Posts tonen met het label Mens en relaties. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mens en relaties. Alle posts tonen

zaterdag 22 oktober 2011

Hondje lopen

Rond middernacht zet ik de televisie uit en ga mijn vaste rituelen uitvoeren alvorens te gaan slapen. Dat begint met mijn jas aan te trekken en de hondenriem te pakken. De hondenriem doe ik als een sjaal om mijn nek, los. Een kort "Ga je mee Lotje?" is genoeg. Een hoog gejank, gefluit bijna, klinkt kort als instemming en er stormt wat harigs naar beneden en rent zonder dralen door de geopende voordeur de nacht in.

De voordeur uit en je staat midden in het bruisende nachtleven van Bolsward. 't Is fris, en doodstil, aan het einde van de straat in noordwestelijke richting slaat de klok van de Grote of Sint Maartenskerk twaalf keer en het donkere geluid ijlt nog lang na, gevolgd door de lichtere klok van het stadhuis, precies aan het andere eind van de straat. Hoezo, ik woon midden in de stad?

Stadhuis Bolsward
Grote of Sint Maartenskerk Bolsward



 Ik loop door de donkere Kerkstraat heen en sla rechtsaf achter het voormalige Armenhuis het steegje in, zo steek ik rechtdoor via een parkeerplaats door naar de Grote Kampen, een eeuwenoude gracht, zoals er in Bolsward zoveel zijn. Via het bruggetje over de Grote Kampen en een ander steegje tussen de huizen door loop ik dan via een trap de overgebleven restanten van het oude bolwerk op. Lotje weet de weg, ze scharrelt in noordelijke richting over het bolwerk en duikt af en toe naar beneden het bolwerk af om haar behoefte te doen. De gemeente laat er 's zomers vaak schapen grazen om het gras en het riet van de stadsgracht kort te houden en als een schaap daar mag poepen, nou dan mag mijn hond dat ook. Als je vanaf het bolwerk naar de overkant kijkt kijk je over de sportvelden van Bolsward naar de nieuwbouw, een paar honderd meter ten oosten van het oude centrum. De lichtjes van de enige hoogbouwflat van de stad twinkelen zacht in de frisse nacht. Verder naar het oosten wordt je de aanwezigheid van Sneek gewaar, niet dat je wat van die acht kilometer verderop gelegen stad ziet, maar je ziet het aan de lichtere horizon. Wat er van de oude vestingwerken van Bolsward over is, is hooguit tweehonderdvijftig meter lang. Aan het eind er van ligt het plaatselijke tenniscomplex, aan een eendenvijver begrenst door een brug over de stadsgracht richting een jaren zestig en zeventig wijk. Over de brug rijdt een auto van een beveiligingsbedrijf eenzaam door de nacht. Een rustig baantje heeft zo iemand, er gebeurt zelden wat in Bolsward en de winkeldiefstal van een rol drop wordt breed uitgemeten in het Bolswards Nieuwsblad. Als de beveiliger zijn werk goed doet, ziet hij de gestalte van een oudere man die een hond, die Lotje heet, uitlaat.

We keren om: "We gaan weer naar vrouwtje toe", vast ritueel. Of ze er wat van begrijpt weet ik niet, maar de staart gaat in de krul en enthousiast sprint ze een paar meter voor me uit. Vrouwtje ligt overigens al een uur te bed. Ik geniet meestal heel erg van dit laatste rondje van de dag met de hond. Ook wel eens niet, maar dat heeft dan vaak te maken met de weersomstandigheden, maar die neem ik graag op de koop toe. Nu hoor je de stilte zowat, sterren twinkelen koel aan de hemel. Het enige wat je af en toe hoort zijn vrachtauto's op de A7, je hoort of ze vanaf de Afsluitdijk of vanaf Sneek komen. Je hoort hoe zwaar beladen ze zijn aan het gegier van hun versnellingsbak en met het geweld waarmee ze het brugdek van de brug over het Kruiswater passeren. Ik loop dit keer het Bolwerk helemaal af tot aan de Sneker Poort, althans, waar die poort ooit heeft gestaan en sla rechtsaf de stad weer in, na 50 meter sla ik rechts en meteen weer links af de Broerestraat in, waar ik woon en loop langs de gracht naar huis, op de hoek van de Kerkstraat. Geluk zit in kleine dingen.



vrijdag 21 oktober 2011

Spiegel van de maatschappij: Voetbal

Ik weet het, ik weet het. Dit is vast al duizend keer beschreven, door honderden sociologen en ik ben maar een gewone onderknuppel, die in Boerenkoolstronkeradeel woont. En toch wil ik er ook een stukkie over schrijven. Voetbal is een spiegel van de maatschappij en zoals professor Kees Jansma al debiteerde: het is de belangrijkste bijzaak in het leven. Voor een gedeelte van de menschheid dan.


Zo belangrijk, dat bepaalde groepen bereid zijn om gevechten aan te gaan met aanhangers van een andere voetbalvereniging. Ik heb het nu vooral over het betaalde voetbal. Vooral de supporters van Feyenoord, Ajax, Den Haag, AZ en Utrecht zijn berucht. Het grote dieptepunt vind ik zelf nog altijd het incident dat plaatsvond op 23 maart 1997 aan de A9 bij Beverwijk, waarbij een "supporter" van Ajax de dood vond. Rivaliserende hooligans van Feijenoord en Ajax gingen met elkaar op de vuist. Men had elkaar met emails en sms-jes opgejut en "afgesproken" om het uit te gaan knokken op een weiland aan de A9 bij Beverwijk. De nieuwe tijd, zoals u weet, vroeger troffen de relschoppers elkaar bij toeval en in 1997 kwam het internet en de mobiele telefoon voor het eerst op de proppen.

Waarom mensen elkaar aftuigen vanwege een voetbalclub is mij nog altijd niet helemaal duidelijk. Hoe lang is het geleden, dat men gewoon door elkaar stond in de diverse voetbalstadions en je gewoon "jouw" clubje kon toejuichen, zonder dat je buurman, die voor de tegenstanders was, zich daar aan ergerde? Ik heb het als volwassene nog meegemaakt. Goed, nu ben ik al een tijdje ruim 21, maar zo lang is het nog niet geleden. Volgens mij begon het ergens in de jaren 80. Ik herinner me, dat ik met de jongste zoon naar Ajax-Roda JC ging, nog in De Meer. Het uitje was georganiseerd door de jeugdcommissie van de voetbalclub waar zoonlief lid van was. We hadden plaatsen voor de "Gezinstribune", een mooi eindje verwijderd van de F-side, de tribune van de "hard-core fans". Ik geloof dat het toen mis is gegaan, door het verdelen in hokjes en vakken. De broeders in 't kwaad stonden bij elkaar en waren niet onderworpen aan de sociale controle van de grote grijze, zwijgende meerderheid. Als er een groepje schreeuwlelijken tussen een hele tribune vol met normale - what's in a name - supporters staat, kijkt men wel drie keer uit, om rellen te gaan schoppen, dat wordt niet getolereerd door de meerderheid. In ieder geval zag ik op het plein toen voor De Meer, de meute die richting F-side liep en ik kan u vertellen, die mochten niet op m'n zusje passen.

Misschien moet men de zelfde ballotage toepassen voor het bijwonen van een wedstrijd in het betaalde voetbal als bij het solliciteren in het onderwijs. Men moet een bewijs omtrent het gedrag kunnen overdragen. Elk seizoen opnieuw bij de aanschaf van de supporterskaart.

Dan kan het wellicht weer zo zijn als in de jaren zestig en zeventig, toen ik op sportpark Schoonenberg met mijn jongenskaart van 1 gulden 50 hartstochtelijk voor Telstar was, maar ook genoot van het spel van Ajax en dat kon rondvertellen aan wie het maar horen wilde, zonder dat ik het risico liep, dat iemand daarvoor mijn kop er af wilde draaien.

En nu Kamps, in 2011, ben je zeker voor Heerenveen? Want je woont in Bolsward, toch? Nee, want ik ben toch een import-Fries en zal altijd een Hollander blijven. Dus ik volg al meer dan 30 jaar de verrichtingen van AZ met meer dan normale belangstelling en ik kijk ook altijd even op Teletekst, wat mijn oude liefde, Telstar, heeft gedaan. En als would be Fries gaat mijn sympathie eigenlijk meer uit naar Cambuur. Past meer bij mijn bloedgroep.....


woensdag 19 oktober 2011

Drank, voetbal en brommers

Donderdag 28 september 1972. Rob en ik namen een uurtje eerder vrij, we werkten allebei bij de Algemene Bank Nederland NV in Beverwijk en we gingen naar Ajax - Independiente in het Olympisch Stadion te Amsterdam. Ajax kon voor het eerst de "officieuze wereldkampioen" worden. Het was de tijd van het Ajax van Cruyff, Keizer, Neeskens, Rep, Haan, Suurbier, Hulshoff en Blankenburg, coach Vasovic, om een paar legendarische namen te noemen. Om op tijd te zijn en nog wat aan "persoonlijke verzorging" te kunnen doen gingen we wat eerder weg. We namen de trein en de tram. Bij de kiosk op het perron van het NS-station Beverwijk haalden we een paar blikjes bier, om de reis van Beverwijk naar Amsterdam Centraal te overbruggen. In Amsterdam kochten we allebei een heupflesje met sterke drank, ik herinner me niet meer precies wat, vooral om warm te blijven op de tochtige tribunes van het oude Olympisch Stadion, destijds nog met de tweede ring en een capaciteit van meer dan zestigduizend toeschouwers. Toen had je nog staanplaatsen, zodoende konden er meer makke schapen in het hok, veiligheid was toen nog niet zo'n issue.

