Het syndroom van Asperger wordt tot de mildere vorm van het autismespectrum gerekend. Net als bij de andere stoornissen uit dit spectrum is er sprake van een
onhandige motoriek, moeite met het "lezen" van sociale situaties, gebrek
aan inlevingsvermogen, moeite met veranderingen, een neiging tot vaste
gewoonten, een voorkeur voor bezigheden en interesses met sterk
herhalende of systematische elementen, neiging tot obsessief gedrag en
makkelijk opgaan in een fantasiewereld (bron: Wikipedia). Mensen met Asperger zijn vaak bovengemiddeld intelligent, komen excentriek en wereldvreemd over of zijn "einzelgänger". Asperger sprak van "intelligentie-automaten" vanwege het idee dat deze patiënten alles met hun intelligentie deden, en hun gevoelsleven niet of nauwelijks aanspraken. Zoals zo vaak bij aan autisme gerelateerde stoornissen zijn de mannen/jongens veruit in de meerderheid.
Ze valt me direct op als ik voor de eerste keer op het schoolplein van de betreffende school kom. Een groep 7 leerlinge, dus een jaar of 10 oud, beeldschoon, maar alleen spelend tussen haar mede-schoolgenoten, verzonken in haar eigen droomwereldje. Een terloopse opmerking tegen collega's over haar bevestigt mijn vermoeden, een einzelgänger, leeft in haar eigen wereldje.
Later dat schooljaar geef ik een lesje over ict en peil de al aanwezige kennis over personal computers en het gebruik daar van. Bij elke vraag steekt zij haar vinger op en hengelt nadrukkelijk om aandacht. Wanneer ik haar aan de beurt laat komen, geeft ze een goed onderbouwd, degelijk antwoord, waarbij haar formele taalgebruik opvalt. Op het schoolplein is het nog precies het zelfde, ze loopt alleen, in gedachten verzonken. Als zij al contact maakt met leeftijdgenoten, is dat nooit lang en vaak is zij de eerste die het contact afbreekt. Verder valt op dat zij bij het minste of geringste incidentje met medeleerlingen, emotioneel uit het lood raakt en begint te huilen.
Aan het begin van dit schooljaar kwam men tot de conclusie dat zij op deze kleine dorpsschool niet op haar plaats was en kwam ik haar tegen in groep 8 op een basisschool in de naburige stad, Als enig aanwezige leerling zit zij tussen de middag op school haar broodje te eten. Klasgenootjes vragen haar wel mee naar huis, om daar te komen eten. Dat doet ze niet, een verklaring waarom zij niet mee gaat, geeft ze niet......
Het leven is zwaar en daarna ga je dood, de Nederlandse vertaling van "Life is hard and then you die". Hier meent iemand te moeten publiceren over dat zware leven, als één van de velen. Boalserter Maat, een alias van Jan Kamps, heeft in de 62 jaar dat hij op deez' aardkloot vertoeft al alles fout gedaan, waarvoor zijn dierb're ouders hem waarschuwden. Daarom denkt hij, dat hij recht op een mening heeft en die schreeuwt hij middels dit medium over u uit. Veel sterkte toegewenst.
vrijdag 14 oktober 2011
donderdag 13 oktober 2011
Berichten uit het Van Rappard Reservaat (1)
Wat is het Van Rappard Reservaat? De naamgever was van 1939 tot 1972 burgemeester van Gorinchem, Louis Mounir Rudolf (Rolly) ridder van Rappard (1906-1994) en oprichter van Nederlands Appèl, een ultra-conservatieve beweging die in 1971 meedeed met de verkiezingen van de Tweede Kamer, overigens met weinig succes, want men haalde de kiesdeler niet.
De Ridder van Rappard, zoals hij in de volksmond werd genoemd, was de belichaming van uiterst rechts in die dagen. Hij was tegen de NVSH (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming) en uiteraard ook tegen homoseksualiteit, lang haar bij mannen en andere linkse opvattingen. Op het laatst werd de man een karikatuur van zich zelf wat de cabaretier Paul van Vliet in een sketch uitbeeldde als gids in het denkbeeldige Van Rappard Reservaat, waar men o.a. de laatste Nederlandse maagd kon bezichtigen ("De heren worden dringend verzocht, om vooral niets door de tralies te steken!!") zie: http://youtu.be/1xmzcw3enH0. Onder deze kop wil ik vertellen over dingen, die zich in de maatschappij afspelen, waar van je denkt: "Hemel, bestaat dat nog?"
Verzuiling in de micro-kosmos
Bolsward bestaat vermoedelijk al vijftienhonderd jaar. In de vroege middeleeuwen is het ontstaan op twee terpen aan de oever van de Middelzee, een zeearm die na 1300 is dichtgeslibd. Uit die tijd komt ook het verhaal dat Bolsward destijds behoorde tot het Hanzeverbond en staat er bij diverse plaatsnaamborden aan de rand van het stadje nog trots "Hanzestad". Zwart op wit is daar echter nooit een sluitend bewijs van gevonden. Wat blijft is een voormalig vestingstadje, net als Naarden met een naar verhouding enorme kerk (de Sint Maarten of Martinikerk) en heel veel grachtjes en trapgeveltjes, heel dierbaar allemaal. Maar toch is het op de landkaart een beetje rare vlek. Schijnbaar in het midden van helemaal niets neergesmeten, tussen de Afsluitdijk en Sneek aan de A7 van Amsterdam naar Groningen.
Qua sfeer doet Bolsward me een beetje denken aan het Beverwijk van eind zestiger jaren, knus en vriendelijk. Dat was overigens voordat de gemeenteraad onder leiding van burgemeester Bruinsma (afkomstig uit, u raadt het al, Bolsward) het oude centrum van Beverwijk herstructureerde, wat in de praktijk betekende, naar God hielp. In wezen keerde ik terug naar de sfeer van mijn jeugd, toen ik in Bolsward ging wonen.
Ik hou écht van dit stadje.
Ook in andere dingen merk je de sfeer van de zestiger jaren. Bolsward is niet zo groot, je loopt om de binnenstad heen langs de stadgracht in krap 'n half uur en er wonen inclusief de buitenwijken net aan tienduizend inwoners. Als ik de hond uitlaat, loop ik de stad uit en loop ik om het gemeentelijk, of ik moet eigenlijk zeggen, het voormalig gemeentelijk sportpark heen, want Bolsward behoort sinds begin dit jaar tot de gemeente Sudwest-Fryslân en verloor daarmee haar titel als zelfstandige gemeente. Op het gemeentelijk sportpark huizen onder andere 3 voetbalverenigingen. In zo'n klein stadje? Jawel, let op, CAB (opgericht begin vorige eeuw door arbeiders van de zuivelfabriek Hollandia, 5e klas zondagamateurs), voetbalvereniging RES (opgericht in 1936 door Rooms Katholieke Bolswarders, 5e klas zondagamateurs) en cvv Bolswardia (opgericht in 1943 door het protestants christelijke deel van Bolsward, 3e klas zaterdagamateurs). Jawel, klaar voor het Van Rappard Reservaat, de verzuiling ten top, je hoort hier echt nog bij je "eigen" club. In heel Nederland behoort dat inmiddels wel een beetje tot het verleden, want je zou toch zeggen, maak er één club van, drie clubhuizen met kantines tegen de grond, één modern complex met geëxploiteerd sportcafé/restaurant en zaalvoetbalhal neerzetten en eens gaan denken aan wat meer ambities zoals Tweede Klasse, of welicht Eerste Klasse?
