donderdag 12 augustus 2010

Heel erge kramp

Donderdagavond 12 augustus was er een item bij 2 Vandaag over een jongen van 15 die het leven niet meer aankon en zich verhing in het Amsterdamse Bos. Ik heb al een heleboel meegemaakt in het leven en toch ben ik nog altijd aangedaan vanwege zulke berichtgeving. Waar sommigen blijk geven van een gebrek aan empathisch vermogen, heb ik daar een overvloed van. Niet dat ik dat een mindere eigenschap van mezelf vind maar ik ga er steeds mee op de loop.

De jongen had een schisis, beter bekend als een hazenlip, een brilletje op en een windkracht-twaalf-zuidwester-storm kapsel. Dan is het niet zo leuk opgroeien in het Amsterdam van de vroege 21e eeuw, zeker niet wanneer de adolescentie nadert. De arme puber werd, uiteraard zeg ik met enige mismoedigheid, vreselijk gepest op school en door de kinderen op straat. Als puber is onzekerheid zo wie zo een dagelijkse state of mind en dan sta je niet bepaald te wachten op de spottende commentaren van je leeftijdsgenoten, die je met alle liefde nog verder de grond in boren. Dat zoiets uiteindelijk in niet geringe mate bijdraagt aan de ondergang van een leven, dat de kans niet krijgt zich te ontplooien, stemt me droef.

Op de scholen, waarop ik gewerkt heb, zocht ik de kinderen, die wat minder door moeder Natuur bedeeld waren en daar duidelijk last van hadden juist op en probeerde ik contact met hen te maken, hun talenten te ontdekken en die te stimuleren. Niet, dat ik vroeger zelf een lelijk kind was, ik viel niet op en ben altijd redelijk weerbaar geweest, zowel verbaal als fysiek. De betrokkenheid bij mensen met wie het wat minder gaat, heeft meer te maken met mijn opvoeding denk ik, mijn ouders hebben me al redelijk vroeg bewust gemaakt van het feit, dat niet alles vanzelf gaat in dit leven en dat sommige mensen, dieren en processen af en toe een steuntje in de rug nodig hebben. We (mijn zusje, broertje en ik) werden ook niet weggehouden bij ziekte, lijden en sterven. Zeker mijn moeder verstopte haar emoties niet en uiteraard leer je daar van en neem je daar het een en ander van over.

De maatschappij heeft zich verhard en één van de oorzaken daarvan is de verandering van de consumptie-behoefte. Allemaal een eigen huis, het liefst twee of drie auto's voor de deur, zodat niemand mistast, minimaal twee keer op vakantie per jaar plus een paar weekendjes weg. Voor minder doen we het niet en uiteraard zal iedereen weten dat we het goed hebben. Dien ten gevolge nemen we iedereen in onze omgeving de maat en is de competitie onderling heel groot. En dat laten we luid en duidelijk weten. Dat hele circus kost geld dat het barst en daarom is elke inbreng van inkomsten welkom. Nog niet zo lang geleden was het doodnormaal dat er één kostwinner per huishouden was, in 99 procent van de gevallen was dat de man en de vrouw bleef thuis en was verantwoordelijk voor de huishouding en het opvoeden van de kinderen. Nu werken allebei de partners om het luxe leven te kunnen financieren en de nazaten worden uitbesteed bij kinderopvang, naschoolse opvang, of wat voor opvang dan ook, als pa en moe hun "ding" (jakkes) maar kunnen doen. Daarmee verdwijnt een heel stuk opvoeding in de schaduw van het bestaan en kan het zomaar voorkomen, dat de gemiddelde dertienjarige het normbesef van een grindtegel heeft, ongeveer net zoals de oppervlakte van hun gezichtshuid op die leeftijd.

Als dan een puber, die het ook niet kan helpen dat zijn gelaat niet aan de "norm" voldoet, het leven ontvlucht en een einde aan zijn leven maakt, dan is dat in principe een schreeuw, een protest tegen die voortrazende maatschappij. Men zal weer tot het besef moeten komen, dat het individu de maatschappij niet maakt, maar dat we die met zijn allen maken. Maar dan moet wel iedereen mee kunnen doen, mooi en lelijk. Als er teveel muizen en ratten in een ruimte zijn, gaan ze aan elkaar vreten en de zwakken zijn dan van nature de klos. Wij mensen claimen dat we zoveel beter zijn dan dieren. Als dat zo zou zijn, dan had de zelfmoord van een vijftienjarige jongen met een hazenlip, een brilletje en een plofkapsel wellicht voorkomen kunnen worden.

