ik enigszins van de – prettige – verrassing was bekomen, nodigde ik het stel uit, mee naar boven te komen en volgde een gezellige paar uur waarin wij bij praatten. Het sporadische contact met hem verliep via email, gezien had ik hem sinds de laatste reünie, een jaar of twintig terug, niet meer. Hij liep rond met het idee om een nieuwe reünie van de lagere school te organiseren. 


Een reünie van mensen, geboren in 1953 en 1954, die hun jeugd hadden doorgebracht in Velsen-Noord op de Del Court van Krimpenschool, een lagere school op protestants-christelijke basis, gevestigd in een laat jaren vijftig gebouw op de hoek van het Stratingplantsoen en de Duinvlietstraat. Op de gevel stond vermeld: "Uw Koninkrijk kome...." ter herinnering aan haar voorganger, de Langeveldschool aan de Corverslaan, waar dit fragment uit het "Onze Vader" ook boven de ingang hing. Voor zover ik weet is van de Corverslaan nog een klein stukje van een meter of veertig, vijftig over. De wijk, die wij vroeger het rode dorp noemden, is al lang afgebroken en hoort nu bij het terrein van de papierfabrieken van de Crown van Gelder-groep. Overigens bestaat het gebouw van de Del Court van Krimpenschool nog steeds,  maar dat is nu een school op oecumenische grondslag en die heet nu De Schakel. Eén van onze klasgenoten werkt daar als IB-er en lerarenondersteuner. Het gebouw wordt op termijn gesloopt, voor ons één van de redenen om nog een keer een reünie te organiseren.

Er is al twee keer een reünie met onze jaargang van de lagere school geweest. De eerste was in 1971 en werd behoorlijk druk bezocht. Destijds waren we ongeveer 17 jaar oud en waren we gewoon vrolijke adolescenten. We hebben gezamenlijk gegeten in het bijgebouw van de Nederlands Hervormde kerk aan de Dijckmansstraat in Velsen-Noord en daarna een disco gehouden. Ik herinner me dat we vreselijk hebben gelachen en de hormonen rond gierden, heel normaal, gezien de leeftijd.

In 1991, twintig jaar later, werd er weer een reünie georganiseerd. Dit keer kostte het de organisatoren merkbaar meer moeite om mensen te interesseren voor een reünie. Uiteindelijk kwamen er rond de vijftien klasgenoten opdagen. In aanmerking genomen, dat er volgens mijn berekeningen minstens 48 kinderen destijds in die klas hebben gezeten, was de opkomst dus rond de dertig procent. Ga er van uit, dat een enkeling niet meer in leven was, er mensen in het buitenland woonden, of gewoon niet meer te achterhalen waren (nog geen internet in die tijd), dan viel dat niet eens tegen. Het was een avond in de oude school met een audio-installatie, drank en versnaperingen. De meesten hadden schoolgaande kinderen en waren druk bezig met hun carrière. Er werden herinneringen opgehaald en oude foto's en papier bekeken, waaronder het verslag van de eerste reünie van 1971, opgeschreven in een koortsige, puberale stijl, geforceerd komisch en niet gehinderd door enige interpunctie. Ik schaamde me dood, ik was de auteur. En tot overmaat van ramp werd mij door het schoolhoofd van dienst, inmiddels al een jaar 35 aan de school verbonden, min of meer opgedragen om over deze reünie ook een stukje te schrijven. Dat was ik niet van plan en dat heb ik niet gedaan. Te meer omdat ik betreffende avond niet erg op dreef was en niet goed in mijn vel stak. Waarom? Geen idee, 1991 is ook al twintig jaar geleden, en erg veel rustige tijden heb ik niet gekend in mijn leven. Maar ja, dan heb je tenminste stof tot schrijven. Elk nadeel heb ze voordeel, poneerde een eigentijds filosoof al.

