zaterdag 5 juli 2014

Week van het afscheid....

Af en toe heb je periodes waarin je afscheid neemt van dierbaren. 2003 was zo'n jaar, binnen 3 maanden stierven mijn schoonmoeder, moeder en een heel goede vriend. Ook de hond blies de laatste adem uit. Daar moest ik deze week aan denken.
Afgelopen maandag hadden we een retourtje Bolsward - Zierikzee, God zij dank met een geleende auto van de buren, voor de uitvaart van Gea Opdam, een heel goede vriendin van ons. Zij overleed op de veel te jonge leeftijd van 58 jaar aan de gevolgen van kanker. Afgelopen woensdag ging ik met Lotje, de hond, naar de dierenarts en moest haar, eigenlijk heel onverwacht, daar achterlaten. Ook kanker.

Gea Opdam (Rotterdam, 1 november 1955 - Zierikzee, 25 juni 2014)

De zomer van 2003 was warm, zo warm, dat ik er last van had. Ik rookte zo'n vier pakjes Zware Van Nelle in de week en had, mede als gevolg van die stomme verslaving, etalagebenen. Ik ben blij dat ik er vijf jaar geleden mee gestopt ben, met dat roken bedoel ik. Bolsward heeft nog een stukje Bolwerk en daar loopt een mooi pad overheen, met uitzicht op het zwembad en de sportvelden. Je moet dus een stukje helling nemen om boven te komen en dat kostte moeite. We hadden Lotje een maand of vier, ze had me net zo'n beetje geaccepteerd als baas en daarom besteeg ik het Bolwerk elke dag wel een stuk of drie keer, om haar uit te laten. Zo ook op die zomerse dag en toen ik met hijgende adem en bezweet voorhoofd en vermoeide benen weer terug kwam van het hondje uitlaten, zat er bij mijn vrouw in haar werkruimte achter de winkel een dame aan de koffie. Van begin af aan maakte zij een sympathieke indruk. Mede door haar wat chaotische manier van doen. Na een half uur met haar gepraat te hebben, had ik haar al in mijn hart gesloten. Gea heette ze en ze was diezelfde week in een door haar gekocht huisje bij ons in de straat getrokken. Ze werd vergezeld door twee honden, een grote zwarte kruising, Yasmine en een jonge border-collie, Daisy.

Gea had net een scheiding achter de rug en was van Zeist naar Friesland getrokken, om een nieuwe start te maken. Zij was vast van plan om haar leven voortaan positief te gaan leiden, op haar manier. Haar wat chaotische performance had te maken met het feit dat ze stijf dyslectisch was. Af en toe leidde dat tot vermakelijke misverstanden, want dan zei ze heel andere dingen, dan ze in feite bedoelde.
Ondanks de "handicap" dyslectie had Gea door zelfstudie tot aan de Universiteit van Utrecht aan toe zichzelf opgewerkt tot een leerkracht aan het HBO. Ze gaf humanistiek en ze was relatie-therapeute. Dat vertelde ze met pretlichtjes in de ogen, omdat ze zich realiseerde, dat ze zelf net was gescheiden.
Ikzelf was met name zwaar onder de indruk van haar bibliotheek, die zo omvangrijk was, dat de eeuwenoude vloeren van haar huisje in de Broerestraat er van kraakten.

In de bijna vier jaar, dat Gea in Bolsward woonde, ontstond er een innige vriendschap tussen ons. We hebben lief en leed met elkaar gedeeld en heb me af en toe kostelijk vermaakt om Gea. Om zichzelf en haar veestapel een beetje onafhankelijk te maken van het openbaar vervoer schafte zij een brommobiel aan en zo zag je Gea vaak rondtuffen in de omgeving van Bolsward, achterin haar honden en zo reed ze behoorlijk wat kilometers door het Friese land. Ik vermoed dat het te maken had met de dyslectie, maar richtinggevoel had ze niet. Ze is ook menigmaal terecht gekomen op de A7 met haar brommobiel en dan haalde ze haar schouders op, trapte het gaspedaal zowat door de vloer heen en reed dan stug op de vluchtstrook door tot de volgende afslag. Voor zover ik me kan herinneren, is dat slechts één keer uitgedraaid op een fikse prent.