In september komt er een boek uit van de moeder van de jongen, waarin zij beschrijft hoe het leven van haar zoon is verlopen. Zou verplichte literatuur moeten worden bij opleidingen in de pedagogie en de jeugdzorg. Wellicht is het ook aan te bevelen bij mens en maatschappij in de bovenbouw van het voortgezette onderwijs.

donderdag 5 augustus 2010

Je maakt wat mee met AaDeeHaaDee

't Staat leuk in je cv, ervaringsdeskundige in het opvoeden van kinderen met gedragsstoornissen. Onze beide zoons hadden en hebben ADHD. Vastgesteld. Door mensen die het kunnen weten. Gediplomeerd. En niet vanwege een cursusje bij het LOI. Academici. Profs. Vaak iets met "psych" er in.

En, om een stijlkenmerk van Paul de Leeuw te gebruiken, je wordt 's ochtends wakker en je kinderen hebben ADHD...... Hoe verloopt je dag? Lawaaiig, druk, stressvol en je gevoel van eigenwaarde wordt ontelbare keren op een dag geëvalueerd. En niet alleen door jezelf en je partner. Vooral niet door jezelf en je partner is wellicht beter, want daar heb je het te druk voor en te weinig energie voor. Anderen evalueren jouw gevoel voor eigenwaarde wel en verdomd, je hebt knap wat botteriken op dit aardse tranendal die je onomwonden vertellen dat je het verkeerd doet en een slechte opvoeder bent. Anderen zagen op een wat minder directe manier aan je stoelpoten door op te merken, "Jullie doen het hartstikke goed hoor, maar....." De rest wordt door de verdoofde ouder niet meer opgemerkt, want die is dan bezig wat zelfbeheersing te mobiliseren en dat valt niet mee als je zoveel voor je kiezen krijgt... Wel, dat heeft in mijn geval bij elkaar zo'n 12, 13 jaar geduurd en in het geval van mijn echtgenote zo'n 21 jaar. Toen ik in hun leven kwam, was de oudste net geen tien en de jongste net geen zeven jaar oud.

 Over de jongens en hun gedrag zal ik verder niet al te veel uitweiden, kenmerken van ADHD-mensen zijn genoegzaam bekend geworden de afgelopen 10, 15 jaar. Het komt er op neer dat hun gedrag en emoties geen grenzen kennen. Die moeten constant voor hen worden afgebakend om het leven overzichtelijk te houden voor hen en niet in de laatste plaats voor degenen die met hen leven. Dus als opvoeder heb je constant het gevoel op verschillende fronten te strijden. Als degene die de "gewone" wereld uitlegt wie en wat een ADHD-er is en als degene die achter hen de puinhopen opruimt en nazorg verleent.

Iets van deze tijd? Nee, alleen de methodiek om er mee om te gaan is veranderd. Iedereen herinnert zich uit de kindertijd nog wel kinderen, die anders waren dan anderen en door hun gedrag opvielen. Als het erg opvallend was, dan duurde het meestal nooit lang en verdwenen ze uit je leven. Er werd niet zoveel uitgelegd aan kinderen in die tijd. Later hoorde ik dan, dat die kinderen naar het buitengewoon onderwijs waren vertrokken. Bij ons in de IJmond gebeurde het ook wel dat onhandelbare jongens van twaalf, dertien als scheepsjongen werden meegegeven op sleepboten van Wijsmuller, die over de hele wereld voeren en vaak maar 1 keer in de paar jaar in IJmuiden terugkeerden. Op zo'n klein wereldje werd er wat meer individueel gericht opgevoed, zal ik dan maar zeggen, te meer, omdat die sleepboten vaak weken, zelfs maanden nergens afmeerden en dan kon zo'n kind natuurlijk geen kant op. 't Waren wat dat betreft barre tijden.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw leerde ik destijds mijn echtgenote kennen. Toen heette het hokje waarin moeilijk opvoedbare kinderen werden gestopt nog geen ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), maar MBD (minimal brain dysfunction) dat heel plastisch en ouder-onvriendelijk werd omschreven als een "aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit". Bij het consultatiebureau werd dat afgedaan als: "ach mevrouw, wees blij dat er wat in zit" en "u moet vooral consequent zijn in de opvoeding" en daarmee kon mijn echtgenote het doen. Kinderen allebei naar een LOM-school en daarmee werd er wel voldoende ondersteuning geboden vond men. De familie en toenmalige kennissen waren nog stelliger met hun over het algemeen probleemloos opgroeiende kinderen, we waren geen goede ouders en de jongens zouden voor galg en rad opgroeien.

Inmiddels zijn de heren 35 en 32 jaar oud en gesettled met relatie en kinderen. Ze doen het goed. Wij hebben ernstig grijs haar en inmiddels heel andere vrienden en kennissen. Familie heb je en daar moet je het mee doen. Zo is dat nu eenmaal.