Het Olympisch Stadion was eigenlijk gebouwd als atletiekstadion, maar sinds mensenheugenis speelde een andere eredivisionist uit Amsterdam er al, DWS. Ajax gebruikte het stadion als thuisbasis bij belangrijke internationale wedstrijden en de jaarlijkse confrontatie met Feijenoord. Toen al een klassieker. Dit had natuurlijk alles te maken met de capaciteit, of eigenlijk het gebrek aan capaciteit van hun eigenlijke stadion, De Meer.

Zo rond half acht waren we op het Stadionplein beland en scoorden we nog even wat blikjes bier bij een verkoper en maakten aanstalten om onze plekken op de tribune op te zoeken, we hadden zitplaatsen.
Op die leeftijd ben je niet zo "kranterig" en volg je de berichtgeving niet zo heel fanatiek. Tot onze verbazing werden we bij de ingang aangehouden en werd er op onze tassen met bier gewezen. Die kwamen er niet in. Een paar weken ervoor was er tijdens een voetbalwedstrijd een blikje bier op het hoofd van een grensrechter terecht gekomen, voor die tijd wereldnieuws en duizend keer herhaald tijdens NTS-Sport (opvolger van Sport in Beeld, voorloper van Studio Sport met dank aan @fzwaan). En dat waren we even vergeten.......
Weggooien is zonde, dus dronken we met een rotgang acht blikjes bier op en gingen alsnog het stadion binnen. Uiteraard vergaten we te melden aan de goedwillende suppoost, dat we ook nog allebei een heupflesje met sterker spul in onze binnenzak hadden. En aan fouilleren deden ze toen nog niet. Rivaliserende supporters sloegen elkaar pas jaren later bont en blauw, het was in die jaren doodnormaal dat je allemaal door elkaar stond. Overigens kwam Independiente uit Buenos Aires (Argentinië), dat was toen nog een eind weg en veel Argentijnen zullen er niet op de tribunes zijn geweest.

De wedstrijd kort samengevat: Johan Neeskens scoorde in de eerste helft 1 - 0 en Johnny Rep maakte in de tweede helft nog eens twee doelpunten. Koningin Juliana reikte de Supercup uit aan Piet Keizer en het feest kon beginnen. De inhoud van de twee heupflesjes heeft het einde van de wedstrijd niet gehaald, maar dat had u vast al geraden.

Hossend in de tram, (wel eens meegemaakt dat zo'n ding letterlijk huppelend over de rails ging? Ik wel, die avond) reisden we naar het centrum waar we op de Nieuwedijk nog wat biertjes achterover sloegen in het café van Tante Leen, voordat we de trein naar Beverwijk terug namen.

In Beverwijk aangekomen, moesten wij nog naar Velsen-Noord en mijn brommer (een opgevoerde rode Kreidler Florett met verchroomde tank en valbeugels, uiteraard met heel hoog stuur) stond in de NS-fietsenstalling. Rob bij mij achterop en we scheurden over de Stationsweg naar Velsen-Noord.
Bij de overweg, waar de Stationsweg zich splitst in de Velser Traverse en de Wijkerstraatweg ging het fout. Ik dook rechts de Wijkerstraatweg op met zo'n 70, 80 kilometer per uur en Rob hing niet mee, maar tegen, dus 't kreng reed rechtdoor en werd gelanceerd op de verkeersheuvel aan het begin van de Wijkerstraatweg.

Drank heeft ook zo z'n voordelen, dus we stonden op, lachten ons rot omdat we allebei nog maar één pijp aan onze broek hadden vanwege de klap. We schopten het stuur recht van de Kreidler, stapten op en reden naar huis.

De volgende dag had ik zo'n veertig minuten nodig om mijn bed uit te komen, alles deed me pijn. Maar ik ben nog van de generatie van: "Wie 's nachts vist, moet overdag z'n netten drogen", dus ik ging gewoon naar m'n werk. Rob niet. Die had veertig minuten nodig om zich om te draaien. Is door z'n moeder naar het ziekenhuis gebracht, had allerlei knie- en kruisbanden gescheurd en heeft een half jaar met krukken gelopen. En daarom weet ik die datum nog zo goed. Donderdag 28 september 1972. Overigens ook de datum dat Gwyneth Paltrow werd geboren.

Nu moet ik even aan de anti-depressiva, want bovenstaande zin doet me herinneren aan het feit, dat ik niet meer zo jong ben als ik zou willen.

dinsdag 18 oktober 2011

Gôh, wat krijg jij een ouwe harses!!

Zomer 2002. Op de plaats van het oude verzorgingstehuis bij de Watertoren in IJmuiden wordt een nieuw gebouw neergezet. De bewoners zijn ondergebracht op de verdiepingen zes en zeven van het Zeeweg ziekenhuis en op een vrijdagmiddag neem ik daar de lift, ik ga op visite bij mijn moeder.

Ook het ziekenhuis is nodig aan nieuwbouw toe, zodra je de centrale hal binnenloopt wil je eigenlijk meteen weer weg, een slechte luchtbehandeling maakt, dat je je eigenlijk direct een beetje patiënt voelt, het ademen wordt aanmerkelijk moeilijker. De omstandigheden zijn ideaal voor iemand die vooral moet voelen, dat hij zijn plicht komt doen,... Zijn oude demente moeder bezoeken.

In de lift slaat de berusting toe, ik kom er zo weinig mogelijk, niet meer dan strikt noodzakelijk om mijn eigen gemoedsrust tevreden te stellen. Even door de zure appel heen bijten, of je nu twintig minuten blijft of een uur, maakt haar eigenlijk niet uit. Grote kans dat ze je vergeet, zodra je de deur van de afdeling achter je sluit.

Je stapt de lift uit en je staat in die onpersoonlijke wereld, die ziekenhuizen nu eenmaal moeten zijn, in ieder geval een ziekenhuis, gebouwd in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Links een lange gang, met om de twintig meter een tussendeur en rechts is het niet anders. Ik loop de koffiekamer binnen, omdat ik mijn moeder daar zie zitten in haar rolstoel aan de lange tafel, tussen medebewoners. In de hoek zit een leerling-ziekenverzorgster van hooguit zeventien lentes een oudje te voeren en uit de geluidsinstallatie klinkt Eddy Christiani die wanhopig "Als ik 1 keer met mijn fietsbel bel, nou dan weet je het wel, nou dan weet je het wel" zingt. Volgens mij moet hij zich in het verdere verloop van het lied nader verklaren, want in deze ruimte weet niemand nog wat, inclusief de leerling-ziekenverzorgster en ondergetekende.

Ik vraag om een kop koffie en ga naast mijn moeder zitten. "Hoi moe, hoe is het?" Je moet de conversatie toch op gang helpen nietwaar? "Dag", klinkt het en ze kijkt me een beetje waterig aan. Stilte....... Na een minuut of twee doe ik nogmaals een poging. "Wat heb je gegeten vanmiddag?" Ze kijkt me weer niet begrijpend aan. "Sorry hoor, ik ben mevrouw Kamps, maar wie bent u?"
Tja, op zo'n moment heb je de keuze om in een identiteitscrisis te geraken of jezelf aan je bloedeigen moeder voor te stellen. Een heel aparte gewaarwording, laat ik u dat wel vertellen. "Ik ben je oudste zoon, Jan". Er gloort een glimp van herkenning en een lichte glimlach komt op het rode, gepijnigde gelaat. "Jan! Ik heb je sinds de dood van Dien niet meer gezien! Wat heb jij een ouwe harses gekregen!"

Lekker is dat, ze houdt me voor haar broer met wie ze al jaren geen contact meer heeft. Maar er valt weer een stilte. Ze draait zich een kwart slag naar links en gaat een gesprek aan met de buurvrouw naast haar. Tenminste, zo lijkt het, een lange brij van onsamenhangende woorden, doorspekt met "je begrijpt me wel" en "het is toch niet te geloven he?" Maar de buurvrouw begrijpt het prima en praat heel enthousiast net zo warrig terug. De dames hebben het prima naar hun zin en ik functioneer als schemerlamp of buffetkast. In ieder geval, ik heb, wat hun betreft de zelfde status als een meubelstuk.

Ik loop even naar het kantoortje van het afdelingshoofd. Ik had gehoord van mijn zuster dat moeders zich laatst nogal agressief heeft gedragen tegen het verplegend personeel, toen er blijkbaar iets moest gebeuren waar ma geen zin in had. Ze was dan wel oud en dement en kon niet meer lopen, maar woog nog steeds zo'n 100 kilo en had handen als bankschroeven en polsen zo dik als spoorbielzen. Niet leuk, als zo iemand de pest in heeft. Volgens de hoofdverpleegkundige waren de situaties tot nu toe beheersbaar gebleken en zouden wij absoluut worden geïnformeerd bij volgende incidenten.