Gea had een groot hart, een veel te groot hart om lang alleen te kunnen of te willen blijven. Dus er kwamen vrienden. En die gingen ook weer. Ze had ingeschreven op een datingsite en in de zomer van 2006 maakte ze kennis met Gerrit. Een ingenieur uit Zwolle en dat bleek een blijver. Op 18 januari 2007 trouwden ze in het stadhuis van Bolsward, tijdens een vliegende storm. Samen met Gerrit kocht Gea een huis in Zwolle en zo vertrok ze uit mijn directe omgeving. We bleven gelukkig wel bevriend, hoewel de frequentie dat we elkaar ontmoetten wat afnam, maar dat is normaal. In 2011 werd Gerrit projectleider bij een bouwproject op de Tweede Maasvlakte en zochten zij woonruimte in Zuid-Holland of Zeeland. Tijdens die zoektocht werd Gea ziek. Keelkanker.

Het was een bijzonder agressieve vorm van keelkanker en de vooruitzichten waren niet goed. Gea en Gerrit zijn echter vechters en na doorzoeken vonden zij een behandeltraject met goede kansen in het UMCG te Groningen. Gea heeft in de periode meermalen de poorten van de Hel gepasseerd, door de in mijn ogen, vreselijke behandelingen en ik had diepe bewondering voor haar doorzettingsvermogen. Maar met resultaat. Na een half jaar was zij vrij van kankercellen en zij verhuisden naar Zierikzee. In de zomer van 2013 kwam de kanker terug, in haar longen en weer ging Gea de strijd aan, hoewel zij wist, dat zij uiteindelijk de strijd zou verliezen. Eind december 2013 waren de uitzaaiingen door de kuren met succes verdreven en in maart 2014 gingen Gea en Gerrit op een lange vakantie naar Zuid-Europa met hun camper. Tegen het einde van de reis kreeg Gea weer pijntjes en ze vertrouwde het niet helemaal. In mei kwamen ze een aantal dagen met de camper naar Bolsward en Gea vertelde dat ze dezelfde week weer een mri-scan liet maken, omdat ze het niet helemaal vertrouwde. Ze had teveel pijn in de omgeving van haar borstkas. Terecht bleek later. De kanker was in volle hevigheid in haar longen teruggekeerd en alleen pijnbestrijding bleek nog een optie.

Gea in haar woonkamer 's ochtends op 4 juni 2014 in Zierikzee.

Ik heb haar op 3 en 4 juni jongstleden nog bezocht in Zierikzee. De foto is gemaakt op 4 juni. Vorige week woensdag op 25 juni 2014 blies zij in het bijzijn van haar dierbaren de laatste adem uit. Op dezelfde datum waar op elf jaar terug onze vriend Huub Effern het tijdige met het eeuwige verwisselde. Opdat zij rusten in vrede.

Lotje (voorjaar 2002 - 2 juli 2014)

Lotje is geboren in Griekenland voorjaar van 2002 en uiteindelijk door een vrachtwagenchauffeur in Nederland afgeleverd bij de stichting "Redt een hond". Daar wierp zij een nest jongen en nadat de jongen groot genoeg waren om naar een nieuwe baas of bazin te gaan, was het ook de buurt aan moeder. Wij waren de gelukkigen. We vielen onmiddellijk voor de asymmetrie van haar oren. Een oor stond en het andere hing.