Zo niet in Bolsward, de zuilen kenmerken zich vooral door een selectief roestvast staal geheugen, er spelen dingen uit het verleden, zoals dat zo plastisch wordt uitgedrukt. Wat die dingen dan wel mogen zijn, krijg je niet te horen, volgens mij niet in de laatste plaats vanwege het feit dát nu juist een kenmerk is van een selectief geheugen; er spelen dingen van vroeger, maar waar het nu specifiek over gaat, dat weet men niet meer. Wat men wel weet is, dat men pal staat voor het eigen kluppie.
Sinds 2008 ben ik wedstrijdsecretaris van JV Bolsward, (nog een voetbalclub in Bolsward, een samenwerkingsverband van CAB en Bolswardia, JV staat voor Jeugd Vereniging) en vul gemakshalve ook nog de veldindeling en kleedkamerverdeling in van Bolswardia en DV Bolsward (ja hoor, nóg een vereniging, een samenwerkingsverband van alle drie de moederverenigingen, u raadt het al, de Dames Vereniging, bent u er nog?). In 2010 werd er een kunstgrasveld aangelegd op de plaats van het hoofdveld dat werd gebruikt door cvv Bolswardia en omdat elke vereniging maar de beschikking had over één volwaardig voetbalveld, was er een veld te kort. Overigens hebben Bolswardia en RES allebei ook nog een bijveld, maar die zijn allebei wat kleiner dan een volledig voetbalveld zou moeten zijn. Leuk voor jeugdvoetbal, maar voor volwassenen is het eigenlijk te krap. JV Bolsward heeft meer dan dertig teams en het tijdelijk uit gebruik zijn van het hoofdveld van Bolswardia, dat leverde problemen op. Vaak waren er wel achttien wedstrijden gepland op de zaterdag en dat ging gewoon niet. Als wedstrijdsecretaris ben ik toen in gesprek gegaan met de wedstrijdsecretaris van RES, heel gelukkig klikte het tussen ons en na een hoop heel diplomatiek geharrewar en glijmiddel werden de krachten samengebundeld.\
Het kunstgras is al een jaar in gebruik, maar de samenwerking heeft veel opgeleverd, inmiddels zijn de A en B-junioren van RES en JV Bolsward samengevoegd en na wat lawaaiige ledenvergaderingen in verschillende clubhuizen schijnt in de - hopelijk niet zo heel verre - toekomst, de geboorte van de SC Bolsward tot de mogelijkheden te behoren.
Maar dan moet de gemiddelde leeftijd van de bestuursleden van de diverse clubs (die is nu 107 jaar en 4 maanden) wel omlaag. Zodoende kan er dan jonger bloed met nieuw elan en frisse gedachten instromen. En daar is het wachten op.
De Ridder van Rappard, zoals hij in de volksmond werd genoemd, was de belichaming van uiterst rechts in die dagen. Hij was tegen de NVSH (Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming) en uiteraard ook tegen homoseksualiteit, lang haar bij mannen en andere linkse opvattingen. Op het laatst werd de man een karikatuur van zich zelf wat de cabaretier Paul van Vliet in een sketch uitbeeldde als gids in het denkbeeldige Van Rappard Reservaat, waar men o.a. de laatste Nederlandse maagd kon bezichtigen ("De heren worden dringend verzocht, om vooral niets door de tralies te steken!!") zie: http://youtu.be/1xmzcw3enH0. Onder deze kop wil ik vertellen over dingen, die zich in de maatschappij afspelen, waar van je denkt: "Hemel, bestaat dat nog?"
Verzuiling in de micro-kosmos
Bolsward bestaat vermoedelijk al vijftienhonderd jaar. In de vroege middeleeuwen is het ontstaan op twee terpen aan de oever van de Middelzee, een zeearm die na 1300 is dichtgeslibd. Uit die tijd komt ook het verhaal dat Bolsward destijds behoorde tot het Hanzeverbond en staat er bij diverse plaatsnaamborden aan de rand van het stadje nog trots "Hanzestad". Zwart op wit is daar echter nooit een sluitend bewijs van gevonden. Wat blijft is een voormalig vestingstadje, net als Naarden met een naar verhouding enorme kerk (de Sint Maarten of Martinikerk) en heel veel grachtjes en trapgeveltjes, heel dierbaar allemaal. Maar toch is het op de landkaart een beetje rare vlek. Schijnbaar in het midden van helemaal niets neergesmeten, tussen de Afsluitdijk en Sneek aan de A7 van Amsterdam naar Groningen.
Qua sfeer doet Bolsward me een beetje denken aan het Beverwijk van eind zestiger jaren, knus en vriendelijk. Dat was overigens voordat de gemeenteraad onder leiding van burgemeester Bruinsma (afkomstig uit, u raadt het al, Bolsward) het oude centrum van Beverwijk herstructureerde, wat in de praktijk betekende, naar God hielp. In wezen keerde ik terug naar de sfeer van mijn jeugd, toen ik in Bolsward ging wonen.
Ik hou écht van dit stadje.
Ook in andere dingen merk je de sfeer van de zestiger jaren. Bolsward is niet zo groot, je loopt om de binnenstad heen langs de stadgracht in krap 'n half uur en er wonen inclusief de buitenwijken net aan tienduizend inwoners. Als ik de hond uitlaat, loop ik de stad uit en loop ik om het gemeentelijk, of ik moet eigenlijk zeggen, het voormalig gemeentelijk sportpark heen, want Bolsward behoort sinds begin dit jaar tot de gemeente Sudwest-Fryslân en verloor daarmee haar titel als zelfstandige gemeente. Op het gemeentelijk sportpark huizen onder andere 3 voetbalverenigingen. In zo'n klein stadje? Jawel, let op, CAB (opgericht begin vorige eeuw door arbeiders van de zuivelfabriek Hollandia, 5e klas zondagamateurs), voetbalvereniging RES (opgericht in 1936 door Rooms Katholieke Bolswarders, 5e klas zondagamateurs) en cvv Bolswardia (opgericht in 1943 door het protestants christelijke deel van Bolsward, 3e klas zaterdagamateurs). Jawel, klaar voor het Van Rappard Reservaat, de verzuiling ten top, je hoort hier echt nog bij je "eigen" club. In heel Nederland behoort dat inmiddels wel een beetje tot het verleden, want je zou toch zeggen, maak er één club van, drie clubhuizen met kantines tegen de grond, één modern complex met geëxploiteerd sportcafé/restaurant en zaalvoetbalhal neerzetten en eens gaan denken aan wat meer ambities zoals Tweede Klasse, of welicht Eerste Klasse?
Zo niet in Bolsward, de zuilen kenmerken zich vooral door een selectief roestvast staal geheugen, er spelen dingen uit het verleden, zoals dat zo plastisch wordt uitgedrukt. Wat die dingen dan wel mogen zijn, krijg je niet te horen, volgens mij niet in de laatste plaats vanwege het feit dát nu juist een kenmerk is van een selectief geheugen; er spelen dingen van vroeger, maar waar het nu specifiek over gaat, dat weet men niet meer. Wat men wel weet is, dat men pal staat voor het eigen kluppie.