Die weg naar hun volwassenheid is lang en vol obstakels geweest en ik moet met enige trots zeggen, wat ze hebben bereikt hebben ze vooral aan zichzelf te danken. Ik kan daar denk ik wel een boek over schrijven van minstens duizend pagina's. Wellicht dat ik er in volgende blogs vaker op terug kom. Ik moet nog even nadenken in welke vorm ik dat dan zal gieten, omdat ik de privacy van de mensen in mijn omgeving graag wil beschermen.

maandag 2 augustus 2010

Klein leed (1)

Zomer 1967. Ik ben 13, te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken, 't liefst zou ik nog cowboytje willen spelen, maar in je eentje is dat een beetje sneu. Veel van mijn speelkameraadjes zijn op vakantie met hun ouders. In die dagen was dat meestal weg met een tentje naar de Veluwe, Overijssel of Drenthe. Een enkeling moest afzien achterin de Kever van pa en ging naar exotische oorden als Oostenrijk of Zwitserland. Wij niet, wij bleven thuis. In Velsen-Noord was niets te doen en met toeristische attracties als Hoogovens en aanverwante industrieën, Van Gelder Papierfabrieken en de elektriciteitscentrales van het PEN (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland) was het een oord waar je niet wilde zijn.

Als de verveling te veel ging knellen ging ik vaak naar de Velser Pont, het veer dat over het Noordzeekanaal voer (en vaart) en Velsen-Noord met Velsen-Zuid en IJmuiden-Oost verbindt. Die keer ging ik op de fiets, niet zo heel vanzelfsprekend, want ik had het ding nieuw gekregen en ik moest er zuinig op zijn en dat poogde mijn ouders te bewerkstelligen door mij er alleen op zon- en feestdagen op te laten rijden. Logica? Nou nee, meer het koesteren van het met moeite verworven stuk eigendom. In 1967 was je spekkoper als je als kostwinner duizend gulden (€ 450,00) in de maand verdiende. De meeste arbeiders (zo heetten die toen nog) kwamen niet verder dan zeven honderd vijftig gulden (€ 337,50). Moeder was thuis en zorgde voor de kinderen en pa verdiende het in zijn eentje, zo ging dat toen nog.

Het was door de weeks, ik weet het zeker, maar ik reed op de fiets naar de Velser Pont en reed naar het naastgelegen havenhoofd van de Derde Rijks Binnenhaven, ook wel Staalhaven genoemd, hier kon ik uren lang de tijd zoek brengen met het kijken naar het scheepvaartverkeer op het Noordzeekanaal vanaf en richting de zeesluizen van IJmuiden. Als je geluk had, kwam er een heel groot schip, zoals een schip van de Holland Amerika Lijn of een oorlogsschip langs of anders een tanker. Van de kleine binnen- en kustvaart kende ik in de loop der jaren vrij veel schepen van naam en waar ze vandaan kwamen, wat ze als lading hadden en wanneer ze langs kwamen of, zoals de Willy Huber uit Hamburg, af meerden in de Derde Rijks Binnenhaven en rollen roestvrij staal laadden. Om het havenhoofd liep een wandelpad, wat lager gelegen, dat uitkwam langs een smal jaagpad, waar langs meestal binnenvaartschepen af meerden. Dit kon je volgen tot het einde van de haven, waar het koelwater van de elektriciteitscentrales werd geloosd. Er werd wel meer geloosd, door Hoogovens, de Papierfabrieken en aanverwante industrieën en over de effecten op de natuur werd nog niet zo nagedacht. Volgens mij kon je toen een filmpje ontwikkelen in het water van het Noordzeekanaal, zo smerig.

Na een tijdje verveelde ik me, er kwam blijkbaar weinig scheepvaart verkeer langs die dag en ik besloot om te keren en naar huis te gaan. Ik reed het talud van het havenhoofd af met de bedoeling het jaagpad op te sturen en daar langs richting Velsen-Noord te rijden. Verkeerd gedacht, want het talud had een hellingspercentage van pak 'm beet een procent of dertig en ik hield m'n stuur niet. In plaats van het jaagpad op reed ik rechtstreeks het Noordzeekanaal in... Het Noordzeekanaal is zoals de meeste kanalen en rivieren nabij de oevers nog niet zo diep, dat gaat geleidelijk aan naar beneden. Maar door de hellingshoek ging ik best wel hard naar beneden en voordat ik het besef had om te remmen zat ik tot op mijn nek in het water. Met nadruk, ik zat....... op mijn fiets.......


Dertig meter links van mij, in de richting van de Velsertunnel, lag de Velserpont te wachten op de volgende afvaart. Het veer voer om de tien minuten, de klok rond. Het was (en is) de enige verbinding voor voetgangers en fietsers tussen de Noordelijke en Zuidelijke IJmond, dus er werd (en wordt) druk gebruik van gemaakt. De enige andere mogelijkheid voor voetgangers en fietsers is via de sluizen, een omweg van zo'n zes kilometer.
In ieder geval hadden de mensen die op de pont stonden te wachten totdat die vertrok een verzetje, geheel onbaatzuchtig verzorgd door een puisterige puber uit Velsen-Noord die het stuur van zijn fiets niet hield en de plomp in reed... Ik hoor nog hun dankbare vrolijkheid om mijn domheid.