Lotje (2002-2014) en kater Hannes (1994-2009)

Lotje moest niets van mannen, en dus ook mij, hebben. Het waarom kunnen we alleen maar naar gissen. Van haar leven in Griekenland weten we niets. Alleen dat ze een zwerver was en van straat is opgepikt door een Nederlandse vrachtwagenchauffeur. Na een maand of vier vertrouwde ze me net genoeg om haar in goed fatsoen te kunnen uitlaten. Lotje had een speciale gebruiksaanwijzing. Als ze aangelijnd liep, deed ze haar behoefte niet, alleen los. Dan is het wel makkelijk, als ze onmiddellijk komt, wanneer je haar roept. Nooit een probleem geweest en dat, terwijl mijn kennis van de Griekse taal beperkt blijft tot woorden als tzatziki, giros, bifteci, soufflaki en hoppa!!!!

Als het leven een rekensom is, dan is het leven van Lotje heel goedkoop geweest. Behalve de aanschaf, voer en de bezoeken voor onderhoud aan de dierenarts heeft zij eigenlijk nooit veel gekost. Een heel gezonde hond.

Qua karakter is het altijd een heel afstandelijke hond geweest. Zij bepaalde de uitingen van genegenheid. Die bleven beperkt tot drie of vier keer per week even een neus tegen je been, als blijk van verstandhouding. Dan mocht je haar wel even aaien. Voor de rest bleef ze op afstand.

Een jaar of twee geleden liep ik langs de passantensteiger van Bolsward, waar een "huur"jacht van een metertje of vijftig lengte lag afgemeerd. Op het achterdek zat een Zwitsers stel, dat enthousiast opsprong toen ze Lotje, die achter me aan sukkelde, in de gaten kregen. "Ach.... ein Picard" zwijmelden ze enthousiast. Waarop ik mijn pas inhield en nadere informatie ging inwinnen. Zij riepen iets naar binnen en er kwam een hond te voorschijn. Groter en zwaarder dan Lotje, het was een reu, maar ontegenzeggelijk een zelfde type. Lotje bleek een Picardische herdershond te zijn. Een oeroud ras, dat in de vroege middeleeuwen al bestond en waaruit later o.a. de Bouvier Flandres is ontstaan. Raskenmerken..... ach, google zelf maar. De karaktereigenschappen komen overeen met het gedrag van Lotje in ieder geval. Op afstand, niet echt een sociaal type.

De laatste tijd werd ze steeds humeuriger en dat uitte zich o.a. een twee maanden terug in het bijten van de jongste kleinzoon. Ze ging steeds langzamer lopen, kreeg steeds meer last van huidproblemen en begon op het laatst te hinken. Afgelopen woensdag, 2 juli, besloten wij naar de dierenarts te gaan, om te kijken wat er aan de hand was en te investeren in het herstel van Lotje. Ze bleek botkanker te hebben met uitzaaiingen naar de lever. Volgens de dierenarts leed ze veel pijn en ze adviseerde euthanasie.

Dan staat een goede baas maar één ding te doen en er restte mij niets anders dan haar te laten in slapen. Na de injectie om haar te laten slapen legde ze rustig haar kop neer. Daarna kreeg ze de riem om de poot en de laatste injectie, ze trilde even en het was over.

Ik heb dit nu al zo'n vijf keer meegemaakt met een hond en even zo veel keer met katten en het went nooit, maar het is het beste wat je voor je huisdier kunt doen.

Lotje was een goede hond, rust zacht.

donderdag 13 maart 2014

Een desembrood bakken, vernieuwd recept.....

Hee Kamps, dit had je al eens gepubliceerd. Yep... maar nu zijn we 15 maanden verder en heb ik wat dingen "bij"geleerd. Dus, het zelfde verhaal als toen, maar nét wat anders.... 

Nee, ik ben niet bekeerd tot het "geitenwollen sokken volk", maar me meer bewust van wat ik eet. Voortschrijdende inzicht noemen ze dat. Je bent per slot van rekening wat je eet, luidt een oud gezegde. Dus ik houd zo veel mogelijk rekening met de volgende zaken: ik eet wat minder vlees, wat meer vette vis, zo weinig mogelijk uit pakjes, we maken zo veel mogelijk zelf en, wat in dit verband ook heel praktisch is, mijn lief koestert een volkstuintje. Ik zeg met nadruk mijn lief, want ik ben niet zo van de vieze handen. Slauerhoff, bekend dichter/schrijver en scheepsarts uit het begin van de vorige eeuw verwoordde het al, "De natuur is zo overweldigend, daar hoort een terras bij en een goed glas". En zo denk ik er ook over.