Ik liep weer terug naar de koffiekamer en ging weer naast m'n moeder zitten, ik had nog niet genoeg m'n plicht gedaan.... vond ikzelf. Moeder zei tegen de overbuurvrouw, "Dit is m'n oudste zoon Jan, hij gaat binnenkort in Friesland wonen en laat z'n oude moeder hier helemaal alleen, dan komt er helemaal niemand meer". Ik wist, dat mijn zuster minstens twee keer in de week op bezoek kwam bij moeder en dat mijn broer ook minstens 1 keer in de week langs kwam. Demente mensen gaan terug naar hoe ze als kind waren. Misschien was m'n moeder vroeger een heel vals meisje?

Ze leed aan vasculaire dementie. Ze had een reeks aan kleine hersenbloedingen achter de rug (tia's) en elke keer ging ze een beetje meer achteruit. Aderverkalking noemden ze dat vroeger. Haar vader is er uiteindelijk ook aan dood gegaan en het werd uiteindelijk ook haar dood. Vlak voor het begin van de zomer van 2003, een kleine twee weken na haar zevenenzeventigste verjaardag.

Mijn vaatstelsel is ook niet erg best, gelukkig zijn in die pak 'm beet tien jaar de behandelingen erg vooruit gegaan. Ik slik inmiddels een aardig apotheekje weg op een dag. Als ik uiteindelijk mijn ogen sluit, moet er, voordat ik de oven wordt ingeschoven, eerst een milieu-alarm worden afgegeven en de ramen en deuren binnen twintig kilometer van het crematorium worden gesloten, tot 24 uur na de crematie.



maandag 17 oktober 2011

Eikels vallen het hele jaar door van de eiken

De schrijver van deze blog is er één van de door Bert Brusse zo verfoeide Baby Boom generatie, geboren eind 1953, dus de puberteit sloeg ongenadig toe in de tweede helft van de legendarische zestiger jaren. De puberteit is een teit.... eh, tijd van vallen en opstaan in de meest letterlijke zin van het woord. Je lijf verandert, jij verandert en dat allemaal schoksgewijs. Onderstaande proza speelt zich af in die tijd.

Herfst 1969, mijn hunkeringen waren niet te tellen en zorgden er voor dat ik niet wist, of ik van voor of van achteren leefde. Nog 2 maanden en dan was ik 16, dan mocht ik brommer rijden. Gelukkig was ik lang en zag er ouder uit, dus reed ik regelmatig op de brommer van mijn vader en die van oudere vriendjes. Ik had al een prachtig exemplaar aangeschaft, in prachtig deplorabele staat, een Batavus Bilonet G50 van een jaar of tien oud. Hieronder een afbeelding van zo'n exemplaar (bron: http://www.batavusbromfietsclub.nl).
 Het apparaat was in mijn bezit gekomen na overhandiging van een pakje Caballero sigaretten, kosten ƒ 1,75 oftewel 7 kwartjes. Ik kon zowat niet wachten op het moment dat ik legaal mocht gaan rijden op mijn trots.
Maar dat was niet mijn enige hunkering, een andere grote was, meisjes... Zoals elke puberjongen fantaseerde ik zo'n 400 keer per dag over wellustige dames. Goed, ik durfde niet zonder te blozen een leuke dame aan te spreken, maar in mijn dromen besprong ik er dozijnen per uur. Uiteraard deed ik met vrienden veel aan orale sex, we praatten over zowat niets anders. Tussen de bedrijven door bestond er ook nog zoiets als school, ik zat in het examenjaar van de MULO. Kortom, zoals ik al zei, ik wist van voren niet of ik van achteren leefde. Druk, druk, druk zeg je tegenwoordig, (spoelt mond).

Zo'n kruitvat moet een uitlaat vinden, een mensch moet ook nog zoiets als ontspanning vinden nietwaar? Dus buiten school, veel te veel sjekkies draaien, zo af en toe eens een biertje en praten over lekkere wijven werd er ook nog gesport (voetbal, volleybal en roeien), en één keer in de maand cultuur, jawel...

Het was ook de tijd van de oprichting van Het Witte Tejater in IJmuiden, de culturele smeltkroes waar o.a. Jim van der Woude en de gebroeders Warmerdam hun eerste schreden op het pad van hun carrière zetten.
Eén keer per maand hield het Witte Tejater een brandscherm theateravond. Oftewel, activiteiten op het podium, achter het  brandscherm van de Stadsschouwburg van Velsen aan de Groeneweg in IJmuiden Oost. Vaak waren het avonden met sketches, ook werden er psychedelische lichtbeelden op een doek vertoond, terwijl men dan Pink Floyd draaide en ik geloof dat die betreffende avond we op de grond hebben gelegen en naar een gat in een wit laken hebben liggen te staren, waar een lampje doorheen scheen. Daar moest je dan high van worden.

We, dat waren John en ik. John was zogezegd een tropische verrassing in Hollandse melkchocolade, een kruising van een moeder uit Brits Guyana en een Nederlandse ingenieur. Hij leek veel op Phil Lynott van de Ierse rockband Thin Lizzy (zie hieronder):
Verder commentaar overbodig. Kortom, slaapkamer-ogen en elke jongedame in de IJmond ging voor de bijl. Zo'n beetje het tegenover gestelde van wie ik was. En dat was, slungelig, slechte motoriek, altijd een bad hair day en altijd de juiste opmerking in huis voor het verkeerde moment.

Goed en wel, John had na de voorstelling weer eens beet en had een schone uit het villapark van Velsen-Zuid aan de haak geslagen. Hij werd meegevraagd om nog even wat te "drinken". Zij had een vriendin bij zich en John had mij als vijfde wiel aan de wagen, dus ik mocht ook mee.
De ouders van de verovering van John waren op vakantie, dus John zat op rozen en na een half uurtje zweverige muziek en een colaatje kreeg hij al de vraag of hij bleef slapen. En die vraag kreeg ik ook, van de vriendin........ 't Was woensdagavond, een uur of half twaalf, ik had de volgende dag een proefwerk Frans en ik "las" de situatie niet helemaal goed....... Ik zei dus nee. Niet in de laatste plaats omdat een nacht wegblijven als je nog steeds vijftien bent, wellicht thuis bij het ouderlijk paar wat problemen en stomme vragen zou opleveren.

Een kwartier later, op de Velser pont richting Velsen-Noord, zag ik het licht... Altijd traag van reactie geweest. Langzaam begon ik met mijn hoofd tegen een ventilatorschacht van de veerpont te bonken.... Bijna zestien, nog steeds maagd, niet tegen wil en dank, maar omdat ik te stom was om voor de duvel te dansen.....

donderdag 13 oktober 2011

Berichten uit het Van Rappard Reservaat (1)

Wat is het Van Rappard Reservaat? De naamgever was van 1939 tot 1972 burgemeester van Gorinchem, Louis Mounir Rudolf (Rolly) ridder van Rappard (1906-1994) en oprichter van Nederlands Appèl, een ultra-conservatieve beweging die in 1971 meedeed met de verkiezingen van de Tweede Kamer, overigens met weinig succes, want men haalde de kiesdeler niet.

De Ridder van Rappard, zoals hij in de volksmond werd genoemd, was de belichaming van uiterst rechts in die dagen. Hij was tegen de NVSH (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming) en uiteraard ook tegen homoseksualiteit, lang haar bij mannen en andere linkse opvattingen. Op het laatst werd de man een karikatuur van zich zelf wat de cabaretier Paul van Vliet in een sketch uitbeeldde als gids in het denkbeeldige Van Rappard Reservaat, waar men o.a. de laatste Nederlandse maagd kon bezichtigen ("De heren worden dringend verzocht, om vooral niets door de tralies te steken!!") zie: http://youtu.be/1xmzcw3enH0. Onder deze kop wil ik vertellen over dingen, die zich in de maatschappij afspelen, waar van je denkt: "Hemel, bestaat dat nog?"

Verzuiling in de micro-kosmos
Bolsward bestaat vermoedelijk al vijftienhonderd jaar. In de vroege middeleeuwen is het ontstaan op twee terpen aan de oever van de Middelzee, een zeearm die na 1300 is dichtgeslibd. Uit die tijd komt ook het verhaal dat Bolsward destijds behoorde tot het Hanzeverbond en staat er bij diverse plaatsnaamborden aan de rand van het stadje nog trots "Hanzestad". Zwart op wit is daar echter nooit een sluitend bewijs van gevonden. Wat blijft is een voormalig vestingstadje, net als Naarden met een naar verhouding enorme kerk (de Sint Maarten of Martinikerk) en heel veel grachtjes en trapgeveltjes, heel dierbaar allemaal. Maar toch is het op de landkaart een beetje rare vlek. Schijnbaar in het midden van helemaal niets neergesmeten, tussen de Afsluitdijk en Sneek aan de A7 van Amsterdam naar Groningen.