Het is één van die momenten die voorbij flitst op mijn sterfbed, ik weet het zeker. Ik heb al een paar herbelevingen gehad in koortsdromen. De afloop? Druipnat thuis gekomen en weinig begrip van mijn moeder. Laat ik het zo stellen, 't was een nogal lawaaiige thuiskomst, de hele buurt kon er van mee genieten. 't Was niet de eerste keer, water heeft een niet te ontlopen aantrekkingskracht op mijn persoontje. 't Ergste, vond ik zelf, was, ik zat nog op die fiets...... tot mijn nek in het water......

donderdag 8 juli 2010

Eenzaamheid is vooral het gevoel van de eenling

Een dwarsdenker is vaak een eenling, iemand die zig zagt in de kolkende maatschappij en zich niet conformeert aan een bepaalde denkrichting. In de 56 jaar dat ik nu rond zig zag heb ik me in ieder geval een mening gevormd over eenzaamheid. O ja Kamps, ben je helemaal alleen op de wereld dan? Nou neuh, ik ben volgende maand 25 jaar gehuwd met de mooiste, liefste en meest begripvolle vrouw op aarde en uiteraard heb ik familie. Mijn vrouw bracht, toen ze in mijn leven kwam twee kinderen mee en ook daar kan ik het goed mee vinden. Inmiddels zijn er zelfs twee mensjes die me opa noemen. In dat opzicht valt het wel mee met mijn eenzaamheid.

Nee, mijn eenzaamheid uit zich vooral aan de binnenkant van mijn hersenpan, in mijn belevingswereld. Jan Rot verwoordde het een aantal jaren geleden leuk in een column van een of ander tijdschrift. Quote: Het bijna op een perverse manier plezierige gevoel creëren, dat er op de hele wereld geen levende ziel is, die ook maar iets om je geeft. Unquote.
Bizar, niet waar? Zeker, omdat het voor een belangrijk gedeelte niet waar is. Zie voorgaande alinea, ik heb de liefde van mijn leven, bloedjes van aangenomen kinderen en kleinkinderen, broer, zuster, zwagers, schoonzusters, neven, nichten, de hele reut. Ouders en schoonouders? Mijn schoonmoeder is een engel en de rest is ook dood.

Op de één of andere manier heb ik toch het gevoel overal buiten te staan. Vrienden heb ik niet, hooguit bekenden. Als er ergens iets te doen is waar veel mensen bijeen komen, zoals een feestje, haak ik al snel af en ga ik in "de op afstand bezien"-modus. Ik heb er moeite mee om ergens betrokken bij te raken en het liefst trek ik zo snel mogelijk mijn jas aan en vertrek. Afgelopen juni nog het eindfeest van de voetbalvereniging met beach-volleybal en kaatsen met als afsluiting een barbeque. Ik ben niet eens gegaan. Mij te lawaaiig zeg ik dan. Nu is het wel zo, dat ik wat problemen met mijn gezondheid heb en op vaste tijden moet eten in verband met de toe te dienen medicijnen en het gebruik van alcohol zo veel mogelijk moet beperken. Maar dat zijn meer problemen van praktische aard en die gebruik ik als excuus om ergens niet heen te hoeven.

Eigenlijk voel ik me het beste thuis in klein gezelschap, van zoveel mogelijk gelijk gezinden. En daar zit het hem nou net in. Het leven is een rollenspel en de meeste mensen gaan naadloos over van de vergadertijger-rol naar de feestbeest-rol, vervolgens de brave huisvader rol (of moeder natuurlijk) en op zijn tijd de "romantische lover" rol. Ik speel maar één rol, die van Jan Kamps, heb ik heel hard voor gestudeerd en een heleboel dingen voor aan- en afgeleerd.

Eén van die dingen die ik heb aangeleerd is, dat wanneer ik over een bepaalde grens dreig te gaan, op de rem trap. Een aantal jaren geleden kreeg ik een arbeidsconflict met mijn toenmalige werkgever. Gebeurde haast nooit, dit was hooguit de zevende of achtste keer in mijn leven, dat ik overhoop lag met mijn broodheer van het moment. Zoals zo vaak werd het een ziektewetje, overspannen of overwerkt, u kent dat wel. En, heel modern, er werd een reïntegratie-traject op losgelaten. Na een aantal weken kreeg ik een gesprek met de reïntegratie-consulent van het arbo-bedrijf. Deze man had in de psychiatrische verpleegkunde gewerkt en na een gesprek van twintig minuten al zijn mening over me klaar. Ik had een aan autisme verwante aanleg.