Wat meer in mijn genen zit, is het bakkersvak. Men heeft ooit pogingen ondernomen om wijlen mijn oude heer iets bij te brengen op de ambachtsschool. In zijn nalatenschap waren nog enige boeken uit de jaren dertig van de vorige eeuw over de opleiding tot bakker. Ik herinner me uit mijn kindertijd, dat vader in de decembermaand vaak bij Bakker Winkel in Velsen-Noord een bijbaantje had en 's nachts meewerkte in de productie van speculaas, kruid- en pepernoten en banketletters voor Sinterklaas en daarna voor de Kerst en Oud- en Nieuw diverse lekkernijen fabriekte.

In de keuken heb ik zo mijn specialiteiten en één van die specialiteiten is, dat het mij redelijk vaak lukt om een goed gelukt brood te produceren en meestal doe ik dat gewoon met fabrieksgist, hetzij vers als blokje, hetzij gedroogd in een zakje. Maar gist is een fabrieksmatig geproduceerd goedje, vol met hulpstoffen met een E er voor. Het zorgt er in principe voor dat de gluten in het volkorenmeel naar boven worden gedreven en hun werkzame stoffen (suiker) omzetten in alcohol, dat heet gisten en daar gaat het deeg van rijzen.
Dat fabrieksgist heeft men in de 17e eeuw uitgevonden en in 1825 wist men het in blokjes te persen (daarvoor was het vloeibaar) en Louis Pasteur heeft in 1860 een manier gevonden om het langer te bewaren en te drogen. Maar hoe bakte men vroeger dan brood? Ik bedoel eigenlijk, hoe zorgde men er vroeger dan voor dat een brood ging rijzen en luchtig werd?

Men maakte desem of zuurdesem. Ingrediënten: meel en water in gelijke delen mengen. Dit liet men een dag rusten en de tweede dag roerde men het 's ochtends en 's avonds goed om. De derde dag deed men er weer wat meel en water bij en roerde het twee keer per dag om, ook zo de vierde, vijfde en zesde dag. Vanaf de derde dag gaat het "werken" oftewel gisten, dat zie je doordat er zich belletjes aan de oppervlakte van het papje gaan vormen en het gaat licht zurig ruiken. De zesde dag is het vol van activiteit. De zesde dag is het klaar en kan men het gebruiken om een brood te gaan bakken.
Dodelijk simpel, om een brood te bakken heb je meel, geen bloem, nodig, water en een snufje zout. O ja, een oven is ook wel handig.......

Het verschil tussen bloem en meel. Als je meel zeeft, dan zeef je de zemelen er uit en dan heb je gebuild meel. Bij bloem is het vliesje ook van de korrel gehaald. Het nadeel van bloem is, dat er bijna geen vezels meer in zitten en in die vezels zitten nu net de gluten. Gluten heb je nodig om te fermenteren (= gisten). Dus voor het moederdeeg moet je meel hebben. Oftewel, volkoren-meel, rogge of spelt-meel. Een goede supermarkt zou dat moeten verkopen, anders moet je naar een bakker of natuurvoeding winkel gaan. Ook zijn er diverse molenaars die hun meel aan huis verkopen. Spelt-meel wordt tegenwoordig ook in de wat grotere supermarkt aangeboden. Zuurdesem van spelt-meel heeft als bijkomend voordeel dat het heel goed wordt verdragen door mensen met een gluten-intolerantie.

Tot zover de inleiding, een wat omslachtige manier om te vertellen, dat ik graag wil weten wat er in mijn voedsel zit en dat ik bereid ben om daar knap ver in te gaan. Maar zeg nou zelf, 't is toch één van de wonderen van de natuur, dat je een brood bakt van 3 simpele ingrediënten, water, meel en een snufje zout?