Qua sfeer doet Bolsward me een beetje denken aan het Beverwijk van eind zestiger jaren, knus en vriendelijk. Dat was overigens voordat de gemeenteraad onder leiding van burgemeester Bruinsma (afkomstig uit, u raadt het al, Bolsward) het oude centrum van Beverwijk herstructureerde, wat in de praktijk betekende, naar God hielp. In wezen keerde ik terug naar de sfeer van mijn jeugd, toen ik in Bolsward ging wonen.

Ik hou écht van dit stadje.

Ook in andere dingen merk je de sfeer van de zestiger jaren. Bolsward is niet zo groot, je loopt om de binnenstad heen langs de stadgracht in krap 'n half uur en er wonen inclusief de buitenwijken net aan tienduizend inwoners. Als ik de hond uitlaat, loop ik de stad uit en loop ik om het gemeentelijk, of ik moet eigenlijk zeggen, het voormalig gemeentelijk sportpark heen, want Bolsward behoort sinds begin dit jaar tot de gemeente Sudwest-Fryslân en verloor daarmee haar titel als zelfstandige gemeente. Op het gemeentelijk sportpark huizen onder andere 3 voetbalverenigingen. In zo'n klein stadje? Jawel, let op, CAB (opgericht begin vorige eeuw door arbeiders van de zuivelfabriek Hollandia, 5e klas zondagamateurs), voetbalvereniging RES (opgericht in 1936 door Rooms Katholieke Bolswarders, 5e klas zondagamateurs) en cvv Bolswardia (opgericht in 1943 door het protestants christelijke deel van Bolsward, 3e klas zaterdagamateurs). Jawel, klaar voor het Van Rappard Reservaat, de verzuiling ten top, je hoort hier echt nog  bij je "eigen" club. In heel Nederland behoort dat inmiddels wel een beetje tot het verleden, want je zou toch zeggen, maak er één club van, drie clubhuizen met kantines tegen de grond, één modern complex met geëxploiteerd sportcafé/restaurant en zaalvoetbalhal neerzetten en eens gaan denken aan wat meer ambities zoals Tweede Klasse, of welicht Eerste Klasse?

Zo niet in Bolsward, de zuilen kenmerken zich vooral door een selectief roestvast staal geheugen, er spelen dingen uit het verleden, zoals dat zo plastisch wordt uitgedrukt. Wat die dingen dan wel mogen zijn, krijg je niet te horen, volgens mij niet in de laatste plaats vanwege het feit dát nu juist een kenmerk is van een selectief geheugen; er spelen dingen van vroeger, maar waar het nu specifiek over gaat, dat weet men niet meer. Wat men wel weet is, dat men pal staat voor het eigen kluppie.

Sinds 2008 ben ik wedstrijdsecretaris van JV Bolsward, (nog een voetbalclub in Bolsward, een samenwerkingsverband van CAB en Bolswardia, JV staat voor Jeugd Vereniging) en vul gemakshalve ook nog de veldindeling en kleedkamerverdeling in van Bolswardia en DV Bolsward (ja hoor, nóg een vereniging, een samenwerkingsverband van alle drie de moederverenigingen, u raadt het al, de Dames Vereniging, bent u er nog?). In 2010 werd er een kunstgrasveld aangelegd op de plaats van het hoofdveld dat werd gebruikt door cvv Bolswardia en omdat elke vereniging maar de beschikking had over één volwaardig voetbalveld, was er een veld te kort. Overigens hebben Bolswardia en RES allebei ook nog een bijveld, maar die zijn allebei wat kleiner dan een volledig voetbalveld zou moeten zijn. Leuk voor jeugdvoetbal, maar voor volwassenen is het eigenlijk te krap. JV Bolsward heeft meer dan dertig teams en het tijdelijk uit gebruik zijn van het hoofdveld van Bolswardia, dat leverde problemen op. Vaak waren er wel achttien wedstrijden gepland op de zaterdag en dat ging gewoon niet. Als wedstrijdsecretaris ben ik toen in gesprek gegaan met de wedstrijdsecretaris van RES, heel gelukkig klikte het tussen ons en na een hoop heel diplomatiek geharrewar en glijmiddel werden de krachten samengebundeld.\
Het kunstgras is al een jaar in gebruik,  maar de samenwerking heeft veel opgeleverd, inmiddels zijn de A en B-junioren van RES en JV Bolsward samengevoegd en na wat lawaaiige ledenvergaderingen in verschillende clubhuizen schijnt in de - hopelijk niet zo heel verre - toekomst, de geboorte van de SC Bolsward tot de mogelijkheden te behoren.
Maar dan moet de gemiddelde leeftijd van de bestuursleden van de diverse clubs (die is nu 107 jaar en 4 maanden) wel omlaag. Zodoende kan er dan jonger bloed met nieuw elan en frisse gedachten instromen. En daar is het wachten op.

donderdag 5 augustus 2010

Je maakt wat mee met AaDeeHaaDee

't Staat leuk in je cv, ervaringsdeskundige in het opvoeden van kinderen met gedragsstoornissen. Onze beide zoons hadden en hebben ADHD. Vastgesteld. Door mensen die het kunnen weten. Gediplomeerd. En niet vanwege een cursusje bij het LOI. Academici. Profs. Vaak iets met "psych" er in.

En, om een stijlkenmerk van Paul de Leeuw te gebruiken, je wordt 's ochtends wakker en je kinderen hebben ADHD...... Hoe verloopt je dag? Lawaaiig, druk, stressvol en je gevoel van eigenwaarde wordt ontelbare keren op een dag geëvalueerd. En niet alleen door jezelf en je partner. Vooral niet door jezelf en je partner is wellicht beter, want daar heb je het te druk voor en te weinig energie voor. Anderen evalueren jouw gevoel voor eigenwaarde wel en verdomd, je hebt knap wat botteriken op dit aardse tranendal die je onomwonden vertellen dat je het verkeerd doet en een slechte opvoeder bent. Anderen zagen op een wat minder directe manier aan je stoelpoten door op te merken, "Jullie doen het hartstikke goed hoor, maar....." De rest wordt door de verdoofde ouder niet meer opgemerkt, want die is dan bezig wat zelfbeheersing te mobiliseren en dat valt niet mee als je zoveel voor je kiezen krijgt... Wel, dat heeft in mijn geval bij elkaar zo'n 12, 13 jaar geduurd en in het geval van mijn echtgenote zo'n 21 jaar. Toen ik in hun leven kwam, was de oudste net geen tien en de jongste net geen zeven jaar oud.

 Over de jongens en hun gedrag zal ik verder niet al te veel uitweiden, kenmerken van ADHD-mensen zijn genoegzaam bekend geworden de afgelopen 10, 15 jaar. Het komt er op neer dat hun gedrag en emoties geen grenzen kennen. Die moeten constant voor hen worden afgebakend om het leven overzichtelijk te houden voor hen en niet in de laatste plaats voor degenen die met hen leven. Dus als opvoeder heb je constant het gevoel op verschillende fronten te strijden. Als degene die de "gewone" wereld uitlegt wie en wat een ADHD-er is en als degene die achter hen de puinhopen opruimt en nazorg verleent.

Iets van deze tijd? Nee, alleen de methodiek om er mee om te gaan is veranderd. Iedereen herinnert zich uit de kindertijd nog wel kinderen, die anders waren dan anderen en door hun gedrag opvielen. Als het erg opvallend was, dan duurde het meestal nooit lang en verdwenen ze uit je leven. Er werd niet zoveel uitgelegd aan kinderen in die tijd. Later hoorde ik dan, dat die kinderen naar het buitengewoon onderwijs waren vertrokken. Bij ons in de IJmond gebeurde het ook wel dat onhandelbare jongens van twaalf, dertien als scheepsjongen werden meegegeven op sleepboten van Wijsmuller, die over de hele wereld voeren en vaak maar 1 keer in de paar jaar in IJmuiden terugkeerden. Op zo'n klein wereldje werd er wat meer individueel gericht opgevoed, zal ik dan maar zeggen, te meer, omdat die sleepboten vaak weken, zelfs maanden nergens afmeerden en dan kon zo'n kind natuurlijk geen kant op. 't Waren wat dat betreft barre tijden.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw leerde ik destijds mijn echtgenote kennen. Toen heette het hokje waarin moeilijk opvoedbare kinderen werden gestopt nog geen ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), maar MBD (minimal brain dysfunction) dat heel plastisch en ouder-onvriendelijk werd omschreven als een "aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit". Bij het consultatiebureau werd dat afgedaan als: "ach mevrouw, wees blij dat er wat in zit" en "u moet vooral consequent zijn in de opvoeding" en daarmee kon mijn echtgenote het doen. Kinderen allebei naar een LOM-school en daarmee werd er wel voldoende ondersteuning geboden vond men. De familie en toenmalige kennissen waren nog stelliger met hun over het algemeen probleemloos opgroeiende kinderen, we waren geen goede ouders en de jongens zouden voor galg en rad opgroeien.

Inmiddels zijn de heren 35 en 32 jaar oud en gesettled met relatie en kinderen. Ze doen het goed. Wij hebben ernstig grijs haar en inmiddels heel andere vrienden en kennissen. Familie heb je en daar moet je het mee doen. Zo is dat nu eenmaal.