Nu doen een aantal mensen, waaronder ik, weer een poging om het verleden te laten herleven. Doen we best wel goed, Eén keer in de twintig jaar, een prachtige regelmaat. Nu zijn we allemaal achter in de vijftig en ik vraag me af, wat elkaar nu allemaal te vertellen hebben. Misschien moeten we er een thema aan ophangen met activiteiten. Een nog op te richten organisatiecomité moet zich daar maar eens over buigen. Best moeilijk. Net als de vorige keer met een geluidsinstallatie en zoutjes en maar zien waar het op uit draait lijkt mij persoonlijk een te karig programma. Een thema rond evaluatie en reflectie is lastig, het leven loopt nu eenmaal zoals het loopt en iedereen heeft het nodige meegemaakt schat ik zo in. Hoewel zoiets ook relativerend en dus helend kan werken. Als we de organisatie rond krijgen, dan kom ik daar beslist op terug. Tot die tijd, kijken of we weer vijftien tot twintig mensen bij elkaar kunnen krijgen, dat zou mooi zijn.

zaterdag 22 oktober 2011

Hondje lopen

Rond middernacht zet ik de televisie uit en ga mijn vaste rituelen uitvoeren alvorens te gaan slapen. Dat begint met mijn jas aan te trekken en de hondenriem te pakken. De hondenriem doe ik als een sjaal om mijn nek, los. Een kort "Ga je mee Lotje?" is genoeg. Een hoog gejank, gefluit bijna, klinkt kort als instemming en er stormt wat harigs naar beneden en rent zonder dralen door de geopende voordeur de nacht in.

De voordeur uit en je staat midden in het bruisende nachtleven van Bolsward. 't Is fris, en doodstil, aan het einde van de straat in noordwestelijke richting slaat de klok van de Grote of Sint Maartenskerk twaalf keer en het donkere geluid ijlt nog lang na, gevolgd door de lichtere klok van het stadhuis, precies aan het andere eind van de straat. Hoezo, ik woon midden in de stad?

Stadhuis Bolsward
Grote of Sint Maartenskerk Bolsward



 Ik loop door de donkere Kerkstraat heen en sla rechtsaf achter het voormalige Armenhuis het steegje in, zo steek ik rechtdoor via een parkeerplaats door naar de Grote Kampen, een eeuwenoude gracht, zoals er in Bolsward zoveel zijn. Via het bruggetje over de Grote Kampen en een ander steegje tussen de huizen door loop ik dan via een trap de overgebleven restanten van het oude bolwerk op. Lotje weet de weg, ze scharrelt in noordelijke richting over het bolwerk en duikt af en toe naar beneden het bolwerk af om haar behoefte te doen. De gemeente laat er 's zomers vaak schapen grazen om het gras en het riet van de stadsgracht kort te houden en als een schaap daar mag poepen, nou dan mag mijn hond dat ook. Als je vanaf het bolwerk naar de overkant kijkt kijk je over de sportvelden van Bolsward naar de nieuwbouw, een paar honderd meter ten oosten van het oude centrum. De lichtjes van de enige hoogbouwflat van de stad twinkelen zacht in de frisse nacht. Verder naar het oosten wordt je de aanwezigheid van Sneek gewaar, niet dat je wat van die acht kilometer verderop gelegen stad ziet, maar je ziet het aan de lichtere horizon. Wat er van de oude vestingwerken van Bolsward over is, is hooguit tweehonderdvijftig meter lang. Aan het eind er van ligt het plaatselijke tenniscomplex, aan een eendenvijver begrenst door een brug over de stadsgracht richting een jaren zestig en zeventig wijk. Over de brug rijdt een auto van een beveiligingsbedrijf eenzaam door de nacht. Een rustig baantje heeft zo iemand, er gebeurt zelden wat in Bolsward en de winkeldiefstal van een rol drop wordt breed uitgemeten in het Bolswards Nieuwsblad. Als de beveiliger zijn werk goed doet, ziet hij de gestalte van een oudere man die een hond, die Lotje heet, uitlaat.