Bij de eerste foto ziet u mijn eerste poging om een zuurdesem brood te maken uit december 2012. Zoals u zult constateren, een niet geheel gelukt brood. Dit is zuiver en alleen te wijten aan het feit, dat ik me niet consequent aan het recept heb gehouden. Destijds ben ik 's avonds laat aan het bereiden van het brood begonnen en wilde het hoe dan ook af hebben. Weinig slaap gehad toen, resultaat: amper gerezen en de gaten waren groot genoeg voor een mol met obesitas.
"O jee jongens", zei mijn moeder altijd, "de bakker heeft z'n wijf weer door het brood heen gejaagd".

Het door mij gehanteerde recept

Ingrediënten


moederdeeg:

tarwemeel óf
Spelt-meel óf
tarwebloem óf
een combinatie van meelsoorten
Water

Dag 1:
Men mengt 100 gram meel en/of bloem en 100 cc water in een beslagkom. Roer het papje, totdat het een egaal mengsel is, waar geen water op staat. Daarna dekt men het geheel af met een vochtige theedoek en zet het weg op een plek waar het plusminus 16 tot 18 graden is.
Men dekt het moeder- of startersdeeg met een warme, vochtige doek af.

Dag 2:
Roer het mengsel 's ochtends en 's avonds een keer om, vochtige doek er op en weer wegzetten op dezelfde plek. Aan het mengsel is nog niets te zien.

Dag 3:
Het mengsel begint nu licht te werken, er vormen zich zo hier en daar kleine belletjes en het ruikt licht fris zurig. Voeg 50 gram meel en 50 cc water toe aan het mengsel en roer het goed door, vochtige doek er weer op en wegzetten. Ook 's avonds nog een keer roeren.

Dag 4:
Het mengsel is nu duidelijk aan het bellen blazen. Voeg weer 50 gram meel en 50 cc water toe en roer het geheel.  Vochtige doek er weer overheen en wegzetten. 's Avonds nog een keer roeren.

Dag 5:
Zelfde als dag 4. Het gaat nu wat zuriger ruiken. Pas op, dat het niet te zuur ruikt, want dan staat het te warm en kun je het weg gooien. Je kan de geur beïnvloeden door er iets meer meel, dan water bij te doen. Zorg er echter wel voor, dat het een papje blijft en geen deeg wordt.

Dag 6:
Zelfde als dag 4.

Dag7:
Het moederdeeg is klaar om er brood van te bakken.
Dag 7: het moederdeeg is klaar.
Je houdt altijd moederdeeg over, dit is de basis voor een volgend brood. Gewoon elke dag meel en water bijvoegen. Heb je genoeg, dan kun je het minstens 14 dagen bewaren in de koelkast en het is ook makkelijk in te vriezen.

Brood bakken:

Voor een brood van 1200 gram:
640 gram volkorenmeel (of een mengsel van verschillende meelsoorten)
160 gram moederdeeg
350 cc water
1,5 theelepel zout

Meng het meel en zout in een diepe schaal. Daarna giet je er het moederdeeg in kleine beetjes op en meng het, zachtjes roerend met een houten lepel, door het meel. Vervolgens voeg je tweederde van het water toe en ga je het mengsel kneden totdat er een soepel deeg ontstaat. Dit ga je verder kneden op een met bloem bestoven blad of aanrecht. Is het te droog, dan gebruik je naar inzicht het overgebleven water, het beste resultaat om te zien is, dat het licht glanst, maar toch niet klef en nat is. Het deeg blijven kneden totdat het elastisch is, zeker een minuut of twintig. Daarna weer in de schaal doen en de befaamde warme, vochtige doek er over heen en 1 à 2 uur laten rijzen in een omgeving op kamertemperatuur.