Die weg naar hun volwassenheid is lang en vol obstakels geweest en ik moet met enige trots zeggen, wat ze hebben bereikt hebben ze vooral aan zichzelf te danken. Ik kan daar denk ik wel een boek over schrijven van minstens duizend pagina's. Wellicht dat ik er in volgende blogs vaker op terug kom. Ik moet nog even nadenken in welke vorm ik dat dan zal gieten, omdat ik de privacy van de mensen in mijn omgeving graag wil beschermen.

maandag 2 augustus 2010

Klein leed (1)

Zomer 1967. Ik ben 13, te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken, 't liefst zou ik nog cowboytje willen spelen, maar in je eentje is dat een beetje sneu. Veel van mijn speelkameraadjes zijn op vakantie met hun ouders. In die dagen was dat meestal weg met een tentje naar de Veluwe, Overijssel of Drenthe. Een enkeling moest afzien achterin de Kever van pa en ging naar exotische oorden als Oostenrijk of Zwitserland. Wij niet, wij bleven thuis. In Velsen-Noord was niets te doen en met toeristische attracties als Hoogovens en aanverwante industrieën, Van Gelder Papierfabrieken en de elektriciteitscentrales van het PEN (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland) was het een oord waar je niet wilde zijn.

Als de verveling te veel ging knellen ging ik vaak naar de Velser Pont, het veer dat over het Noordzeekanaal voer (en vaart) en Velsen-Noord met Velsen-Zuid en IJmuiden-Oost verbindt. Die keer ging ik op de fiets, niet zo heel vanzelfsprekend, want ik had het ding nieuw gekregen en ik moest er zuinig op zijn en dat poogde mijn ouders te bewerkstelligen door mij er alleen op zon- en feestdagen op te laten rijden. Logica? Nou nee, meer het koesteren van het met moeite verworven stuk eigendom. In 1967 was je spekkoper als je als kostwinner duizend gulden (€ 450,00) in de maand verdiende. De meeste arbeiders (zo heetten die toen nog) kwamen niet verder dan zeven honderd vijftig gulden (€ 337,50). Moeder was thuis en zorgde voor de kinderen en pa verdiende het in zijn eentje, zo ging dat toen nog.

Het was door de weeks, ik weet het zeker, maar ik reed op de fiets naar de Velser Pont en reed naar het naastgelegen havenhoofd van de Derde Rijks Binnenhaven, ook wel Staalhaven genoemd, hier kon ik uren lang de tijd zoek brengen met het kijken naar het scheepvaartverkeer op het Noordzeekanaal vanaf en richting de zeesluizen van IJmuiden. Als je geluk had, kwam er een heel groot schip, zoals een schip van de Holland Amerika Lijn of een oorlogsschip langs of anders een tanker. Van de kleine binnen- en kustvaart kende ik in de loop der jaren vrij veel schepen van naam en waar ze vandaan kwamen, wat ze als lading hadden en wanneer ze langs kwamen of, zoals de Willy Huber uit Hamburg, af meerden in de Derde Rijks Binnenhaven en rollen roestvrij staal laadden. Om het havenhoofd liep een wandelpad, wat lager gelegen, dat uitkwam langs een smal jaagpad, waar langs meestal binnenvaartschepen af meerden. Dit kon je volgen tot het einde van de haven, waar het koelwater van de elektriciteitscentrales werd geloosd. Er werd wel meer geloosd, door Hoogovens, de Papierfabrieken en aanverwante industrieën en over de effecten op de natuur werd nog niet zo nagedacht. Volgens mij kon je toen een filmpje ontwikkelen in het water van het Noordzeekanaal, zo smerig.

Na een tijdje verveelde ik me, er kwam blijkbaar weinig scheepvaart verkeer langs die dag en ik besloot om te keren en naar huis te gaan. Ik reed het talud van het havenhoofd af met de bedoeling het jaagpad op te sturen en daar langs richting Velsen-Noord te rijden. Verkeerd gedacht, want het talud had een hellingspercentage van pak 'm beet een procent of dertig en ik hield m'n stuur niet. In plaats van het jaagpad op reed ik rechtstreeks het Noordzeekanaal in... Het Noordzeekanaal is zoals de meeste kanalen en rivieren nabij de oevers nog niet zo diep, dat gaat geleidelijk aan naar beneden. Maar door de hellingshoek ging ik best wel hard naar beneden en voordat ik het besef had om te remmen zat ik tot op mijn nek in het water. Met nadruk, ik zat....... op mijn fiets.......


Dertig meter links van mij, in de richting van de Velsertunnel, lag de Velserpont te wachten op de volgende afvaart. Het veer voer om de tien minuten, de klok rond. Het was (en is) de enige verbinding voor voetgangers en fietsers tussen de Noordelijke en Zuidelijke IJmond, dus er werd (en wordt) druk gebruik van gemaakt. De enige andere mogelijkheid voor voetgangers en fietsers is via de sluizen, een omweg van zo'n zes kilometer.
In ieder geval hadden de mensen die op de pont stonden te wachten totdat die vertrok een verzetje, geheel onbaatzuchtig verzorgd door een puisterige puber uit Velsen-Noord die het stuur van zijn fiets niet hield en de plomp in reed... Ik hoor nog hun dankbare vrolijkheid om mijn domheid.

Het is één van die momenten die voorbij flitst op mijn sterfbed, ik weet het zeker. Ik heb al een paar herbelevingen gehad in koortsdromen. De afloop? Druipnat thuis gekomen en weinig begrip van mijn moeder. Laat ik het zo stellen, 't was een nogal lawaaiige thuiskomst, de hele buurt kon er van mee genieten. 't Was niet de eerste keer, water heeft een niet te ontlopen aantrekkingskracht op mijn persoontje. 't Ergste, vond ik zelf, was, ik zat nog op die fiets...... tot mijn nek in het water......

donderdag 8 juli 2010

Eenzaamheid is vooral het gevoel van de eenling

Een dwarsdenker is vaak een eenling, iemand die zig zagt in de kolkende maatschappij en zich niet conformeert aan een bepaalde denkrichting. In de 56 jaar dat ik nu rond zig zag heb ik me in ieder geval een mening gevormd over eenzaamheid. O ja Kamps, ben je helemaal alleen op de wereld dan? Nou neuh, ik ben volgende maand 25 jaar gehuwd met de mooiste, liefste en meest begripvolle vrouw op aarde en uiteraard heb ik familie. Mijn vrouw bracht, toen ze in mijn leven kwam twee kinderen mee en ook daar kan ik het goed mee vinden. Inmiddels zijn er zelfs twee mensjes die me opa noemen. In dat opzicht valt het wel mee met mijn eenzaamheid.

Nee, mijn eenzaamheid uit zich vooral aan de binnenkant van mijn hersenpan, in mijn belevingswereld. Jan Rot verwoordde het een aantal jaren geleden leuk in een column van een of ander tijdschrift. Quote: Het bijna op een perverse manier plezierige gevoel creëren, dat er op de hele wereld geen levende ziel is, die ook maar iets om je geeft. Unquote.
Bizar, niet waar? Zeker, omdat het voor een belangrijk gedeelte niet waar is. Zie voorgaande alinea, ik heb de liefde van mijn leven, bloedjes van aangenomen kinderen en kleinkinderen, broer, zuster, zwagers, schoonzusters, neven, nichten, de hele reut. Ouders en schoonouders? Mijn schoonmoeder is een engel en de rest is ook dood.

Op de één of andere manier heb ik toch het gevoel overal buiten te staan. Vrienden heb ik niet, hooguit bekenden. Als er ergens iets te doen is waar veel mensen bijeen komen, zoals een feestje, haak ik al snel af en ga ik in "de op afstand bezien"-modus. Ik heb er moeite mee om ergens betrokken bij te raken en het liefst trek ik zo snel mogelijk mijn jas aan en vertrek. Afgelopen juni nog het eindfeest van de voetbalvereniging met beach-volleybal en kaatsen met als afsluiting een barbeque. Ik ben niet eens gegaan. Mij te lawaaiig zeg ik dan. Nu is het wel zo, dat ik wat problemen met mijn gezondheid heb en op vaste tijden moet eten in verband met de toe te dienen medicijnen en het gebruik van alcohol zo veel mogelijk moet beperken. Maar dat zijn meer problemen van praktische aard en die gebruik ik als excuus om ergens niet heen te hoeven.

Eigenlijk voel ik me het beste thuis in klein gezelschap, van zoveel mogelijk gelijk gezinden. En daar zit het hem nou net in. Het leven is een rollenspel en de meeste mensen gaan naadloos over van de vergadertijger-rol naar de feestbeest-rol, vervolgens de brave huisvader rol (of moeder natuurlijk) en op zijn tijd de "romantische lover" rol. Ik speel maar één rol, die van Jan Kamps, heb ik heel hard voor gestudeerd en een heleboel dingen voor aan- en afgeleerd.