We keren om: "We gaan weer naar vrouwtje toe", vast ritueel. Of ze er wat van begrijpt weet ik niet, maar de staart gaat in de krul en enthousiast sprint ze een paar meter voor me uit. Vrouwtje ligt overigens al een uur te bed. Ik geniet meestal heel erg van dit laatste rondje van de dag met de hond. Ook wel eens niet, maar dat heeft dan vaak te maken met de weersomstandigheden, maar die neem ik graag op de koop toe. Nu hoor je de stilte zowat, sterren twinkelen koel aan de hemel. Het enige wat je af en toe hoort zijn vrachtauto's op de A7, je hoort of ze vanaf de Afsluitdijk of vanaf Sneek komen. Je hoort hoe zwaar beladen ze zijn aan het gegier van hun versnellingsbak en met het geweld waarmee ze het brugdek van de brug over het Kruiswater passeren. Ik loop dit keer het Bolwerk helemaal af tot aan de Sneker Poort, althans, waar die poort ooit heeft gestaan en sla rechtsaf de stad weer in, na 50 meter sla ik rechts en meteen weer links af de Broerestraat in, waar ik woon en loop langs de gracht naar huis, op de hoek van de Kerkstraat. Geluk zit in kleine dingen.



vrijdag 21 oktober 2011

Spiegel van de maatschappij: Voetbal

Ik weet het, ik weet het. Dit is vast al duizend keer beschreven, door honderden sociologen en ik ben maar een gewone onderknuppel, die in Boerenkoolstronkeradeel woont. En toch wil ik er ook een stukkie over schrijven. Voetbal is een spiegel van de maatschappij en zoals professor Kees Jansma al debiteerde: het is de belangrijkste bijzaak in het leven. Voor een gedeelte van de menschheid dan.


Zo belangrijk, dat bepaalde groepen bereid zijn om gevechten aan te gaan met aanhangers van een andere voetbalvereniging. Ik heb het nu vooral over het betaalde voetbal. Vooral de supporters van Feyenoord, Ajax, Den Haag, AZ en Utrecht zijn berucht. Het grote dieptepunt vind ik zelf nog altijd het incident dat plaatsvond op 23 maart 1997 aan de A9 bij Beverwijk, waarbij een "supporter" van Ajax de dood vond. Rivaliserende hooligans van Feijenoord en Ajax gingen met elkaar op de vuist. Men had elkaar met emails en sms-jes opgejut en "afgesproken" om het uit te gaan knokken op een weiland aan de A9 bij Beverwijk. De nieuwe tijd, zoals u weet, vroeger troffen de relschoppers elkaar bij toeval en in 1997 kwam het internet en de mobiele telefoon voor het eerst op de proppen.

Waarom mensen elkaar aftuigen vanwege een voetbalclub is mij nog altijd niet helemaal duidelijk. Hoe lang is het geleden, dat men gewoon door elkaar stond in de diverse voetbalstadions en je gewoon "jouw" clubje kon toejuichen, zonder dat je buurman, die voor de tegenstanders was, zich daar aan ergerde? Ik heb het als volwassene nog meegemaakt. Goed, nu ben ik al een tijdje ruim 21, maar zo lang is het nog niet geleden. Volgens mij begon het ergens in de jaren 80. Ik herinner me, dat ik met de jongste zoon naar Ajax-Roda JC ging, nog in De Meer. Het uitje was georganiseerd door de jeugdcommissie van de voetbalclub waar zoonlief lid van was. We hadden plaatsen voor de "Gezinstribune", een mooi eindje verwijderd van de F-side, de tribune van de "hard-core fans". Ik geloof dat het toen mis is gegaan, door het verdelen in hokjes en vakken. De broeders in 't kwaad stonden bij elkaar en waren niet onderworpen aan de sociale controle van de grote grijze, zwijgende meerderheid. Als er een groepje schreeuwlelijken tussen een hele tribune vol met normale - what's in a name - supporters staat, kijkt men wel drie keer uit, om rellen te gaan schoppen, dat wordt niet getolereerd door de meerderheid. In ieder geval zag ik op het plein toen voor De Meer, de meute die richting F-side liep en ik kan u vertellen, die mochten niet op m'n zusje passen.