Na deze eerste rijzing, kneed je het nogmaals. Niet met een Jantje van Leiden er van af maken, maar zeker een kwartier kneden. Weer die vochtige, warme doek er over heen, de kom in bijvoorbeeld een kinderdeken vouwen en vervolgens een hele nacht (minimaal 6, liever acht uur) laten staan.

De volgende morgen haal je het deeg uit de mengkom en drukt het voorzichtig plat, niet kneden. Je vouwt van de plak deeg een envelop (dus vier keer) en deponeert dit in een ingevet bakblik. Dan gaat de doek er weer over en laat je het nog een uur rijzen in de oven. Ik zet na een kwartier de oven aan op 40!!! graden en laat hem een half uur op die temperatuur staan. Na het uur haal je het blik met deeg uit de oven en verwarmt de oven voor op 200 graden (hete lucht) of 220 graden (elektrisch).

Het deeg van te voren insnijden met een scherp mes, anders slaat het dicht en dat heeft negatieve gevolgen voor het rijzen tijdens de eerste bakperiode. Vervolgens gaat de bakvorm de oven weer in en bak je het brood 45 minuten. Het brood ongeveer elk kwartier even met water besprenkelen, bijvoorbeeld met een plantenspuit, voor een mooie glanzende korst.
1/3 biologisch tarwebloem, 1/3 biologisch tarwemeel, 1/3 biologisch speltmeel

Vanuit een andere hoek

Geslacht en klaar voor consumptie.

Valkuilen

Broodbakken is een proces, wat je gaandeweg onder de knie krijgt. Mijn tip: houd je exact aan de hoeveelheden met de ingrediënten. Ongeveer en gemakzucht werkt niet bij broodbakken en leidt onherroepelijk tot frustraties en niet te vreten brood.


Rijst niet? 

Te weinig water of te weinig desem, of te veel zout.


Veel gaten in het brood?

Slecht gekneed of te veel desem in het deeg.


Met de broodbak machine

't Was een paar keer uitproberen, maar uiteindelijk is het me gelukt om met de broodbak machine een goed desembrood te produceren. Ik ben in het bezit van een apparaat van het merk Princess type Silver 1935 (niet meer te koop) met twee deeghaken (zie foto hieronder).
Princess broodbak machine
Zoals u in het verhaal kunt lezen is het bereiden van een desembrood vooral een kwestie van geduld. Bij elkaar ben je tussen de voorbereiding en het eindproduct zo'n tien uur kwijt. En dat is een hoop tijd voor een sneetje of 18 à 20.

Broodmachines zijn over het algemeen tussen de twee en de ruim drieënhalf uur bezig om van water, meel, zout en gist een brood te brouwen. 't Hangt van het soort brood af, wat je van plan bent te maken. Volkoren broden hebben een langere kneed- en rijs-tijd nodig dan een brood gemaakt van alleen maar tarwebloem. Maar ook drieënhalf uur is veel te kort voor een desembrood. Een desembrood heeft minstens zes uur nodig om te rijzen.

Tijd dus, om de gebruiksaanwijzing van de broodbak machine eens echt te gaan lezen. Verdomd, ik had hem nog, niet weggegooid met de verpakking, ik kom van geluk nog eens onder de tram zeggen ze dan in Rotterdam.

Het ding kent 10 programma's, 9 voorgeprogrammeerd en nummer 10 mag je zelf invullen met de knoppen "cycle" en "time". De eerste "cycle" is het voorverwarmen en dat kan minimaal 1 minuut en maximaal 30 minuten. Ik deed 30 minuten, want desembrood bereiden is –nogmaals – de tijd nemen. De tweede cycle is het kneden en toen kwam ik in de problemen want volgens het recept moet dat twee keer....... en dat wil het kreng natuurlijk niet.

Als de berg niet naar Mohammed komt, dan moet Mohammed naar de berg toe of...... Als het niet gaat zoals het moet..... dan moet het maar zoals het gaat he? Ik ben zo gek op spreekwoorden, het liefst een beetje verhaspeld. Zwelg ik in.