Eén van die dingen die ik heb aangeleerd is, dat wanneer ik over een bepaalde grens dreig te gaan, op de rem trap. Een aantal jaren geleden kreeg ik een arbeidsconflict met mijn toenmalige werkgever. Gebeurde haast nooit, dit was hooguit de zevende of achtste keer in mijn leven, dat ik overhoop lag met mijn broodheer van het moment. Zoals zo vaak werd het een ziektewetje, overspannen of overwerkt, u kent dat wel. En, heel modern, er werd een reïntegratie-traject op losgelaten. Na een aantal weken kreeg ik een gesprek met de reïntegratie-consulent van het arbo-bedrijf. Deze man had in de psychiatrische verpleegkunde gewerkt en na een gesprek van twintig minuten al zijn mening over me klaar. Ik had een aan autisme verwante aanleg.

Nadat ik mijn broek weer had opgehesen en de woorden weer in een redelijke samenhang achter elkaar kon formuleren, vroeg ik hem waarop hij die mening baseerde. Wel, ik benaderde alles op rationele manier en toonde nergens emotie over. Grote Griet, een amateur-psycholoog. Ik liet hem verder in die waan en heb het later op mijn gemak verwerkt. Ik had de aard van het arbeidsconflict aan de man uitgelegd op een zakelijke manier en dan krijg je dat als gevolgtrekking. En daar zakte mijn broek van af. Ja ja, analyseren kan ik wel.

Maar waarom is mijn cv inmiddels drie a4tjes lang (Gill Sans, korps en interlinie 11 punten, dus niet te groot) en ben ik inmiddels aan pak 'm beet m'n 75e werkgever toe? Tsja, je bent een dwarsdenker of niet, maar een hoop heeft ook te maken met domme pech en de turbulenties van de tijd, zeker de laatste jaren.
Maar ook van zulke dingen verstilt een mens van binnen en heeft hij moeite met mensen die "gezellig over van alles en nog wat" kunnen praten en samen zijn. Ook daar word je een beetje eenzaam van. Mijn lief ook hoor, ik niet alleen. Zij krijgt steeds meer een heel charmante verbijsterde uitdrukking in haar ogen van..... "Hoe tref ik zo'n vent?"

Maar zij houdt van mij, tenminste, daar gok ik dan maar op en volgende maand zijn we 25 jaar gehuwd. En dat vieren wij, in alle eenzaamheid met allen die bij ons horen.

maandag 21 juni 2010

Lotje, een Griekse tragedie

Zo lang ik me kan heugen hebben we altijd honden gehouden. Dat was vroeger bij mijn ouders al zo en ik heb eigenlijk mijn hele volwassen leven samen met mijn echtgenote ook een hond gehouden. Lotje is nummer zes. We begonnen ooit, toen we pas samen waren (jahaah, mijn vrouw en ik) met een oude Duitse herder, genaamd Tessa. Die kreeg al gauw gezelschap van een, zullen we maar zeggen "gemengd ras"?, met de welluidende naam Raska. U hoort het al, allemaal teven, voor ons eigen gemak, want teven hebben een betere controle over hun blaas en zijn wat handelbaarder dan reuen. Tessa stierf na een jaar of twee, drie in ons bezit te zijn geweest op dertienjarige leeftijd, wat een respectabele ouderdom is voor een Duitse herder. Raska kreeg kort gezelschap van een ander "mixje" genaamd Gijs, hoewel Gezina beter zou zijn geweest, want het was andermaal een teefje. Maar goed, het beest heette zo. Het dier had bij haar vorige baas een hersenbloeding gekregen en bewoog zich sindsdien op een aparte manier voort. Als een Lippizaner schimmel in paradepas. Heel apart. Wat ook apart was, was de hoeveelheid aandacht die zij nodig dacht te hebben. Ze was jaloers op het manische af. Dat kwam tot uitdrukking toen zij één van de kinderen uit jaloezie beet. Dat was minder en omdat herhaling helaas niet uit te sluiten viel hebben we een ander baasje voor Gijs gezocht. Raska bleef een jaar of vijf onze enige hond. Maar ook zij werd wat ouder en om haar oude dag wat te verlevendigen werd een Cairn terriër aangeschaft, Cindy genaamd. Dat was een hele leuke spring-in-'t veld waar we een hoop plezier mee beleefden en inderdaad, Raska leefde op. Daar bleef het niet bij, want via het noodfonds van de Nederlandse Cairn Terriër Club kregen we Terry aangeboden, een reutje dat in de 18 maanden dat hij bestond, al 7 baasjes had meegemaakt en dat is niet goed voor hondjes, daar worden ze verknipt van, net zoals mensen dat worden. Terry kwam bij ons om heropgevoed te worden wat ons met vallen en opstaan ook lukte. Schrijf ik nog wel eens een stukkie over. Raska, Cindy en Terry leven inmiddels niet meer. We zijn inmiddels een of twee honden generaties verder. Als laatste overleed Terry in het voorjaar van 2003. We zijn geloof ik drie weken zonder hond geweest, toen we besloten dat we een blaffende viervoeter node misten. Via internet vonden we de stichting Redt een hond, die verwaarloosde dieren uit de Mediterane gebieden haalt, mishandelde, werk- en zwerfhonden. Op de site stond scharminkelig geval met herder-achtige trekken en krulhaar, met één hangoor en één staand oor en het heette Lotje. We vielen er onmiddellijk voor. Gebeld en naar Lelystad getogen, waar de hond bij een opvanggezin was ondergebracht. Het was een heel schichtig geval, naar verluid kwam zij uit de buurt van Athene, waar zij een bestaan als zwerfhond had, ze was drachtig en heeft in Nederland een nest jongen geworpen. Toen de jongen oud genoeg waren, gingen moeder en jongen ieder afzonderlijk in de verkoop. En zo zijn we aan haar gekomen.

Lotje luisterde alleen naar mijn echtgenote, van mij moest ze niets hebben. Overigens van geen enkel menselijk exemplaar met mannelijke geslachtskenmerken. Ze had duidelijk negatieve ervaringen met ons soort. Vrouwen en kinderen, dat ging prima. Maar mannen en puberjongens, foute boel. Het heeft mij uiteindelijk een half jaar gekost voordat ik het vertrouwen van Lotje had gewonnen.

En nog is het een apart geval. Ze moet nog steeds niet van vreemden (vooral mannen) hebben en je kunt haar aanlijnen, maar dan doet ze haar behoefte niet. Al loop je dertig kilometer. Ze loopt voet, staart tussen de benen en sjokt gehoorzaam met je mee. Plassen of poepen, ho maar. Dat alleen wanneer ze los is.

Ook eigenaardig is de roedel-mentaliteit die nog steeds overheerst. Reuen, altijd goed, de sloerie. We hebben haar uit voorzorg ook maar laten steriliseren. Teefjes betekent oppassen, dan moet even worden uitgevonden wie er hoger in de rangorde staat en indien het beoogde slachtoffer de verkeerde signalen uitzendt dan wordt er bovenop gedoken. Aanlijnen dus, als er een vreemde, vrouwelijke hond in het vizier komt. Iets, wat negen van de tien keer aan de baasjes of vrouwtjes moet worden uitgelegd. Mensen nemen vaak een hond, zonder dat ze weten hoe een hond zich gedraagt en raken snel in paniek als er even wat uitgevochten moet worden. Zodra de verliezende partij op de rug gaat liggen is het vechten klaar. Maar leg dat maar eens uit aan iemand, die schrikt. Dus wordt Lotje aangelijnd, zodra er andere honden in de buurt komen. Uiteraard niet bij bekende en "bevriende" honden.

dinsdag 15 juni 2010

Troost in blik

U weet wel waar ik het over heb. Je zit niet goed in je vel, je hebt ruzie met je lief, met je baas, de overheid, je ligt in de knoop met je zelf. Je zoekt troost, maar woorden helpen je niet echt, of liever gezegd, daar wil je niet naar luisteren. Je zoekt een andere vorm van compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van een cadeautje.

Er zijn mensen die geven dan toe aan een zogenaamde vreet-kick en dat kan van alles zijn, zoet, hartig, als het maar veel is en belanden daarna in de meeste gevallen in een dip omdat ze zich schamen dat ze zich zo hebben laten gaan.

Andere mensen raken aan de drank, drugs of gaan gokken en zijn dan een paar weken onder zeil, weg, zoek, vermist. Meestal komen ze na verloop van tijd weer boven water en ook zij schamen zich. Dit is al een stuk ernstiger, omdat ze vooral te voorschijn komen omdat ze door hun (financiële) middelen heen zijn. Verslaving kun je het eigenlijk niet noemen, het is meer een dwangmatig iets. Je zit niet goed in je vel, je bent de weg kwijt en je wilt je goed voelen. Manisch gedrag dus.

Er is ook nog een derde groep, tot die groep behoor ik al een flink deel van mijn leven. Ook deze mensen zitten af en toe om de een of andere manier niet goed in hun vel en zoeken compensatie. Zij compenseren door te consumeren, dingen te kopen. Je hebt er, die kleren kopen, schoenen, parfum, elektronica, noem maar op.

Ik kocht een auto als ik me lekker wilde voelen. Een excentrieke en dwangmatige hobby en die begon in het midden van de jaren zeventig. In die tijd haalde ik mijn rijbewijs en kocht ik mijn eerste auto, eigenlijk mijn tweede, want in 1972 kocht ik al een oud Dafje, hoewel ik toen nog geen (auto)rijbewijs had. De eerste "echte" was een Opel Kadett uit 1969, een z.g. B-Kadett, bordeaux rood was het ding en hij barstte van de ventilatiegaten, bijvoorbeeld in de bodem. Geen punt in die tijd, want de APK werd een paar jaar later pas ingevoerd. Tweehonderd gulden betaalde ik voor het ding en ik heb er ongeveer een half jaar mee gereden.