Sinds 2008 ben ik wedstrijdsecretaris van JV Bolsward, (nog een voetbalclub in Bolsward, een samenwerkingsverband van CAB en Bolswardia, JV staat voor Jeugd Vereniging) en vul gemakshalve ook nog de veldindeling en kleedkamerverdeling in van Bolswardia en DV Bolsward (ja hoor, nóg een vereniging, een samenwerkingsverband van alle drie de moederverenigingen, u raadt het al, de Dames Vereniging, bent u er nog?). In 2010 werd er een kunstgrasveld aangelegd op de plaats van het hoofdveld dat werd gebruikt door cvv Bolswardia en omdat elke vereniging maar de beschikking had over één volwaardig voetbalveld, was er een veld te kort. Overigens hebben Bolswardia en RES allebei ook nog een bijveld, maar die zijn allebei wat kleiner dan een volledig voetbalveld zou moeten zijn. Leuk voor jeugdvoetbal, maar voor volwassenen is het eigenlijk te krap. JV Bolsward heeft meer dan dertig teams en het tijdelijk uit gebruik zijn van het hoofdveld van Bolswardia, dat leverde problemen op. Vaak waren er wel achttien wedstrijden gepland op de zaterdag en dat ging gewoon niet. Als wedstrijdsecretaris ben ik toen in gesprek gegaan met de wedstrijdsecretaris van RES, heel gelukkig klikte het tussen ons en na een hoop heel diplomatiek geharrewar en glijmiddel werden de krachten samengebundeld.\
Het kunstgras is al een jaar in gebruik, maar de samenwerking heeft veel opgeleverd, inmiddels zijn de A en B-junioren van RES en JV Bolsward samengevoegd en na wat lawaaiige ledenvergaderingen in verschillende clubhuizen schijnt in de - hopelijk niet zo heel verre - toekomst, de geboorte van de SC Bolsward tot de mogelijkheden te behoren.
Maar dan moet de gemiddelde leeftijd van de bestuursleden van de diverse clubs (die is nu 107 jaar en 4 maanden) wel omlaag. Zodoende kan er dan jonger bloed met nieuw elan en frisse gedachten instromen. En daar is het wachten op.
maandag 13 september 2010
't Is herfst en ik heb de blues
Een collega bij de Alkmaarsche Courant, de werkgever waar ik het in een ver verleden het langst heb uitgehouden zei het al tegen me en toen moest ik er altijd vreselijk om lachen: "Jan, we benne allemaal deukuh!" Als je een vroege dertiger bent zie je dat nog niet zo, maar verdomd, hij heeft gelijk gehad. Als ik naar mezelf kijk met al m'n gebreken kan ik niets anders beamen, dan dat ik één van die "deukuh" ben.
Eén van m'n gebreken is een totaal gebrek aan muzikaal talent en dat betreur ik zeer. Ik heb het geprobeerd hoor, een hele tijd achter het klavier en elke week trouw naar les. Als toetsenbordbewerker bij een krant meende ik enige verwantschap te voelen met een pianist/organist. Nou, da's toch wat anders en na pak 'm beet een jaar bloedig studeren had ik voor "Boer d'r ligt een kip in 't water" nog bladmuziek nodig. Ook had ik absoluut geen last van maatgevoel, ik leek corporal Jones van "Daar komen de schutters" wel. Zingen dan? Als ik vijf minuten heel hartstochtelijk zing heb ik een volkstuin van 300 vierkante meter voor minstens vijf jaar onkruidvrij gemaakt. Om eerlijk te zijn, vrees ik dat er nooit meer wat groeit en bloeit en zelfs de mollen emigreren naar een ander continent.
Het vervelende is, dat ik gek ben op muziek, vooral de wat rauwere blues. Dode helden van mij zijn Stevie Ray Vaughn en Jimi Hendrix (1 blues album gemaakt, ge-wel-dig), nog levende helden zijn Walter Trout en Omar Dikes. Maar ik doe de wereld een groot plezier door er alleen maar naar te luisteren. Nooit zal ik een fatsoenlijk akkoord kunnen krijgen uit een Fender Stratocaster of een Gibson Les Paul. Nooit zal er iemand zwijmelen als ik een Hammond-orgel vet laat aanzwellen in F-mineur. Domweg geen talent, geen greintje.
Zo jammer, want ik heb absoluut de blues in me. Ga maar na: Altijd geldgebrek, twee linkerhanden, ondernemersbloed heb ik ook geprobeerd (failliet gegaan dus), ik hou het nooit lang vol bij een werkgever, ik begin mijn leeftijd tegen te krijgen, lichamelijk mankeer ik van alles en nog wat en als ik 's ochtends onnadenkend en onvoorbereid in de spiegel kijk, springen bij mezelf de tranen in de ogen. Huub van der Lubbe heeft ooit speciaal voor mij een lied gecomponeerd, "Ik ben nergens goed voor". Ik had het kunnen schrijven, maar ik deed het niet. Ik corrigeer mezelf, ik heb niet de blues in me, maar ik heb driedubbel de blues in me. Af en toe krijg ik de neiging om mezelf achter het behang te plakken en te gaan verhuizen.
Maar dan komt m'n lief langs met de koffie en ze strijkt haar hand even door wat er van m'n haar over is en dan bedenk ik: "O ja, er is ook nog zoiets als liefde...... En liefde krijg ik in grote hoeveelheden en daar geniet ik heel gulzig van.... Als ik één ding goed heb gedaan, dan is het wel het feit, dat ik de liefde van m'n leven heb gevonden".
Morgen ga ik maar eens een poging doen om wat rekeningen te betalen. Ik krijg van te voren al de blues.........
Eén van m'n gebreken is een totaal gebrek aan muzikaal talent en dat betreur ik zeer. Ik heb het geprobeerd hoor, een hele tijd achter het klavier en elke week trouw naar les. Als toetsenbordbewerker bij een krant meende ik enige verwantschap te voelen met een pianist/organist. Nou, da's toch wat anders en na pak 'm beet een jaar bloedig studeren had ik voor "Boer d'r ligt een kip in 't water" nog bladmuziek nodig. Ook had ik absoluut geen last van maatgevoel, ik leek corporal Jones van "Daar komen de schutters" wel. Zingen dan? Als ik vijf minuten heel hartstochtelijk zing heb ik een volkstuin van 300 vierkante meter voor minstens vijf jaar onkruidvrij gemaakt. Om eerlijk te zijn, vrees ik dat er nooit meer wat groeit en bloeit en zelfs de mollen emigreren naar een ander continent.
Het vervelende is, dat ik gek ben op muziek, vooral de wat rauwere blues. Dode helden van mij zijn Stevie Ray Vaughn en Jimi Hendrix (1 blues album gemaakt, ge-wel-dig), nog levende helden zijn Walter Trout en Omar Dikes. Maar ik doe de wereld een groot plezier door er alleen maar naar te luisteren. Nooit zal ik een fatsoenlijk akkoord kunnen krijgen uit een Fender Stratocaster of een Gibson Les Paul. Nooit zal er iemand zwijmelen als ik een Hammond-orgel vet laat aanzwellen in F-mineur. Domweg geen talent, geen greintje.
Zo jammer, want ik heb absoluut de blues in me. Ga maar na: Altijd geldgebrek, twee linkerhanden, ondernemersbloed heb ik ook geprobeerd (failliet gegaan dus), ik hou het nooit lang vol bij een werkgever, ik begin mijn leeftijd tegen te krijgen, lichamelijk mankeer ik van alles en nog wat en als ik 's ochtends onnadenkend en onvoorbereid in de spiegel kijk, springen bij mezelf de tranen in de ogen. Huub van der Lubbe heeft ooit speciaal voor mij een lied gecomponeerd, "Ik ben nergens goed voor". Ik had het kunnen schrijven, maar ik deed het niet. Ik corrigeer mezelf, ik heb niet de blues in me, maar ik heb driedubbel de blues in me. Af en toe krijg ik de neiging om mezelf achter het behang te plakken en te gaan verhuizen.
Maar dan komt m'n lief langs met de koffie en ze strijkt haar hand even door wat er van m'n haar over is en dan bedenk ik: "O ja, er is ook nog zoiets als liefde...... En liefde krijg ik in grote hoeveelheden en daar geniet ik heel gulzig van.... Als ik één ding goed heb gedaan, dan is het wel het feit, dat ik de liefde van m'n leven heb gevonden".