Terug naar het onderwerp. Een van de voorgeprogrammeerde onderdelen is het "dough, quick", oftewel verkort programma kneden. Dat eerst maar gedaan, je moet wat..... toch?

In het bakblik gaat in de volgende volgorde voor een brood van ongeveer 1200 gram:
350 cc water
160 gram (zuur)desem of moederdeeg (is het zelfde)
640 gram meel vermengd met ongeveer 1,5 theelepel zout

Goede rekenaars hebben gezien dat de hoeveelheid zuurdesem 20 procent is van de totale hoeveelheid meel (rekensommetje is: 800 gram meel en 400 gram water; 640 gram meel en 160 gram zuurdesem is 800 gram, of: 5 x 160 gram = 800 gram). Maar Kamps, je zegt 1200 gram en 800 gram en 350 cc water is bij elkaar 1150 gram heb ik altijd geleerd...... Juist, en toch wordt dat brood 1200 gram. Want: het rijst en daar komt lucht bij, die lucht zit in het brood opgesloten en weegt dus en..... in zuurdesem zit water.

Terug naar het voorprogrammeren van de machine. Het deeg is nu eenmaal plusminus een half uur gekneed. Je gaat weer naar programma 10 en stelt in:
Cycle 1 (Preheat): 30 minuten
Cycle 2 (Kneading of kneden): 15 minuten
Cycle 3 (Rising 1): 120 minuten
Cycle 4 (Rising 2): 120 minuten
Cycle 5 (Rising 3): 120 minuten
Cycle 6 (Baking of bakken): 60 minuten
Cycle 7 (Keep warm): Off
Daarna druk je op start/reset om de boel op te slaan en weer op start/reset om het programma te starten.

Wie kan tellen ziet dat het ding pak 'm beet 7 uur en 3 kwartier aan de slag gaat. Moet voldoende zijn met onderstaand resultaat als uitkomst:





We hebben inmiddels geproefd en ik verzeker u.... Dit wordt een blijvertje.

Onnodig om te vermelden dat experimenteren snel tot teleurstellingen leidt. Hou je aan het recept en alles komt goed.

vrijdag 7 maart 2014

Gemeenteraadsverkiezingen

19 maart mogen we weer stemmen. De gemeenteraad dit keer en het gaat ergens om. Den Haag hevelt steeds meer taken over naar de gemeenten. Zorg, cultuur, sociaal vangnet, werk en inkomen. Weet u al wat u gaat stemmen?

Mistroostig keek ik vorige week naar Pauw en Witteman, met de lijsttrekkers van de grootste partijen minus onze geblondeerde Greet. Het ging vooral weer over Den Haag. Hoe deze regering in feite bezig is het staatsbestel om te turnen naar Europese normen. Dat betekent nivelleren totdat alle staten op het zelfde niveau zitten. Bij wijze van spreken op deze manier, u bestelt een verhuiswagen en gaat naar een lollig dorpje in Toscane, waar u een knap vrijstaand huisje heeft opgeknapt. U meldt zich gewoon aan bij de gemeente en dat is het. Als u in financiële moeilijkheden komt, geldt niet het sociale vangnet van Nederland, maar dat van Europa, want alle landen hanteren nu dezelfde financiële norm. Daar is men in Den Haag mee bezig. Ons prachtige sociale vangnet, waar de generatie voor ons en de mijne voor heeft gestreden wordt zachtjes aan gedecimeerd en niemand doet er wat aan. Ja pamfletten op Facebook worden geliked. Staken? Demonstreren? Dat is zooooo jaren tachtig van de vorige eeuw! Volgens mij kijkt de firma Rutten nooit op Facebook. Dus gaan die lijsttrekkersdebatten op tv nergens over, want we gaan de gemeenteraad bij elkaar stemmen en daar gelden andere dogma's!