Nu krijgt u een noodzakelijk stuk proza waarin ik, in de eerste plaats vooral voor mezelf, duidelijk probeer te krijgen, hoeveel auto's ik tussen pak 'm beet 1972 tot heden in bezit heb gehad. En ik vrees, dat ik ze lang niet allemaal voor de geest kan halen. Misschien saai, ik vind van niet, eerder fascinerend. Hou u vast.

1. Daffodil 750 1968, 2. Opel Kadett 1.1 (B-Kadett) 1969, 3. DAF 55 Marathon 1970, 4. Peugeot 504 1971, 5. Peugeot 204 1970, 6. Audi 80 LS 1.6 1973, 7. Renault 16 TL 1972, 8. Volkswagen Kever 1200 1971, 9. Mazda 929 Coupé 1971, 10. Suzuki 100 GX Coupé 1980, 11. Mitsubishi Galant 1600 1977, 12. Datsun 140 Y 1978, 13. Volvo 242 DL 1976, 14. Austin Allegro 1300 1974, 15. Ford Taunus 1600 aut. 1977, 16. Lada 1500 GL 1978, 17. Opel Kadett 1.2S (C-kadett) 1974, 18. Datsun Bluebird Station 1800 1979, 19. Lada 1200 S 1987, 20. VW Golf 1.5 D 1980, 21. Triumph Acclaim HLS 1.5 (gebaseerd op Honda Civic) 1982, 22. Opel Kadett Hatchback 1.4 (C-Kadett) 1978, 23. VW Jetta 1.6 1982, 24. Daihatsu Charade 1.0 Turbo Diesel 1992, 25. Renault 5 1982, 26. Citroën BX 1.9 TRD 1986, 27. Fiat Panda 45 1983, 28. Fiat Panda 750 Fire 1993, 29. Suzuki Alto 1982, 30. Rover Montego 2.0 1987, 31. Renault 18 Stationwagen 1988, 32. Volvo 343 GLS 2.0 1987, 33. Opel Kadett Station 1.7D 1988 (E-kadett), 34. Opel Ascona 1600E 1988, 35. Opel Corsa 1.4 1994, 36. Ford Fiesta 1100 CLX 1994, 37. Nissan Micra 1.0 1985, 38. Volvo 740 Diesel 1987, 39. Suzuki Alto 0.8 1986, 40. Volkswagen Golf II 1.8 1987 41. Honda Civic LS 1.5i VTEC 1998 (lease), 42. Peugeot 405 GRD 1988, 43. Mercedes 230.4 aut. 1975, 44. Citroën AX 1.1 First 1995, 45. Peugeot 405 1.6 Station 1991, 46. Opel Astra 1.7 D 1994, 47. Opel Kadett 1.8 S 1988, 48. Citroën BX Deauville 1.4 1992, 49. BMW 316i 1988, 50. Peugeot 205 XAD 1.9 1992, 51. Opel Combo 1.7 D 2001, 52. Suzuki Alto Twist 1.0 2001, 53. Toyota Corolla Sedan 1.6 16v 1998.

Zoals ik eerder opmerkte, ik zal er gerust een paar zijn vergeten, de lijst is ongeveer in chronologische volgorde en huize Kamps rijdt dus nu in een Toyota Corolla. De tijd dat een auto in bezit was varieerde van 5 dagen (Triumph Acclaim) tot ruim 3 jaar (Lada 1200S) en alles daar tussenin. Vaak genoeg waren er meerdere auto's in gebruik. De laatste jaren worden de periodes wat langer. Ik word wat ouder, heb wat meer rust in m'n kont en – ook niet onbelangrijk – onze financiële middelen zijn beperkt. Sinds pak 'm beet 2003 vlot het niet meer zo met mijn carrière en inmiddels ben ik 56 en ongeveer 11 maanden werkloos. Solliciteer trouw door, maar helaas zonder resultaat. Ja, en dan kun je wel verlekkerd naar autootjes kijken, maar ze niet kopen. Zo werkt dat.

Nu is het niet zo, dat ik altijd duizenden aan mijn onstuitbare honger naar blik uitgaf hoor. Pak 'm beet 65% van de aankopen werd geleverd door Lowietje van Esseveld van Sloperij 't Schermereiland te Alkmaar. Ik betaalde eigenlijk nooit meer dan tussen de 500 en 1500 gulden voor een nieuwe bolide. Ik beschouw hem als de autohandelaar met de beste garantie van Nederland, en wel tot het hek. In de werkplaats hing ook prominent een bord, voor iedereen zichtbaar, waar op stond: "Om klachten over de service te voorkomen, verlenen wij geen service". Je wist precies waar je aan toe was, je was geheel op je eigen inschattingsvermogen aangewezen. Nou, en dat is bij mij, net zoals bij de meeste andere consumenten, wisselend.

Ik kan dan ook een heleboel blogs vullen met avonturen die ik hier in Nederland en overal in Europa heb beleefd met mijn auto's en dit zal vast niet het laatste verhaal zijn wat ik er over vertel.

Voer voor psychologen? Zekers, maar die zien overal brood in. Deze aandoening is voor mij tot nu toe behoorlijk chronisch en de enige therapie die tot nu toe zijn vruchten af werpt is de actuele treurige stand van onze bankrekening.

Dus, het feit dat ik nu al weer een aardig tijdje rond rijdt in een Toyota, die ik eigenlijk al lang spuugzat ben, is ook de schuld van de recessie.

Den Haag, doe er wat aan.

maandag 7 juni 2010

Je kan een ei in m'n reet gaar koken

Mijn lief en ik hadden nog niet zo lang samen een nestje gebouwd. Haar beide ouders waren nog in leven en ik had mijn moedertje nog. Moeder had wel een vriend, evenals zij een vrolijke Velsenaar met die typische humor. De ouders van mijn lief waren wat kleinburgerlijk en stijfjes en leefden eigenlijk altijd op de handrem. Kortom, als het even kon vermeden wij dat beide stellen met elkaar in contact kwamen. Wel zo rustig.

Uiteraard lukte dat niet altijd en dan was het altijd een paar uurtjes zweten en misverstanden uit de weg ruimen. Een gedenkwaardige middag was, toen mijn schoonouders en moeder met vriend op visite waren, één van die dagen dat het jammer genoeg zo uit kwam. Mijn lief vroeg lichtelijk desperaat of we niet even met zijn allen een uitstapje konden gaan maken, volgens mij om de schokgolven van de onvermijdelijke explosie wat meer ruimte te gunnen.

We gingen met drie auto's. Elk stel in hun eigen. Wij hadden in elk geval het excuus dat we (toen nog redelijk kleine) kinderen mee moesten nemen en we reden naar de cactuskwekerij van Bos tussen Schoorldam en Warmenhuizen. Vond iedereen wel mooi en het was een omgeving met weinig, volgens ons, emotieprikkels. 't Was begin juni, net als nu en een graad of 18, 19 met een mild zonnetje. Prima temperatuur voor cactuskassen. Binnen zal het zo'n 28 à 30 graden zijn geweest. Broeierig dus, net zoals de sfeer in onze biosfeer die familie heette. Mijn moeder vatte de temperatuur, luid en duidelijk hoorbaar voor iedereen in een straal van honderd meter, samen: "Godsamme, wat is 't hier heet, je kan een ei in m'n reet gaar koken".

't Is tussen mijn schoonouders en mijn moedertje nooit meer goed gekomen en we waren blij dat er hele grote cactussen in die kas waren. Waarachter we slap van het lachen ons even konden terug trekken.

M'n moedertje, volgende week is het 7 jaar geleden dat ze is overleden. Dit soort opmerkingen hebben haar onsterfelijk gemaakt. Ik mis haar nog regelmatig.

donderdag 3 juni 2010

Moeilijke keuzes van een paar minuten

Ik zal een jaar of vijftien geweest zijn en we (leerlingen van een middelbare school) gingen op studiereis naar Brabant. Een studiereis van een dag of vier met een dagtocht naar Brussel, mijn eerste buitenland ervaring zou dat worden. Duhh?? Ja, het was 1968 of zo en dan was de kans dat je nog geen reisje over de grens had gemaakt in het Beverwijk van 1968 ongeveer 70 procent. Maar goed, dit terzijde, we zaten in de bus en er werd stevig gerookt door mijn medeleerlingen. Zelf rookte ik niet, nooit behoefte aan gehad, tot dat..... Juist, degene een peuk op stak waarvan ik het nooit verwachtte en het was nog een meisje ook (1968, emancipatie, kinderschoenen, link). Zoals elke puber kon ik dat niet op mij laten zitten en bij de eerstvolgende pauze scoorde ik een pakje sigaretten, vanaf dat moment pafte ik manhaftig mee.