Nadat ik mijn broek weer had opgehesen en de woorden weer in een redelijke samenhang achter elkaar kon formuleren, vroeg ik hem waarop hij die mening baseerde. Wel, ik benaderde alles op rationele manier en toonde nergens emotie over. Grote Griet, een amateur-psycholoog. Ik liet hem verder in die waan en heb het later op mijn gemak verwerkt. Ik had de aard van het arbeidsconflict aan de man uitgelegd op een zakelijke manier en dan krijg je dat als gevolgtrekking. En daar zakte mijn broek van af. Ja ja, analyseren kan ik wel.

Maar waarom is mijn cv inmiddels drie a4tjes lang (Gill Sans, korps en interlinie 11 punten, dus niet te groot) en ben ik inmiddels aan pak 'm beet m'n 75e werkgever toe? Tsja, je bent een dwarsdenker of niet, maar een hoop heeft ook te maken met domme pech en de turbulenties van de tijd, zeker de laatste jaren.
Maar ook van zulke dingen verstilt een mens van binnen en heeft hij moeite met mensen die "gezellig over van alles en nog wat" kunnen praten en samen zijn. Ook daar word je een beetje eenzaam van. Mijn lief ook hoor, ik niet alleen. Zij krijgt steeds meer een heel charmante verbijsterde uitdrukking in haar ogen van..... "Hoe tref ik zo'n vent?"

Maar zij houdt van mij, tenminste, daar gok ik dan maar op en volgende maand zijn we 25 jaar gehuwd. En dat vieren wij, in alle eenzaamheid met allen die bij ons horen.

donderdag 24 juni 2010

Boalserter Krampen

De laatste volle week van juni wordt het Heamielfeest in Bolsward gevierd. Woensdagavond de optocht, waarin de Heakeninginne en haar hofdames worden ingehaald, praalwagens, presentatie van volksdansgroepen all over the world. Donderdag wordt de Heamiel gehouden. Een feestmaaltijd, met een traditie die terug te voeren is naar het jaar kruik. Het komt er geloof ik op neer dat daarmee het binnenhalen van het hooi wordt gevierd. Een sterke maag is gewenst want men begint met brandewijn en de maaltijd bestaat onder andere uit boerenjongens, rijst met rozijnen, suikerbrood en dergelijke. Had ik al verteld dat dit een lunchmaaltijd is? In ieder geval heel geliefd bij de autochtone bevolking, Import, zoals ondergetekende en zijn echtgenote bezien dit dierbare tafereel in verwondering van een afstandje.

Verder is er op de donderdag een hele grote "Heamiel"-markt, zeg maar een jaarmarkt die zich over de hele binnenstad uitstrekt, je kunt er dan letterlijk over de koppen lopen en 's avonds is er een wielerronde. Vrijdag is er 's avonds een ringstekerij en "The night of the Heamiel"", jaja, waarin er in de meeste kroegen z.g. "levende muziek" is. Zaterdag is er het internationaal folkloristisch dansfestival met volksdansgroepen uit de hele wereld en een uitgebreid straatfestival. Dit jaar wordt de boel feestelijk afgesloten met een optreden van "De Dijk". Voorwaar een knappe feestweek.

Maar nu gaat Boalserter Maat even zeuren. Geef toe, u dacht al, waar blijft-ie. Achter het stadhuis staat een feesttent, neergezet door een horeca-ondernemer. 's Avonds wordt daar feest gevierd, ten minste.... ik neem maar aan dat het zo bedoeld is. Nu is het geval, dat mijn woning hemelsbreed misschien 100 meter achter het stadhuis staat, aan een lieflijk grachtje, heerlijk rustig....... de rest van het jaar, Anton Pieck decor, voor me het stadhuis uit zestienzoveel, achter me de grote of Sint Maartenskerk uit veertienzoveel en rechts de Sint Franciscuskerk uit de jaren dertig van de vorige eeuw.


We hadden het over de feesttent die is neergezet door een horeca-ondernemer. Het zal u niet verbazen, dat het zijn bedoeling is, om een slaatje te slaan uit de feestelijkheden en voor niet al te veel geld en een aanzienlijke hoeveelheid feestbier zijn er altijd wel lieden te lokken die menen te kunnen zingen en een instrument te kunnen bespelen.

Elk jaar het zelfde op woensdagavond. Een zogenaamde top veertig band. Alleen dan wel de top veertig van veertig jaar terug en dan met name de nummers die men tijdens de Arbeidsvitaminen (bestaat dat nog?) niet meer durft te spelen, omdat men ze net één keer te veel heeft laten horen en de disc-jockey van dienst bang is dat Nederland massaal met zijn radio gaat gooien. Wel, die nummers worden dan van pak 'm beet negen uur 's avonds tot ongeveer één uur, kwart over één gespeeld en gezongen. Althans, dat beelden de "performers" zich in. Werkelijk, het glazuur springt van je tanden (ja, ook als je een kunstgebit hebt) en dat alles, gebruik makend van de hinderwet-vergunning, die de gemeente zo royaal heeft toegekend.