Morgen ga ik maar eens een poging doen om wat rekeningen te betalen. Ik krijg van te voren al de blues.........
donderdag 12 augustus 2010
Heel erge kramp
Donderdagavond 12 augustus was er een item bij 2 Vandaag over een jongen van 15 die het leven niet meer aankon en zich verhing in het Amsterdamse Bos. Ik heb al een heleboel meegemaakt in het leven en toch ben ik nog altijd aangedaan vanwege zulke berichtgeving. Waar sommigen blijk geven van een gebrek aan empathisch vermogen, heb ik daar een overvloed van. Niet dat ik dat een mindere eigenschap van mezelf vind maar ik ga er steeds mee op de loop.
De jongen had een schisis, beter bekend als een hazenlip, een brilletje op en een windkracht-twaalf-zuidwester-storm kapsel. Dan is het niet zo leuk opgroeien in het Amsterdam van de vroege 21e eeuw, zeker niet wanneer de adolescentie nadert. De arme puber werd, uiteraard zeg ik met enige mismoedigheid, vreselijk gepest op school en door de kinderen op straat. Als puber is onzekerheid zo wie zo een dagelijkse state of mind en dan sta je niet bepaald te wachten op de spottende commentaren van je leeftijdsgenoten, die je met alle liefde nog verder de grond in boren. Dat zoiets uiteindelijk in niet geringe mate bijdraagt aan de ondergang van een leven, dat de kans niet krijgt zich te ontplooien, stemt me droef.
Op de scholen, waarop ik gewerkt heb, zocht ik de kinderen, die wat minder door moeder Natuur bedeeld waren en daar duidelijk last van hadden juist op en probeerde ik contact met hen te maken, hun talenten te ontdekken en die te stimuleren. Niet, dat ik vroeger zelf een lelijk kind was, ik viel niet op en ben altijd redelijk weerbaar geweest, zowel verbaal als fysiek. De betrokkenheid bij mensen met wie het wat minder gaat, heeft meer te maken met mijn opvoeding denk ik, mijn ouders hebben me al redelijk vroeg bewust gemaakt van het feit, dat niet alles vanzelf gaat in dit leven en dat sommige mensen, dieren en processen af en toe een steuntje in de rug nodig hebben. We (mijn zusje, broertje en ik) werden ook niet weggehouden bij ziekte, lijden en sterven. Zeker mijn moeder verstopte haar emoties niet en uiteraard leer je daar van en neem je daar het een en ander van over.
De maatschappij heeft zich verhard en één van de oorzaken daarvan is de verandering van de consumptie-behoefte. Allemaal een eigen huis, het liefst twee of drie auto's voor de deur, zodat niemand mistast, minimaal twee keer op vakantie per jaar plus een paar weekendjes weg. Voor minder doen we het niet en uiteraard zal iedereen weten dat we het goed hebben. Dien ten gevolge nemen we iedereen in onze omgeving de maat en is de competitie onderling heel groot. En dat laten we luid en duidelijk weten. Dat hele circus kost geld dat het barst en daarom is elke inbreng van inkomsten welkom. Nog niet zo lang geleden was het doodnormaal dat er één kostwinner per huishouden was, in 99 procent van de gevallen was dat de man en de vrouw bleef thuis en was verantwoordelijk voor de huishouding en het opvoeden van de kinderen. Nu werken allebei de partners om het luxe leven te kunnen financieren en de nazaten worden uitbesteed bij kinderopvang, naschoolse opvang, of wat voor opvang dan ook, als pa en moe hun "ding" (jakkes) maar kunnen doen. Daarmee verdwijnt een heel stuk opvoeding in de schaduw van het bestaan en kan het zomaar voorkomen, dat de gemiddelde dertienjarige het normbesef van een grindtegel heeft, ongeveer net zoals de oppervlakte van hun gezichtshuid op die leeftijd.
Als dan een puber, die het ook niet kan helpen dat zijn gelaat niet aan de "norm" voldoet, het leven ontvlucht en een einde aan zijn leven maakt, dan is dat in principe een schreeuw, een protest tegen die voortrazende maatschappij. Men zal weer tot het besef moeten komen, dat het individu de maatschappij niet maakt, maar dat we die met zijn allen maken. Maar dan moet wel iedereen mee kunnen doen, mooi en lelijk. Als er teveel muizen en ratten in een ruimte zijn, gaan ze aan elkaar vreten en de zwakken zijn dan van nature de klos. Wij mensen claimen dat we zoveel beter zijn dan dieren. Als dat zo zou zijn, dan had de zelfmoord van een vijftienjarige jongen met een hazenlip, een brilletje en een plofkapsel wellicht voorkomen kunnen worden.
In september komt er een boek uit van de moeder van de jongen, waarin zij beschrijft hoe het leven van haar zoon is verlopen. Zou verplichte literatuur moeten worden bij opleidingen in de pedagogie en de jeugdzorg. Wellicht is het ook aan te bevelen bij mens en maatschappij in de bovenbouw van het voortgezette onderwijs.
De jongen had een schisis, beter bekend als een hazenlip, een brilletje op en een windkracht-twaalf-zuidwester-storm kapsel. Dan is het niet zo leuk opgroeien in het Amsterdam van de vroege 21e eeuw, zeker niet wanneer de adolescentie nadert. De arme puber werd, uiteraard zeg ik met enige mismoedigheid, vreselijk gepest op school en door de kinderen op straat. Als puber is onzekerheid zo wie zo een dagelijkse state of mind en dan sta je niet bepaald te wachten op de spottende commentaren van je leeftijdsgenoten, die je met alle liefde nog verder de grond in boren. Dat zoiets uiteindelijk in niet geringe mate bijdraagt aan de ondergang van een leven, dat de kans niet krijgt zich te ontplooien, stemt me droef.
Op de scholen, waarop ik gewerkt heb, zocht ik de kinderen, die wat minder door moeder Natuur bedeeld waren en daar duidelijk last van hadden juist op en probeerde ik contact met hen te maken, hun talenten te ontdekken en die te stimuleren. Niet, dat ik vroeger zelf een lelijk kind was, ik viel niet op en ben altijd redelijk weerbaar geweest, zowel verbaal als fysiek. De betrokkenheid bij mensen met wie het wat minder gaat, heeft meer te maken met mijn opvoeding denk ik, mijn ouders hebben me al redelijk vroeg bewust gemaakt van het feit, dat niet alles vanzelf gaat in dit leven en dat sommige mensen, dieren en processen af en toe een steuntje in de rug nodig hebben. We (mijn zusje, broertje en ik) werden ook niet weggehouden bij ziekte, lijden en sterven. Zeker mijn moeder verstopte haar emoties niet en uiteraard leer je daar van en neem je daar het een en ander van over.
De maatschappij heeft zich verhard en één van de oorzaken daarvan is de verandering van de consumptie-behoefte. Allemaal een eigen huis, het liefst twee of drie auto's voor de deur, zodat niemand mistast, minimaal twee keer op vakantie per jaar plus een paar weekendjes weg. Voor minder doen we het niet en uiteraard zal iedereen weten dat we het goed hebben. Dien ten gevolge nemen we iedereen in onze omgeving de maat en is de competitie onderling heel groot. En dat laten we luid en duidelijk weten. Dat hele circus kost geld dat het barst en daarom is elke inbreng van inkomsten welkom. Nog niet zo lang geleden was het doodnormaal dat er één kostwinner per huishouden was, in 99 procent van de gevallen was dat de man en de vrouw bleef thuis en was verantwoordelijk voor de huishouding en het opvoeden van de kinderen. Nu werken allebei de partners om het luxe leven te kunnen financieren en de nazaten worden uitbesteed bij kinderopvang, naschoolse opvang, of wat voor opvang dan ook, als pa en moe hun "ding" (jakkes) maar kunnen doen. Daarmee verdwijnt een heel stuk opvoeding in de schaduw van het bestaan en kan het zomaar voorkomen, dat de gemiddelde dertienjarige het normbesef van een grindtegel heeft, ongeveer net zoals de oppervlakte van hun gezichtshuid op die leeftijd.