Misschien moet men de zelfde ballotage toepassen voor het bijwonen van een wedstrijd in het betaalde voetbal als bij het solliciteren in het onderwijs. Men moet een bewijs omtrent het gedrag kunnen overdragen. Elk seizoen opnieuw bij de aanschaf van de supporterskaart.

Dan kan het wellicht weer zo zijn als in de jaren zestig en zeventig, toen ik op sportpark Schoonenberg met mijn jongenskaart van 1 gulden 50 hartstochtelijk voor Telstar was, maar ook genoot van het spel van Ajax en dat kon rondvertellen aan wie het maar horen wilde, zonder dat ik het risico liep, dat iemand daarvoor mijn kop er af wilde draaien.

En nu Kamps, in 2011, ben je zeker voor Heerenveen? Want je woont in Bolsward, toch? Nee, want ik ben toch een import-Fries en zal altijd een Hollander blijven. Dus ik volg al meer dan 30 jaar de verrichtingen van AZ met meer dan normale belangstelling en ik kijk ook altijd even op Teletekst, wat mijn oude liefde, Telstar, heeft gedaan. En als would be Fries gaat mijn sympathie eigenlijk meer uit naar Cambuur. Past meer bij mijn bloedgroep.....


donderdag 20 oktober 2011

Grijze duiven in het nauw

Als je tussen 1945 en 1955 in Nederland geboren bent, lees je met afgrijzen het nieuws. Gisteravond, 19 oktober 2011, beweerde Gerard Riemen, hij is waakhond over de pensioenfondsen, bij Pauw en Witteman dat de pas gepensioneerden en de babyboomers de echte slachtoffers zijn van de kredietcrisis. De pensioenfondsen teren in op hun vermogen en op de korte termijn zijn de mensen, die nu van hun pensioen genieten en degenen die de komende 8 jaar, daarvan gebruik hopen te maken daarvan het slachtoffer.

De latere generaties hebben nog altijd hoop, dat ten langen leste het tij keert en zij alsnog voldoende voor hun oude dag kunnen sparen.

Hij 's fijn. Schrijver dezes is, zoals u wel zult weten een babyboomer. Om u niet te lang in onzekerheid te laten, ja.... dit wordt een zeikstukkie.
De babyboomer is vlak na de oorlog geboren, zijn of haar ouders hadden de tijd van hun leven moeten hebben in de jaren 1939 tot en met 1945, maar die beoogde mooiste tijd staat nu bekend als de Tweede Wereldoorlog en toen was Nederland bezet. Zoiets beïnvloedt de eerste jaren van hun nageslacht nadrukkelijk. Je kunt rustig stellen, dat een babyboomer is geboren met een postnataal oorlogssyndroom. Als je pech had, en je ouders hebben oorlogshandelingen van nabij meegemaakt of zijn daarbij zelfs betrokken geweest, dan telt dat nog eens dubbel. Tel daarbij op, dat de tijd na de oorlog ook de tijd was van het therapeutische "niet lullen, maar poetsen". Nader verklaard, van psychische nazorg had nog nooit iemand gehoord. We kunnen rustig stellen, dat die tijd werd gekenmerkt door het collectieve "grote zwijgen". Het was de tijd van de wederopbouw en tot ver in de jaren vijftig waren er goederen "op de bon". Er was woningnood, veel generatiegenoten zullen opa en oma aan de tafel wel herinneren. Pa en ma woonden bij hen in, want een eigen (huur)woning, daar stond je minimaal 7 tot 10 jaar voor op een wachtlijst. En waar veel mensen op een kluitje wonen, waarvan het volwassen gedeelte ook nog eens door de oorlog getraumatiseerd was, wel, daar was de corrigerende "grafklap" gemeengoed. Pas aan het begin van de jaren zestig was men toe aan de collectieve verwerking van de oorlog, met de televisieserie De Bezetting, gepresenteerd door de legendarische Loe de Jong, die aan het eind van dat decennium het eerste deel van zijn levenswerk Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog presenteerde. Kortom, we zijn in een bar karige tijd opgegroeid.