Zo rond kwart voor één 's nachts komt de "Grand Final" met "Paradise by the dashboard light", "Bone Sera Signorina kiss me goodnight" van Louis Prima (gesneuveld bij de Slag op de Mookerhei in 1574) en "Ik kan het niet" oorspronkelijk van De Dijk. Dat laatste nummer slaat de spijker op de kop, maar dan is het voor ons, grijze koppies onder de klamme lappen ('t is gewoon doordeweeks weet u wel) al te laat. Ontroostbaar liggen we daar tot de volgende ochtend. Gebroken staan we op en hangen we de vlag uit ('t is feest weet u nog wel?) en gaan we naar de Heamiel-markt. En ja, dan is het net even te veel, die brandewijn, boerenjongens en de rijst met rozijnen. We wurgen er net aan een broodje kaas in.

Mij benieuwen, welke idioten ze vanavond tussen de schuifdeuren hebben weggerukt. Misschien dat we (mijn lief en ik) maar even naar de drogist rennen voor oordoppen. Een paar dagen is het afzien in een prachtig pand aan een idyllisch grachtje in een Fries marktstadje.

maandag 21 juni 2010

Lotje, een Griekse tragedie

Zo lang ik me kan heugen hebben we altijd honden gehouden. Dat was vroeger bij mijn ouders al zo en ik heb eigenlijk mijn hele volwassen leven samen met mijn echtgenote ook een hond gehouden. Lotje is nummer zes. We begonnen ooit, toen we pas samen waren (jahaah, mijn vrouw en ik) met een oude Duitse herder, genaamd Tessa. Die kreeg al gauw gezelschap van een, zullen we maar zeggen "gemengd ras"?, met de welluidende naam Raska. U hoort het al, allemaal teven, voor ons eigen gemak, want teven hebben een betere controle over hun blaas en zijn wat handelbaarder dan reuen. Tessa stierf na een jaar of twee, drie in ons bezit te zijn geweest op dertienjarige leeftijd, wat een respectabele ouderdom is voor een Duitse herder. Raska kreeg kort gezelschap van een ander "mixje" genaamd Gijs, hoewel Gezina beter zou zijn geweest, want het was andermaal een teefje. Maar goed, het beest heette zo. Het dier had bij haar vorige baas een hersenbloeding gekregen en bewoog zich sindsdien op een aparte manier voort. Als een Lippizaner schimmel in paradepas. Heel apart. Wat ook apart was, was de hoeveelheid aandacht die zij nodig dacht te hebben. Ze was jaloers op het manische af. Dat kwam tot uitdrukking toen zij één van de kinderen uit jaloezie beet. Dat was minder en omdat herhaling helaas niet uit te sluiten viel hebben we een ander baasje voor Gijs gezocht. Raska bleef een jaar of vijf onze enige hond. Maar ook zij werd wat ouder en om haar oude dag wat te verlevendigen werd een Cairn terriër aangeschaft, Cindy genaamd. Dat was een hele leuke spring-in-'t veld waar we een hoop plezier mee beleefden en inderdaad, Raska leefde op. Daar bleef het niet bij, want via het noodfonds van de Nederlandse Cairn Terriër Club kregen we Terry aangeboden, een reutje dat in de 18 maanden dat hij bestond, al 7 baasjes had meegemaakt en dat is niet goed voor hondjes, daar worden ze verknipt van, net zoals mensen dat worden. Terry kwam bij ons om heropgevoed te worden wat ons met vallen en opstaan ook lukte. Schrijf ik nog wel eens een stukkie over. Raska, Cindy en Terry leven inmiddels niet meer. We zijn inmiddels een of twee honden generaties verder. Als laatste overleed Terry in het voorjaar van 2003. We zijn geloof ik drie weken zonder hond geweest, toen we besloten dat we een blaffende viervoeter node misten. Via internet vonden we de stichting Redt een hond, die verwaarloosde dieren uit de Mediterane gebieden haalt, mishandelde, werk- en zwerfhonden. Op de site stond scharminkelig geval met herder-achtige trekken en krulhaar, met één hangoor en één staand oor en het heette Lotje. We vielen er onmiddellijk voor. Gebeld en naar Lelystad getogen, waar de hond bij een opvanggezin was ondergebracht. Het was een heel schichtig geval, naar verluid kwam zij uit de buurt van Athene, waar zij een bestaan als zwerfhond had, ze was drachtig en heeft in Nederland een nest jongen geworpen. Toen de jongen oud genoeg waren, gingen moeder en jongen ieder afzonderlijk in de verkoop. En zo zijn we aan haar gekomen.