Als dan een puber, die het ook niet kan helpen dat zijn gelaat niet aan de "norm" voldoet, het leven ontvlucht en een einde aan zijn leven maakt, dan is dat in principe een schreeuw, een protest tegen die voortrazende maatschappij. Men zal weer tot het besef moeten komen, dat het individu de maatschappij niet maakt, maar dat we die met zijn allen maken. Maar dan moet wel iedereen mee kunnen doen, mooi en lelijk. Als er teveel muizen en ratten in een ruimte zijn, gaan ze aan elkaar vreten en de zwakken zijn dan van nature de klos. Wij mensen claimen dat we zoveel beter zijn dan dieren. Als dat zo zou zijn, dan had de zelfmoord van een vijftienjarige jongen met een hazenlip, een brilletje en een plofkapsel wellicht voorkomen kunnen worden.
In september komt er een boek uit van de moeder van de jongen, waarin zij beschrijft hoe het leven van haar zoon is verlopen. Zou verplichte literatuur moeten worden bij opleidingen in de pedagogie en de jeugdzorg. Wellicht is het ook aan te bevelen bij mens en maatschappij in de bovenbouw van het voortgezette onderwijs.
donderdag 5 augustus 2010
Je maakt wat mee met AaDeeHaaDee
't Staat leuk in je cv, ervaringsdeskundige in het opvoeden van kinderen met gedragsstoornissen. Onze beide zoons hadden en hebben ADHD. Vastgesteld. Door mensen die het kunnen weten. Gediplomeerd. En niet vanwege een cursusje bij het LOI. Academici. Profs. Vaak iets met "psych" er in.
En, om een stijlkenmerk van Paul de Leeuw te gebruiken, je wordt 's ochtends wakker en je kinderen hebben ADHD...... Hoe verloopt je dag? Lawaaiig, druk, stressvol en je gevoel van eigenwaarde wordt ontelbare keren op een dag geëvalueerd. En niet alleen door jezelf en je partner. Vooral niet door jezelf en je partner is wellicht beter, want daar heb je het te druk voor en te weinig energie voor. Anderen evalueren jouw gevoel voor eigenwaarde wel en verdomd, je hebt knap wat botteriken op dit aardse tranendal die je onomwonden vertellen dat je het verkeerd doet en een slechte opvoeder bent. Anderen zagen op een wat minder directe manier aan je stoelpoten door op te merken, "Jullie doen het hartstikke goed hoor, maar....." De rest wordt door de verdoofde ouder niet meer opgemerkt, want die is dan bezig wat zelfbeheersing te mobiliseren en dat valt niet mee als je zoveel voor je kiezen krijgt... Wel, dat heeft in mijn geval bij elkaar zo'n 12, 13 jaar geduurd en in het geval van mijn echtgenote zo'n 21 jaar. Toen ik in hun leven kwam, was de oudste net geen tien en de jongste net geen zeven jaar oud.
Over de jongens en hun gedrag zal ik verder niet al te veel uitweiden, kenmerken van ADHD-mensen zijn genoegzaam bekend geworden de afgelopen 10, 15 jaar. Het komt er op neer dat hun gedrag en emoties geen grenzen kennen. Die moeten constant voor hen worden afgebakend om het leven overzichtelijk te houden voor hen en niet in de laatste plaats voor degenen die met hen leven. Dus als opvoeder heb je constant het gevoel op verschillende fronten te strijden. Als degene die de "gewone" wereld uitlegt wie en wat een ADHD-er is en als degene die achter hen de puinhopen opruimt en nazorg verleent.
Iets van deze tijd? Nee, alleen de methodiek om er mee om te gaan is veranderd. Iedereen herinnert zich uit de kindertijd nog wel kinderen, die anders waren dan anderen en door hun gedrag opvielen. Als het erg opvallend was, dan duurde het meestal nooit lang en verdwenen ze uit je leven. Er werd niet zoveel uitgelegd aan kinderen in die tijd. Later hoorde ik dan, dat die kinderen naar het buitengewoon onderwijs waren vertrokken. Bij ons in de IJmond gebeurde het ook wel dat onhandelbare jongens van twaalf, dertien als scheepsjongen werden meegegeven op sleepboten van Wijsmuller, die over de hele wereld voeren en vaak maar 1 keer in de paar jaar in IJmuiden terugkeerden. Op zo'n klein wereldje werd er wat meer individueel gericht opgevoed, zal ik dan maar zeggen, te meer, omdat die sleepboten vaak weken, zelfs maanden nergens afmeerden en dan kon zo'n kind natuurlijk geen kant op. 't Waren wat dat betreft barre tijden.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw leerde ik destijds mijn echtgenote kennen. Toen heette het hokje waarin moeilijk opvoedbare kinderen werden gestopt nog geen ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), maar MBD (minimal brain dysfunction) dat heel plastisch en ouder-onvriendelijk werd omschreven als een "aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit". Bij het consultatiebureau werd dat afgedaan als: "ach mevrouw, wees blij dat er wat in zit" en "u moet vooral consequent zijn in de opvoeding" en daarmee kon mijn echtgenote het doen. Kinderen allebei naar een LOM-school en daarmee werd er wel voldoende ondersteuning geboden vond men. De familie en toenmalige kennissen waren nog stelliger met hun over het algemeen probleemloos opgroeiende kinderen, we waren geen goede ouders en de jongens zouden voor galg en rad opgroeien.
Inmiddels zijn de heren 35 en 32 jaar oud en gesettled met relatie en kinderen. Ze doen het goed. Wij hebben ernstig grijs haar en inmiddels heel andere vrienden en kennissen. Familie heb je en daar moet je het mee doen. Zo is dat nu eenmaal.
Die weg naar hun volwassenheid is lang en vol obstakels geweest en ik moet met enige trots zeggen, wat ze hebben bereikt hebben ze vooral aan zichzelf te danken. Ik kan daar denk ik wel een boek over schrijven van minstens duizend pagina's. Wellicht dat ik er in volgende blogs vaker op terug kom. Ik moet nog even nadenken in welke vorm ik dat dan zal gieten, omdat ik de privacy van de mensen in mijn omgeving graag wil beschermen.
En, om een stijlkenmerk van Paul de Leeuw te gebruiken, je wordt 's ochtends wakker en je kinderen hebben ADHD...... Hoe verloopt je dag? Lawaaiig, druk, stressvol en je gevoel van eigenwaarde wordt ontelbare keren op een dag geëvalueerd. En niet alleen door jezelf en je partner. Vooral niet door jezelf en je partner is wellicht beter, want daar heb je het te druk voor en te weinig energie voor. Anderen evalueren jouw gevoel voor eigenwaarde wel en verdomd, je hebt knap wat botteriken op dit aardse tranendal die je onomwonden vertellen dat je het verkeerd doet en een slechte opvoeder bent. Anderen zagen op een wat minder directe manier aan je stoelpoten door op te merken, "Jullie doen het hartstikke goed hoor, maar....." De rest wordt door de verdoofde ouder niet meer opgemerkt, want die is dan bezig wat zelfbeheersing te mobiliseren en dat valt niet mee als je zoveel voor je kiezen krijgt... Wel, dat heeft in mijn geval bij elkaar zo'n 12, 13 jaar geduurd en in het geval van mijn echtgenote zo'n 21 jaar. Toen ik in hun leven kwam, was de oudste net geen tien en de jongste net geen zeven jaar oud.