Tijdens de tweede helft van de jaren zestig kwam de ommekeer en kreeg je de studentenrellen in Europa en wat later (hier gebeurt alles later) in Nederland met de bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam, voor meer inspraak voor de studenten. Begin jaren zeventig kwamen de babyboomers op de arbeidsmarkt, zo'n veertig jaar geleden dus. Zij hebben meebetaald aan de VUT, en daar niet van mogen profiteren. Inzichten veranderen in de loop der tijden, nietwaar? Zo zijn er wel meer voorzieningen voor ouderen die langzamerhand zijn weg bezuinigd en waarvan de babyboomers niet zullen profiteren.

Ja maar, die babyboomers hebben toch ook de goede tijden meegemaakt en hebben goudgeld verdiend? Jawel, maar..... en dit geldt zeker voor de laatste tien jaar....., als je van de rijdende trein, die "vaste baan" heet dondert, dan heb je een probleem. Zeker als 50-plusser. Want die moet ook z'n hypotheek betalen en eten kopen. Maar aan het werk komen is een enorm probleem. Werkgevers zitten blijkbaar vol met vooroordelen voor wat betreft de oudere werkzoekenden. Te duur, niet flexibel genoeg, niet gezond genoeg, andere mentaliteit, verouderde diploma's. En als al die argumenten weerlegd worden, wel, dan past de oudere sollicitant toch gewoon niet in het team?
Het andere appeltje voor de dorst, het eigen huis is onverkoopbaar en als er nog hypotheek op zit, dan kun je die vaak vanwege de achteruitgang in inkomen niet meer betalen.

En nu vertelt Gerard Riemen, die de pensioenfondsen controleert, gisteravond bij Pauw en Witteman dat de babyboomer om zekerheid te krijgen over de hoogte van zijn oude dag voorziening, dat hij of zij maar beter langer kan doorwerken.

In de achtergrond klinkt de radio, een heel oud nummer, "Er zit een gat in m'n emmer....." van Dorus, het blijft de hele dag in mijn hoofd zeuren. Het is wel een goede samenvatting van deze blog. Een generatie wordt geslachtofferd om het ene gat met het andere te kunnen vullen.

O ja, daar komt ook het normen en waarden debat weer om de hoek kijken. Vroeger (heb je 'm weer) werden dit soort problemen opgelost door het solidariteitsbeginsel. Maar zo hebben we onze kinderen niet opgevoed, dat is dan wel onze eigen schuld........



woensdag 19 oktober 2011

Drank, voetbal en brommers

Donderdag 28 september 1972. Rob en ik namen een uurtje eerder vrij, we werkten allebei bij de Algemene Bank Nederland NV in Beverwijk en we gingen naar Ajax - Independiente in het Olympisch Stadion te Amsterdam. Ajax kon voor het eerst de "officieuze wereldkampioen" worden. Het was de tijd van het Ajax van Cruyff, Keizer, Neeskens, Rep, Haan, Suurbier, Hulshoff en Blankenburg, coach Vasovic, om een paar legendarische namen te noemen. Om op tijd te zijn en nog wat aan "persoonlijke verzorging" te kunnen doen gingen we wat eerder weg. We namen de trein en de tram. Bij de kiosk op het perron van het NS-station Beverwijk haalden we een paar blikjes bier, om de reis van Beverwijk naar Amsterdam Centraal te overbruggen. In Amsterdam kochten we allebei een heupflesje met sterke drank, ik herinner me niet meer precies wat, vooral om warm te blijven op de tochtige tribunes van het oude Olympisch Stadion, destijds nog met de tweede ring en een capaciteit van meer dan zestigduizend toeschouwers. Toen had je nog staanplaatsen, zodoende konden er meer makke schapen in het hok, veiligheid was toen nog niet zo'n issue.

Het Olympisch Stadion was eigenlijk gebouwd als atletiekstadion, maar sinds mensenheugenis speelde een andere eredivisionist uit Amsterdam er al, DWS. Ajax gebruikte het stadion als thuisbasis bij belangrijke internationale wedstrijden en de jaarlijkse confrontatie met Feijenoord. Toen al een klassieker. Dit had natuurlijk alles te maken met de capaciteit, of eigenlijk het gebrek aan capaciteit van hun eigenlijke stadion, De Meer.