Lotje luisterde alleen naar mijn echtgenote, van mij moest ze niets hebben. Overigens van geen enkel menselijk exemplaar met mannelijke geslachtskenmerken. Ze had duidelijk negatieve ervaringen met ons soort. Vrouwen en kinderen, dat ging prima. Maar mannen en puberjongens, foute boel. Het heeft mij uiteindelijk een half jaar gekost voordat ik het vertrouwen van Lotje had gewonnen.

En nog is het een apart geval. Ze moet nog steeds niet van vreemden (vooral mannen) hebben en je kunt haar aanlijnen, maar dan doet ze haar behoefte niet. Al loop je dertig kilometer. Ze loopt voet, staart tussen de benen en sjokt gehoorzaam met je mee. Plassen of poepen, ho maar. Dat alleen wanneer ze los is.

Ook eigenaardig is de roedel-mentaliteit die nog steeds overheerst. Reuen, altijd goed, de sloerie. We hebben haar uit voorzorg ook maar laten steriliseren. Teefjes betekent oppassen, dan moet even worden uitgevonden wie er hoger in de rangorde staat en indien het beoogde slachtoffer de verkeerde signalen uitzendt dan wordt er bovenop gedoken. Aanlijnen dus, als er een vreemde, vrouwelijke hond in het vizier komt. Iets, wat negen van de tien keer aan de baasjes of vrouwtjes moet worden uitgelegd. Mensen nemen vaak een hond, zonder dat ze weten hoe een hond zich gedraagt en raken snel in paniek als er even wat uitgevochten moet worden. Zodra de verliezende partij op de rug gaat liggen is het vechten klaar. Maar leg dat maar eens uit aan iemand, die schrikt. Dus wordt Lotje aangelijnd, zodra er andere honden in de buurt komen. Uiteraard niet bij bekende en "bevriende" honden.

dinsdag 15 juni 2010

Troost in blik

U weet wel waar ik het over heb. Je zit niet goed in je vel, je hebt ruzie met je lief, met je baas, de overheid, je ligt in de knoop met je zelf. Je zoekt troost, maar woorden helpen je niet echt, of liever gezegd, daar wil je niet naar luisteren. Je zoekt een andere vorm van compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van een cadeautje.

Er zijn mensen die geven dan toe aan een zogenaamde vreet-kick en dat kan van alles zijn, zoet, hartig, als het maar veel is en belanden daarna in de meeste gevallen in een dip omdat ze zich schamen dat ze zich zo hebben laten gaan.

Andere mensen raken aan de drank, drugs of gaan gokken en zijn dan een paar weken onder zeil, weg, zoek, vermist. Meestal komen ze na verloop van tijd weer boven water en ook zij schamen zich. Dit is al een stuk ernstiger, omdat ze vooral te voorschijn komen omdat ze door hun (financiële) middelen heen zijn. Verslaving kun je het eigenlijk niet noemen, het is meer een dwangmatig iets. Je zit niet goed in je vel, je bent de weg kwijt en je wilt je goed voelen. Manisch gedrag dus.

Er is ook nog een derde groep, tot die groep behoor ik al een flink deel van mijn leven. Ook deze mensen zitten af en toe om de een of andere manier niet goed in hun vel en zoeken compensatie. Zij compenseren door te consumeren, dingen te kopen. Je hebt er, die kleren kopen, schoenen, parfum, elektronica, noem maar op.

Ik kocht een auto als ik me lekker wilde voelen. Een excentrieke en dwangmatige hobby en die begon in het midden van de jaren zeventig. In die tijd haalde ik mijn rijbewijs en kocht ik mijn eerste auto, eigenlijk mijn tweede, want in 1972 kocht ik al een oud Dafje, hoewel ik toen nog geen (auto)rijbewijs had. De eerste "echte" was een Opel Kadett uit 1969, een z.g. B-Kadett, bordeaux rood was het ding en hij barstte van de ventilatiegaten, bijvoorbeeld in de bodem. Geen punt in die tijd, want de APK werd een paar jaar later pas ingevoerd. Tweehonderd gulden betaalde ik voor het ding en ik heb er ongeveer een half jaar mee gereden.

Nu krijgt u een noodzakelijk stuk proza waarin ik, in de eerste plaats vooral voor mezelf, duidelijk probeer te krijgen, hoeveel auto's ik tussen pak 'm beet 1972 tot heden in bezit heb gehad. En ik vrees, dat ik ze lang niet allemaal voor de geest kan halen. Misschien saai, ik vind van niet, eerder fascinerend. Hou u vast.