Over de jongens en hun gedrag zal ik verder niet al te veel uitweiden, kenmerken van ADHD-mensen zijn genoegzaam bekend geworden de afgelopen 10, 15 jaar. Het komt er op neer dat hun gedrag en emoties geen grenzen kennen. Die moeten constant voor hen worden afgebakend om het leven overzichtelijk te houden voor hen en niet in de laatste plaats voor degenen die met hen leven. Dus als opvoeder heb je constant het gevoel op verschillende fronten te strijden. Als degene die de "gewone" wereld uitlegt wie en wat een ADHD-er is en als degene die achter hen de puinhopen opruimt en nazorg verleent.
Iets van deze tijd? Nee, alleen de methodiek om er mee om te gaan is veranderd. Iedereen herinnert zich uit de kindertijd nog wel kinderen, die anders waren dan anderen en door hun gedrag opvielen. Als het erg opvallend was, dan duurde het meestal nooit lang en verdwenen ze uit je leven. Er werd niet zoveel uitgelegd aan kinderen in die tijd. Later hoorde ik dan, dat die kinderen naar het buitengewoon onderwijs waren vertrokken. Bij ons in de IJmond gebeurde het ook wel dat onhandelbare jongens van twaalf, dertien als scheepsjongen werden meegegeven op sleepboten van Wijsmuller, die over de hele wereld voeren en vaak maar 1 keer in de paar jaar in IJmuiden terugkeerden. Op zo'n klein wereldje werd er wat meer individueel gericht opgevoed, zal ik dan maar zeggen, te meer, omdat die sleepboten vaak weken, zelfs maanden nergens afmeerden en dan kon zo'n kind natuurlijk geen kant op. 't Waren wat dat betreft barre tijden.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw leerde ik destijds mijn echtgenote kennen. Toen heette het hokje waarin moeilijk opvoedbare kinderen werden gestopt nog geen ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), maar MBD (minimal brain dysfunction) dat heel plastisch en ouder-onvriendelijk werd omschreven als een "aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit". Bij het consultatiebureau werd dat afgedaan als: "ach mevrouw, wees blij dat er wat in zit" en "u moet vooral consequent zijn in de opvoeding" en daarmee kon mijn echtgenote het doen. Kinderen allebei naar een LOM-school en daarmee werd er wel voldoende ondersteuning geboden vond men. De familie en toenmalige kennissen waren nog stelliger met hun over het algemeen probleemloos opgroeiende kinderen, we waren geen goede ouders en de jongens zouden voor galg en rad opgroeien.
Inmiddels zijn de heren 35 en 32 jaar oud en gesettled met relatie en kinderen. Ze doen het goed. Wij hebben ernstig grijs haar en inmiddels heel andere vrienden en kennissen. Familie heb je en daar moet je het mee doen. Zo is dat nu eenmaal.
Die weg naar hun volwassenheid is lang en vol obstakels geweest en ik moet met enige trots zeggen, wat ze hebben bereikt hebben ze vooral aan zichzelf te danken. Ik kan daar denk ik wel een boek over schrijven van minstens duizend pagina's. Wellicht dat ik er in volgende blogs vaker op terug kom. Ik moet nog even nadenken in welke vorm ik dat dan zal gieten, omdat ik de privacy van de mensen in mijn omgeving graag wil beschermen.
maandag 2 augustus 2010
Klein leed (1)
Zomer 1967. Ik ben 13, te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken, 't liefst zou ik nog cowboytje willen spelen, maar in je eentje is dat een beetje sneu. Veel van mijn speelkameraadjes zijn op vakantie met hun ouders. In die dagen was dat meestal weg met een tentje naar de Veluwe, Overijssel of Drenthe. Een enkeling moest afzien achterin de Kever van pa en ging naar exotische oorden als Oostenrijk of Zwitserland. Wij niet, wij bleven thuis. In Velsen-Noord was niets te doen en met toeristische attracties als Hoogovens en aanverwante industrieën, Van Gelder Papierfabrieken en de elektriciteitscentrales van het PEN (Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland) was het een oord waar je niet wilde zijn.
Als de verveling te veel ging knellen ging ik vaak naar de Velser Pont, het veer dat over het Noordzeekanaal voer (en vaart) en Velsen-Noord met Velsen-Zuid en IJmuiden-Oost verbindt. Die keer ging ik op de fiets, niet zo heel vanzelfsprekend, want ik had het ding nieuw gekregen en ik moest er zuinig op zijn en dat poogde mijn ouders te bewerkstelligen door mij er alleen op zon- en feestdagen op te laten rijden. Logica? Nou nee, meer het koesteren van het met moeite verworven stuk eigendom. In 1967 was je spekkoper als je als kostwinner duizend gulden (€ 450,00) in de maand verdiende. De meeste arbeiders (zo heetten die toen nog) kwamen niet verder dan zeven honderd vijftig gulden (€ 337,50). Moeder was thuis en zorgde voor de kinderen en pa verdiende het in zijn eentje, zo ging dat toen nog.
Het was door de weeks, ik weet het zeker, maar ik reed op de fiets naar de Velser Pont en reed naar het naastgelegen havenhoofd van de Derde Rijks Binnenhaven, ook wel Staalhaven genoemd, hier kon ik uren lang de tijd zoek brengen met het kijken naar het scheepvaartverkeer op het Noordzeekanaal vanaf en richting de zeesluizen van IJmuiden. Als je geluk had, kwam er een heel groot schip, zoals een schip van de Holland Amerika Lijn of een oorlogsschip langs of anders een tanker. Van de kleine binnen- en kustvaart kende ik in de loop der jaren vrij veel schepen van naam en waar ze vandaan kwamen, wat ze als lading hadden en wanneer ze langs kwamen of, zoals de Willy Huber uit Hamburg, af meerden in de Derde Rijks Binnenhaven en rollen roestvrij staal laadden. Om het havenhoofd liep een wandelpad, wat lager gelegen, dat uitkwam langs een smal jaagpad, waar langs meestal binnenvaartschepen af meerden. Dit kon je volgen tot het einde van de haven, waar het koelwater van de elektriciteitscentrales werd geloosd. Er werd wel meer geloosd, door Hoogovens, de Papierfabrieken en aanverwante industrieën en over de effecten op de natuur werd nog niet zo nagedacht. Volgens mij kon je toen een filmpje ontwikkelen in het water van het Noordzeekanaal, zo smerig.
Na een tijdje verveelde ik me, er kwam blijkbaar weinig scheepvaart verkeer langs die dag en ik besloot om te keren en naar huis te gaan. Ik reed het talud van het havenhoofd af met de bedoeling het jaagpad op te sturen en daar langs richting Velsen-Noord te rijden. Verkeerd gedacht, want het talud had een hellingspercentage van pak 'm beet een procent of dertig en ik hield m'n stuur niet. In plaats van het jaagpad op reed ik rechtstreeks het Noordzeekanaal in... Het Noordzeekanaal is zoals de meeste kanalen en rivieren nabij de oevers nog niet zo diep, dat gaat geleidelijk aan naar beneden. Maar door de hellingshoek ging ik best wel hard naar beneden en voordat ik het besef had om te remmen zat ik tot op mijn nek in het water. Met nadruk, ik zat....... op mijn fiets.......
Dertig meter links van mij, in de richting van de Velsertunnel, lag de Velserpont te wachten op de volgende afvaart. Het veer voer om de tien minuten, de klok rond. Het was (en is) de enige verbinding voor voetgangers en fietsers tussen de Noordelijke en Zuidelijke IJmond, dus er werd (en wordt) druk gebruik van gemaakt. De enige andere mogelijkheid voor voetgangers en fietsers is via de sluizen, een omweg van zo'n zes kilometer.
In ieder geval hadden de mensen die op de pont stonden te wachten totdat die vertrok een verzetje, geheel onbaatzuchtig verzorgd door een puisterige puber uit Velsen-Noord die het stuur van zijn fiets niet hield en de plomp in reed... Ik hoor nog hun dankbare vrolijkheid om mijn domheid.