Zo rond half acht waren we op het Stadionplein beland en scoorden we nog even wat blikjes bier bij een verkoper en maakten aanstalten om onze plekken op de tribune op te zoeken, we hadden zitplaatsen.
Op die leeftijd ben je niet zo "kranterig" en volg je de berichtgeving niet zo heel fanatiek. Tot onze verbazing werden we bij de ingang aangehouden en werd er op onze tassen met bier gewezen. Die kwamen er niet in. Een paar weken ervoor was er tijdens een voetbalwedstrijd een blikje bier op het hoofd van een grensrechter terecht gekomen, voor die tijd wereldnieuws en duizend keer herhaald tijdens NTS-Sport (opvolger van Sport in Beeld, voorloper van Studio Sport met dank aan @fzwaan). En dat waren we even vergeten.......
Weggooien is zonde, dus dronken we met een rotgang acht blikjes bier op en gingen alsnog het stadion binnen. Uiteraard vergaten we te melden aan de goedwillende suppoost, dat we ook nog allebei een heupflesje met sterker spul in onze binnenzak hadden. En aan fouilleren deden ze toen nog niet. Rivaliserende supporters sloegen elkaar pas jaren later bont en blauw, het was in die jaren doodnormaal dat je allemaal door elkaar stond. Overigens kwam Independiente uit Buenos Aires (Argentinië), dat was toen nog een eind weg en veel Argentijnen zullen er niet op de tribunes zijn geweest.

De wedstrijd kort samengevat: Johan Neeskens scoorde in de eerste helft 1 - 0 en Johnny Rep maakte in de tweede helft nog eens twee doelpunten. Koningin Juliana reikte de Supercup uit aan Piet Keizer en het feest kon beginnen. De inhoud van de twee heupflesjes heeft het einde van de wedstrijd niet gehaald, maar dat had u vast al geraden.

Hossend in de tram, (wel eens meegemaakt dat zo'n ding letterlijk huppelend over de rails ging? Ik wel, die avond) reisden we naar het centrum waar we op de Nieuwedijk nog wat biertjes achterover sloegen in het café van Tante Leen, voordat we de trein naar Beverwijk terug namen.

In Beverwijk aangekomen, moesten wij nog naar Velsen-Noord en mijn brommer (een opgevoerde rode Kreidler Florett met verchroomde tank en valbeugels, uiteraard met heel hoog stuur) stond in de NS-fietsenstalling. Rob bij mij achterop en we scheurden over de Stationsweg naar Velsen-Noord.
Bij de overweg, waar de Stationsweg zich splitst in de Velser Traverse en de Wijkerstraatweg ging het fout. Ik dook rechts de Wijkerstraatweg op met zo'n 70, 80 kilometer per uur en Rob hing niet mee, maar tegen, dus 't kreng reed rechtdoor en werd gelanceerd op de verkeersheuvel aan het begin van de Wijkerstraatweg.

Drank heeft ook zo z'n voordelen, dus we stonden op, lachten ons rot omdat we allebei nog maar één pijp aan onze broek hadden vanwege de klap. We schopten het stuur recht van de Kreidler, stapten op en reden naar huis.

De volgende dag had ik zo'n veertig minuten nodig om mijn bed uit te komen, alles deed me pijn. Maar ik ben nog van de generatie van: "Wie 's nachts vist, moet overdag z'n netten drogen", dus ik ging gewoon naar m'n werk. Rob niet. Die had veertig minuten nodig om zich om te draaien. Is door z'n moeder naar het ziekenhuis gebracht, had allerlei knie- en kruisbanden gescheurd en heeft een half jaar met krukken gelopen. En daarom weet ik die datum nog zo goed. Donderdag 28 september 1972. Overigens ook de datum dat Gwyneth Paltrow werd geboren.

Nu moet ik even aan de anti-depressiva, want bovenstaande zin doet me herinneren aan het feit, dat ik niet meer zo jong ben als ik zou willen.