1. Daffodil 750 1968, 2. Opel Kadett 1.1 (B-Kadett) 1969, 3. DAF 55 Marathon 1970, 4. Peugeot 504 1971, 5. Peugeot 204 1970, 6. Audi 80 LS 1.6 1973, 7. Renault 16 TL 1972, 8. Volkswagen Kever 1200 1971, 9. Mazda 929 Coupé 1971, 10. Suzuki 100 GX Coupé 1980, 11. Mitsubishi Galant 1600 1977, 12. Datsun 140 Y 1978, 13. Volvo 242 DL 1976, 14. Austin Allegro 1300 1974, 15. Ford Taunus 1600 aut. 1977, 16. Lada 1500 GL 1978, 17. Opel Kadett 1.2S (C-kadett) 1974, 18. Datsun Bluebird Station 1800 1979, 19. Lada 1200 S 1987, 20. VW Golf 1.5 D 1980, 21. Triumph Acclaim HLS 1.5 (gebaseerd op Honda Civic) 1982, 22. Opel Kadett Hatchback 1.4 (C-Kadett) 1978, 23. VW Jetta 1.6 1982, 24. Daihatsu Charade 1.0 Turbo Diesel 1992, 25. Renault 5 1982, 26. Citroën BX 1.9 TRD 1986, 27. Fiat Panda 45 1983, 28. Fiat Panda 750 Fire 1993, 29. Suzuki Alto 1982, 30. Rover Montego 2.0 1987, 31. Renault 18 Stationwagen 1988, 32. Volvo 343 GLS 2.0 1987, 33. Opel Kadett Station 1.7D 1988 (E-kadett), 34. Opel Ascona 1600E 1988, 35. Opel Corsa 1.4 1994, 36. Ford Fiesta 1100 CLX 1994, 37. Nissan Micra 1.0 1985, 38. Volvo 740 Diesel 1987, 39. Suzuki Alto 0.8 1986, 40. Volkswagen Golf II 1.8 1987 41. Honda Civic LS 1.5i VTEC 1998 (lease), 42. Peugeot 405 GRD 1988, 43. Mercedes 230.4 aut. 1975, 44. Citroën AX 1.1 First 1995, 45. Peugeot 405 1.6 Station 1991, 46. Opel Astra 1.7 D 1994, 47. Opel Kadett 1.8 S 1988, 48. Citroën BX Deauville 1.4 1992, 49. BMW 316i 1988, 50. Peugeot 205 XAD 1.9 1992, 51. Opel Combo 1.7 D 2001, 52. Suzuki Alto Twist 1.0 2001, 53. Toyota Corolla Sedan 1.6 16v 1998.

Zoals ik eerder opmerkte, ik zal er gerust een paar zijn vergeten, de lijst is ongeveer in chronologische volgorde en huize Kamps rijdt dus nu in een Toyota Corolla. De tijd dat een auto in bezit was varieerde van 5 dagen (Triumph Acclaim) tot ruim 3 jaar (Lada 1200S) en alles daar tussenin. Vaak genoeg waren er meerdere auto's in gebruik. De laatste jaren worden de periodes wat langer. Ik word wat ouder, heb wat meer rust in m'n kont en – ook niet onbelangrijk – onze financiële middelen zijn beperkt. Sinds pak 'm beet 2003 vlot het niet meer zo met mijn carrière en inmiddels ben ik 56 en ongeveer 11 maanden werkloos. Solliciteer trouw door, maar helaas zonder resultaat. Ja, en dan kun je wel verlekkerd naar autootjes kijken, maar ze niet kopen. Zo werkt dat.

Nu is het niet zo, dat ik altijd duizenden aan mijn onstuitbare honger naar blik uitgaf hoor. Pak 'm beet 65% van de aankopen werd geleverd door Lowietje van Esseveld van Sloperij 't Schermereiland te Alkmaar. Ik betaalde eigenlijk nooit meer dan tussen de 500 en 1500 gulden voor een nieuwe bolide. Ik beschouw hem als de autohandelaar met de beste garantie van Nederland, en wel tot het hek. In de werkplaats hing ook prominent een bord, voor iedereen zichtbaar, waar op stond: "Om klachten over de service te voorkomen, verlenen wij geen service". Je wist precies waar je aan toe was, je was geheel op je eigen inschattingsvermogen aangewezen. Nou, en dat is bij mij, net zoals bij de meeste andere consumenten, wisselend.

Ik kan dan ook een heleboel blogs vullen met avonturen die ik hier in Nederland en overal in Europa heb beleefd met mijn auto's en dit zal vast niet het laatste verhaal zijn wat ik er over vertel.

Voer voor psychologen? Zekers, maar die zien overal brood in. Deze aandoening is voor mij tot nu toe behoorlijk chronisch en de enige therapie die tot nu toe zijn vruchten af werpt is de actuele treurige stand van onze bankrekening.

Dus, het feit dat ik nu al weer een aardig tijdje rond rijdt in een Toyota, die ik eigenlijk al lang spuugzat ben, is ook de schuld van de recessie.

Den Haag, doe er wat aan.