Het is één van die momenten die voorbij flitst op mijn sterfbed, ik weet het zeker. Ik heb al een paar herbelevingen gehad in koortsdromen. De afloop? Druipnat thuis gekomen en weinig begrip van mijn moeder. Laat ik het zo stellen, 't was een nogal lawaaiige thuiskomst, de hele buurt kon er van mee genieten. 't Was niet de eerste keer, water heeft een niet te ontlopen aantrekkingskracht op mijn persoontje. 't Ergste, vond ik zelf, was, ik zat nog op die fiets...... tot mijn nek in het water......
Als de verveling te veel ging knellen ging ik vaak naar de Velser Pont, het veer dat over het Noordzeekanaal voer (en vaart) en Velsen-Noord met Velsen-Zuid en IJmuiden-Oost verbindt. Die keer ging ik op de fiets, niet zo heel vanzelfsprekend, want ik had het ding nieuw gekregen en ik moest er zuinig op zijn en dat poogde mijn ouders te bewerkstelligen door mij er alleen op zon- en feestdagen op te laten rijden. Logica? Nou nee, meer het koesteren van het met moeite verworven stuk eigendom. In 1967 was je spekkoper als je als kostwinner duizend gulden (€ 450,00) in de maand verdiende. De meeste arbeiders (zo heetten die toen nog) kwamen niet verder dan zeven honderd vijftig gulden (€ 337,50). Moeder was thuis en zorgde voor de kinderen en pa verdiende het in zijn eentje, zo ging dat toen nog.
Het was door de weeks, ik weet het zeker, maar ik reed op de fiets naar de Velser Pont en reed naar het naastgelegen havenhoofd van de Derde Rijks Binnenhaven, ook wel Staalhaven genoemd, hier kon ik uren lang de tijd zoek brengen met het kijken naar het scheepvaartverkeer op het Noordzeekanaal vanaf en richting de zeesluizen van IJmuiden. Als je geluk had, kwam er een heel groot schip, zoals een schip van de Holland Amerika Lijn of een oorlogsschip langs of anders een tanker. Van de kleine binnen- en kustvaart kende ik in de loop der jaren vrij veel schepen van naam en waar ze vandaan kwamen, wat ze als lading hadden en wanneer ze langs kwamen of, zoals de Willy Huber uit Hamburg, af meerden in de Derde Rijks Binnenhaven en rollen roestvrij staal laadden. Om het havenhoofd liep een wandelpad, wat lager gelegen, dat uitkwam langs een smal jaagpad, waar langs meestal binnenvaartschepen af meerden. Dit kon je volgen tot het einde van de haven, waar het koelwater van de elektriciteitscentrales werd geloosd. Er werd wel meer geloosd, door Hoogovens, de Papierfabrieken en aanverwante industrieën en over de effecten op de natuur werd nog niet zo nagedacht. Volgens mij kon je toen een filmpje ontwikkelen in het water van het Noordzeekanaal, zo smerig.
Na een tijdje verveelde ik me, er kwam blijkbaar weinig scheepvaart verkeer langs die dag en ik besloot om te keren en naar huis te gaan. Ik reed het talud van het havenhoofd af met de bedoeling het jaagpad op te sturen en daar langs richting Velsen-Noord te rijden. Verkeerd gedacht, want het talud had een hellingspercentage van pak 'm beet een procent of dertig en ik hield m'n stuur niet. In plaats van het jaagpad op reed ik rechtstreeks het Noordzeekanaal in... Het Noordzeekanaal is zoals de meeste kanalen en rivieren nabij de oevers nog niet zo diep, dat gaat geleidelijk aan naar beneden. Maar door de hellingshoek ging ik best wel hard naar beneden en voordat ik het besef had om te remmen zat ik tot op mijn nek in het water. Met nadruk, ik zat....... op mijn fiets.......
Dertig meter links van mij, in de richting van de Velsertunnel, lag de Velserpont te wachten op de volgende afvaart. Het veer voer om de tien minuten, de klok rond. Het was (en is) de enige verbinding voor voetgangers en fietsers tussen de Noordelijke en Zuidelijke IJmond, dus er werd (en wordt) druk gebruik van gemaakt. De enige andere mogelijkheid voor voetgangers en fietsers is via de sluizen, een omweg van zo'n zes kilometer.
In ieder geval hadden de mensen die op de pont stonden te wachten totdat die vertrok een verzetje, geheel onbaatzuchtig verzorgd door een puisterige puber uit Velsen-Noord die het stuur van zijn fiets niet hield en de plomp in reed... Ik hoor nog hun dankbare vrolijkheid om mijn domheid.
Het is één van die momenten die voorbij flitst op mijn sterfbed, ik weet het zeker. Ik heb al een paar herbelevingen gehad in koortsdromen. De afloop? Druipnat thuis gekomen en weinig begrip van mijn moeder. Laat ik het zo stellen, 't was een nogal lawaaiige thuiskomst, de hele buurt kon er van mee genieten. 't Was niet de eerste keer, water heeft een niet te ontlopen aantrekkingskracht op mijn persoontje. 't Ergste, vond ik zelf, was, ik zat nog op die fiets...... tot mijn nek in het water......
donderdag 8 juli 2010
Eenzaamheid is vooral het gevoel van de eenling
Een dwarsdenker is vaak een eenling, iemand die zig zagt in de kolkende maatschappij en zich niet conformeert aan een bepaalde denkrichting. In de 56 jaar dat ik nu rond zig zag heb ik me in ieder geval een mening gevormd over eenzaamheid. O ja Kamps, ben je helemaal alleen op de wereld dan? Nou neuh, ik ben volgende maand 25 jaar gehuwd met de mooiste, liefste en meest begripvolle vrouw op aarde en uiteraard heb ik familie. Mijn vrouw bracht, toen ze in mijn leven kwam twee kinderen mee en ook daar kan ik het goed mee vinden. Inmiddels zijn er zelfs twee mensjes die me opa noemen. In dat opzicht valt het wel mee met mijn eenzaamheid.
Nee, mijn eenzaamheid uit zich vooral aan de binnenkant van mijn hersenpan, in mijn belevingswereld. Jan Rot verwoordde het een aantal jaren geleden leuk in een column van een of ander tijdschrift. Quote: Het bijna op een perverse manier plezierige gevoel creëren, dat er op de hele wereld geen levende ziel is, die ook maar iets om je geeft. Unquote.
Bizar, niet waar? Zeker, omdat het voor een belangrijk gedeelte niet waar is. Zie voorgaande alinea, ik heb de liefde van mijn leven, bloedjes van aangenomen kinderen en kleinkinderen, broer, zuster, zwagers, schoonzusters, neven, nichten, de hele reut. Ouders en schoonouders? Mijn schoonmoeder is een engel en de rest is ook dood.
Op de één of andere manier heb ik toch het gevoel overal buiten te staan. Vrienden heb ik niet, hooguit bekenden. Als er ergens iets te doen is waar veel mensen bijeen komen, zoals een feestje, haak ik al snel af en ga ik in "de op afstand bezien"-modus. Ik heb er moeite mee om ergens betrokken bij te raken en het liefst trek ik zo snel mogelijk mijn jas aan en vertrek. Afgelopen juni nog het eindfeest van de voetbalvereniging met beach-volleybal en kaatsen met als afsluiting een barbeque. Ik ben niet eens gegaan. Mij te lawaaiig zeg ik dan. Nu is het wel zo, dat ik wat problemen met mijn gezondheid heb en op vaste tijden moet eten in verband met de toe te dienen medicijnen en het gebruik van alcohol zo veel mogelijk moet beperken. Maar dat zijn meer problemen van praktische aard en die gebruik ik als excuus om ergens niet heen te hoeven.