Eerst natuurlijk niet over de longen, want dan stikte ik de moord, maar zoiets regelt zich van zelf. Jantje was vanaf dat ogenblik verslaafd en niet zo'n beetje ook. Thuis werd er zeer kort op gereageerd, toen ik voor de eerste keer in de huiskamer rookte. Mijn oude heer reageerde met één woord, bestaande uit twee lettergrepen, begon met een k en eindigde ook met een k (Neehee, niet konijnenhok). En dat was het.
Nu, ruim veertig jaar later en vele pogingen tot stoppen later, ben ik op het moment dat ik dit stukje schrijf, weer zo'n acht maanden rookvrij. En het valt nog steeds niet mee. Iemand vertelde me ooit, dat hij (of zij, weet ik niet meer) een roker was, die niet rookte. En dat ben ik ook en zo voel ik me ook. Eigenlijk net zoiets als een alcoholist, al drink je meer dan dertig jaar niet meer, een alcoholist blijf je je hele leven. Een roker blijf je ook de rest van je leven.

Ik had nu een goede stok achter de deur, m'n gezondheid. Die is niet helemaal klachtenvrij (diabetes en bloedvaten) en een oorzaak is zonder twijfel zo'n 40 jaar drie pakjes zware shag in de week. Gesodelazer met m'n bloedvaten. Waarin uit zich dat? Etalagebenen dus. Vorig jaar kon ik zo'n tweehonderd meter aardig doorstappen en dan kreeg ik kramp, met name in mijn rechter been en dan moest ik even stil staan tot het over was en daarna kon ik weer tweehonderd meter verder. En als er dan toevallig een etalage van een winkel (al is het de slager of een assurantiekantoor) te bekijken was, dan deed je dat heel geïnteresseerd. Vandaar de naam.
Kortom, ik wist heel goed de oorzaak en ik wachtte met grote angst tot dat mijn behandelend arts het S-woord bezigde. "Het zou beter zijn als u Stopte, meneer Kamps". Doordat de slagader richting mijn rechterbeen was dichtgeslibd, moest er vorig jaar oktober een bypass (een z.g. crossover) worden aangelegd en een dag voor de opname werd je al geadviseerd om niet meer te roken. Dat vond ik een mooie gelegenheid om te stoppen en dat heb ik dan ook gedaan. Mijn lieve echtvriendin stopte heel erg solidair met mij en verdomd, het werkte eindelijk. Nu zijn we acht maanden verder, ik rook nog steeds niet en ben dat ook niet van plan, mijn gade is helaas weer bezweken en rookt zo af en toe weer een sigaretje. 't Valt alles, maar niet mee.

Terwijl, als je het nuchter beschouwd, de trek in een sigaret hooguit een minuut of twee duurt en je het daarna weer kwijt bent. Lichamelijk afhankelijk ben ik al lang niet meer, het zit tussen de oren en dat houd ik me zelf dan ook steeds voor. Gelukkig is de trek in een peuk niet meer zo frequent als in het begin, maar zo af en toe... Vandaar, ik ben een roker die niet rookt en af en toe ben ik een moeilijke keuze van een paar minuten aan 't maken.

maandag 31 mei 2010

Depressie in juni

Ik loop al sinds juli vorig jaar bij de deur en verveel m'n vrouw stierlijk. Ik ben er eentje met een cv waar een normale HRM-functionaris bij een bedrijf helemaal gek van wordt. Weet van alles wat en van niks genoeg. Grafisch, maar dan vooral typografisch. IT, maar meer ervaringsdeskundige dan geschoold. Onderwijsdeskundige, jawel maar dan weer gespecialiseerd op educatieve toepassingen van ict in het voortgezet onderwijs. Administratief, boekhouddiploma gehaald op 19 januari 1971 en er sindsdien geen blik meer op geworpen. Werkervaring dan? Jahaah, zo'n bedrijf of tweehonderd schat ik. Van jongste bediende tot directeur/eigenaar. Zoals ik al zei, een normale HRM-functionaris kan niet zoveel met mijn cv. Tot dat hij of zij mijn geboortedatum ziet: 14 december 1953. Aaaaah, op het stapeltje voor de kandidaten die niet door de eerste selectie zijn gekomen. Een beleefd afbericht waarin u succes wordt gewenst bij uw verdere sollicitaties. Lees: Je bent te oud, lul!!!!

En zo voel ik me ook een beetje onderhand. In de verkiezingsstrijd is het een hot item, langer doorwerken om te beginnen tot je zevenenzestigste, hoewel...... er zijn maar twee partijen die de pensioengerechtigde leeftijd op vijfenzestig willen houden. En verdomd, dat zijn de twee uitersten van het politieke spectrum, de PVV helemaal in de hoek ter rechterzijde van de voorzitter der Staten Generaal en de SP ernstig ter linkerzijde van haar. En daar sta je dan op 9 juni als vertegenwoordiger van de baby boom generatie met je stembiljetje. Overigens ben ik daar niet zo'n goede representant van, ik las vanmiddag (het is 31 mei op het moment dat ik dit optik) dat bij mijn mede-generatie genoten het meeste inkomen en het meeste spaargeld en bezit vertegenwoordigd is. Nou, ik ben jaren geleden geloof ik van dat schip met geld afgelazerd, want ik heb aan het eind van mijn geld altijd een stuk maand over. WW betaalt niet zo goed weet u. En dan willen ze dat je twee jaar langer doorwerkt. Zorg eerst maar eens dat ik weer aan de slag kom daar in Den Haag.

En uw echtgenote dan meneer Kamps? Nou, die kreeg rond haar eenentwintigste een kind, en toen ze vierentwintig was nog eentje en het was de gewoonte in die tijd, dat moeders dan thuis bleef en voor de kindertjes ging zorgen. En dat deed ze dan ook braaf, wisten wij veel. O, later ging ze wel werken, toen we de kinderen na een jaar of twintig opvoedpogingen alsnog te vondeling legden, maar echt carrière maken lukte ook niet echt. Winkeljuffrouw voor zestien tot twintig uren of cassière in een supermarkt voor het zelfde aantal uren. Na een jaar of wat begonnen de klachten, 't is een teer poppetje, mijn vrouw, meer een luxe paard dan een werkpaard. Dus we hebben al van alles meegemaakt, carpaal tunnelsyndroom, burn out, fybromyalgie enzovoorts.
Nu moet ik wel eerlijk blijven, ze heeft ons er de laatste elf maanden wel doorheen gesleurd met haar baantje als gastouder. Ze vangt kinderen van werkende ouders thuis op na schooltijd, stopt er brood in en zorgt er voor dat ze zich gedragen tot pa en moe thuis komen. Maar dat is per de eerste juli over. Het betreffende gezin verhuist in de grote vakantie naar elders en er dient zich nog geen ander aan.

Dus we zitten een beetje in een dip..... Heel groot grachtenpand, hebben we te koop, maar 't loopt niet bepaald storm. Zien? http://ow.ly/1SbOQ Maar de hypotheek moet wel elke maand opgeboerd worden. En gas, elektriciteit, water, gemeentelasten, waterschap, u kent dat allemaal wel en als je te kort komt en nog minder gaat vangen, juist, dan raak je in een dip.

Ik ben er nog niet helemaal uit hoe ik op 9 juni ga stemmen, maar ik kan alvast wel melden dat u niet moet denken in de richting van PVV, VVD, CDA, TON en SGP.

Happy End? Zal wel weer, Saved by the bell komt er bij mij als grafschrift op te staan. Het zou niet de eerste keer zijn. Als de deurwaarders drie rijen dik voor de deur staan, dan zal ik wel weer een baantje vinden en Wilma een nieuw oppasgezin.
Ik kom van geluk nog eens onder de trein...

zaterdag 29 mei 2010

Wat je in bed uitspookt, zal me jeuken!!!

6 mrt, 14:21
Gisteravond laat keken mijn lief en ik naar Pauw en Witteman, juist, we waren te lui om naar bed te gaan. Emile Roemer, de nieuwe fractievoorzitter van de SP had zijn drol reeds lang gelegd en Sven Kramer en Ireen Wüst evalueerden de Olympische Spelen. Tot dat er even een itempje off-topic bij werd gehaald. Witteman merkte op, dat Ireen Wüst laatst uit de kast was gekomen, met haar seksuele voorkeur voor vrouwen. Gossie, 't is wat...... 't Heeft me mijn hele min of meer bewuste leven al verbaasd over de interesse van veel mensen, over wat iemand anders doet en laat om aan zijn/haar gerief te komen. En daar dan ook nog een mening over meent te moeten hebben. Hoe interessant is het eigenlijk, om de seksuele voorkeur van iemand te kennen, waarvan je zeker weet, dat je nooit een direkt betrokkene of belanghebbende zal worden/zijn? Juist, nuchter beschouwd is het kennis waar je niets aan hebt en niets mee doet. Heeft Kamps dan wat tegen dames die van het eiland Lesbos komen? Neuh, ik ben zelf mijn hele leven al lesbisch, ik moet helemaal niks van kerels hebben. Maar ik schreeuw het deze ene keer van de daken. Het zal me jeuken, wat je in bed doet, zolang ik je niet ken en zolang ik niet verliefd op je ben. Je doet maar, als je jezelf maar geen geweld aan doet.