Eigenlijk voel ik me het beste thuis in klein gezelschap, van zoveel mogelijk gelijk gezinden. En daar zit het hem nou net in. Het leven is een rollenspel en de meeste mensen gaan naadloos over van de vergadertijger-rol naar de feestbeest-rol, vervolgens de brave huisvader rol (of moeder natuurlijk) en op zijn tijd de "romantische lover" rol. Ik speel maar één rol, die van Jan Kamps, heb ik heel hard voor gestudeerd en een heleboel dingen voor aan- en afgeleerd.
Eén van die dingen die ik heb aangeleerd is, dat wanneer ik over een bepaalde grens dreig te gaan, op de rem trap. Een aantal jaren geleden kreeg ik een arbeidsconflict met mijn toenmalige werkgever. Gebeurde haast nooit, dit was hooguit de zevende of achtste keer in mijn leven, dat ik overhoop lag met mijn broodheer van het moment. Zoals zo vaak werd het een ziektewetje, overspannen of overwerkt, u kent dat wel. En, heel modern, er werd een reïntegratie-traject op losgelaten. Na een aantal weken kreeg ik een gesprek met de reïntegratie-consulent van het arbo-bedrijf. Deze man had in de psychiatrische verpleegkunde gewerkt en na een gesprek van twintig minuten al zijn mening over me klaar. Ik had een aan autisme verwante aanleg.
Nadat ik mijn broek weer had opgehesen en de woorden weer in een redelijke samenhang achter elkaar kon formuleren, vroeg ik hem waarop hij die mening baseerde. Wel, ik benaderde alles op rationele manier en toonde nergens emotie over. Grote Griet, een amateur-psycholoog. Ik liet hem verder in die waan en heb het later op mijn gemak verwerkt. Ik had de aard van het arbeidsconflict aan de man uitgelegd op een zakelijke manier en dan krijg je dat als gevolgtrekking. En daar zakte mijn broek van af. Ja ja, analyseren kan ik wel.
Maar waarom is mijn cv inmiddels drie a4tjes lang (Gill Sans, korps en interlinie 11 punten, dus niet te groot) en ben ik inmiddels aan pak 'm beet m'n 75e werkgever toe? Tsja, je bent een dwarsdenker of niet, maar een hoop heeft ook te maken met domme pech en de turbulenties van de tijd, zeker de laatste jaren.
Maar ook van zulke dingen verstilt een mens van binnen en heeft hij moeite met mensen die "gezellig over van alles en nog wat" kunnen praten en samen zijn. Ook daar word je een beetje eenzaam van. Mijn lief ook hoor, ik niet alleen. Zij krijgt steeds meer een heel charmante verbijsterde uitdrukking in haar ogen van..... "Hoe tref ik zo'n vent?"
Maar zij houdt van mij, tenminste, daar gok ik dan maar op en volgende maand zijn we 25 jaar gehuwd. En dat vieren wij, in alle eenzaamheid met allen die bij ons horen.
Nee, mijn eenzaamheid uit zich vooral aan de binnenkant van mijn hersenpan, in mijn belevingswereld. Jan Rot verwoordde het een aantal jaren geleden leuk in een column van een of ander tijdschrift. Quote: Het bijna op een perverse manier plezierige gevoel creëren, dat er op de hele wereld geen levende ziel is, die ook maar iets om je geeft. Unquote.
Bizar, niet waar? Zeker, omdat het voor een belangrijk gedeelte niet waar is. Zie voorgaande alinea, ik heb de liefde van mijn leven, bloedjes van aangenomen kinderen en kleinkinderen, broer, zuster, zwagers, schoonzusters, neven, nichten, de hele reut. Ouders en schoonouders? Mijn schoonmoeder is een engel en de rest is ook dood.
Op de één of andere manier heb ik toch het gevoel overal buiten te staan. Vrienden heb ik niet, hooguit bekenden. Als er ergens iets te doen is waar veel mensen bijeen komen, zoals een feestje, haak ik al snel af en ga ik in "de op afstand bezien"-modus. Ik heb er moeite mee om ergens betrokken bij te raken en het liefst trek ik zo snel mogelijk mijn jas aan en vertrek. Afgelopen juni nog het eindfeest van de voetbalvereniging met beach-volleybal en kaatsen met als afsluiting een barbeque. Ik ben niet eens gegaan. Mij te lawaaiig zeg ik dan. Nu is het wel zo, dat ik wat problemen met mijn gezondheid heb en op vaste tijden moet eten in verband met de toe te dienen medicijnen en het gebruik van alcohol zo veel mogelijk moet beperken. Maar dat zijn meer problemen van praktische aard en die gebruik ik als excuus om ergens niet heen te hoeven.
Eigenlijk voel ik me het beste thuis in klein gezelschap, van zoveel mogelijk gelijk gezinden. En daar zit het hem nou net in. Het leven is een rollenspel en de meeste mensen gaan naadloos over van de vergadertijger-rol naar de feestbeest-rol, vervolgens de brave huisvader rol (of moeder natuurlijk) en op zijn tijd de "romantische lover" rol. Ik speel maar één rol, die van Jan Kamps, heb ik heel hard voor gestudeerd en een heleboel dingen voor aan- en afgeleerd.
Eén van die dingen die ik heb aangeleerd is, dat wanneer ik over een bepaalde grens dreig te gaan, op de rem trap. Een aantal jaren geleden kreeg ik een arbeidsconflict met mijn toenmalige werkgever. Gebeurde haast nooit, dit was hooguit de zevende of achtste keer in mijn leven, dat ik overhoop lag met mijn broodheer van het moment. Zoals zo vaak werd het een ziektewetje, overspannen of overwerkt, u kent dat wel. En, heel modern, er werd een reïntegratie-traject op losgelaten. Na een aantal weken kreeg ik een gesprek met de reïntegratie-consulent van het arbo-bedrijf. Deze man had in de psychiatrische verpleegkunde gewerkt en na een gesprek van twintig minuten al zijn mening over me klaar. Ik had een aan autisme verwante aanleg.
Nadat ik mijn broek weer had opgehesen en de woorden weer in een redelijke samenhang achter elkaar kon formuleren, vroeg ik hem waarop hij die mening baseerde. Wel, ik benaderde alles op rationele manier en toonde nergens emotie over. Grote Griet, een amateur-psycholoog. Ik liet hem verder in die waan en heb het later op mijn gemak verwerkt. Ik had de aard van het arbeidsconflict aan de man uitgelegd op een zakelijke manier en dan krijg je dat als gevolgtrekking. En daar zakte mijn broek van af. Ja ja, analyseren kan ik wel.
Maar waarom is mijn cv inmiddels drie a4tjes lang (Gill Sans, korps en interlinie 11 punten, dus niet te groot) en ben ik inmiddels aan pak 'm beet m'n 75e werkgever toe? Tsja, je bent een dwarsdenker of niet, maar een hoop heeft ook te maken met domme pech en de turbulenties van de tijd, zeker de laatste jaren.
Maar ook van zulke dingen verstilt een mens van binnen en heeft hij moeite met mensen die "gezellig over van alles en nog wat" kunnen praten en samen zijn. Ook daar word je een beetje eenzaam van. Mijn lief ook hoor, ik niet alleen. Zij krijgt steeds meer een heel charmante verbijsterde uitdrukking in haar ogen van..... "Hoe tref ik zo'n vent?"
Maar zij houdt van mij, tenminste, daar gok ik dan maar op en volgende maand zijn we 25 jaar gehuwd. En dat vieren wij, in alle eenzaamheid met allen die bij ons horen.
Abonneren op:
Posts (Atom)