Wat beloven de deelnemende partijen aan u, de stemmende burger? In Den Haag is het niet mogelijk dat VVD en SP samen in het college zitten, in uw gemeente wellicht wel. Puur omdat de lijsttrekkers elkaar kennen en goed met elkaar door een deur kunnen. En wellicht kent u mensen die op de lijst staan en gunt u die uw stem, omdat u weet waarvoor deze mensen staan. Zij zijn straks wel degenen die het beleid moeten gaan maken over uw sociale vangnet, over het aanbieden van zorg, uitkeringen, werk, hulpmiddelen als rollator, scoot mobiel, krukken. Over wijkverpleging, huurhuizen, bouw van huurwoningen, straatverlichting, asfaltering van straten, veiligheid op straat, het uit het slop trekken van de middenstand, het aantrekken van bedrijven voor de stimulans van de economie. Niet stemmen is pas echt dom.

Kijk eens op de kandidatenlijst in uw gemeente. Lees de verkiezingsprogramma's van de diverse partijen eens door, kijk eens of er iemand bij zit, die u kent en die u vertrouwt. Vergeet Den Haag, vergeet Brussel en kijk in uw omgeving rond. En als u dan later tegenwerking krijgt bij het verkrijgen van bijvoorbeeld een uitkering, (want u kunt morgen zomaar zonder werk komen te zitten, echt waar), dan weet u wie u daar op kunt aanspreken. Ik bedoel, je kunt best een e-mailtje sturen over een bijstandsuitkering naar een Kamerlid, maar denkt u dat het zal helpen? Ik heb het maar een enkele keer meegemaakt dat ik tot een dialoog met een landelijk Kamerlid kwam. Sander de Rouwe, de nummer 2 van het CDA is zo iemand. Maar ja, die kom ik op straat tegen en hij woont in Bolsward. Ik heb zelf de ervaring dat Diederik Samson antwoordt, als je hem aan schrijft. Maar leidt zoiets tot bevredigende antwoorden of resultaten? 'k Dacht het niet.

De gemeenteraad is een stuk dichter bij huis verzeker ik u. Kijk vooral naar de namen op de lijsten, kent u ze? Vertrouwt u ze een stem toe? De partijen waartoe ze behoren zijn van secundair belang. Ik verzeker je Christen Unie Stadskanaal heeft verdomd (oei!) weinig in te brengen in Den Haag. Dit gaat om dicht bij huis, de  mensen op wie u kunt stemmen, beslissen over dingen die u aangaan.

Zo. Dit was brandhout, terug naar de studio in Kollumerpomp!!!



donderdag 12 december 2013

En de mist baarde een spinnewiel

Mijn lief heeft een passie voor draadjes. Breien, haken, weven, vilten, spinnen, kortom een creatieveling op hoog niveau op textiel gebied. En goed gereedschap is het halve werk, zegt men. In ieder geval, toen het voorjaar nog nakend was..... (hoe krijgt ie het uit z'n tekstverwerker he?) besloot zij de sigaret vaarwel te zeggen. Het uitgespaarde geld legde zij trouw elke maand weg en nu, aan het eind van het jaar had zij genoeg bij elkaar gespaard om een nieuw spinnewiel aan te schaffen.
Wij besloten er een dagje uit van te maken en gisteren stapten wij in de auto, richting Lochem, waar de fabrikant van spinnewielen, kaardemolens, weefgetouwen en aanverwante artikelen resideert.

Wij hebben wat met Lochem. Meer dan twintig jaar geleden zat de oudste zoon er in een jeugd opvang tehuis. Hij had wat problemen om zichzelf te vinden en besloot om er wat aan te doen. Uiteraard zijn wij in die tijd verschillende keren op bezoek geweest. Zoals ik al opmerkte, ook de fabrikant van textiele martelwerktuigen is daar gevestigd. En ook dat wisten we twintig jaar terug al en ook die vestiging hebben we meermalen bezocht. In de buurt van Lochem ligt het plaatsje Laren (de Gelderse versie dus) en daar zat een draadjesboer. Die verkocht weefgarens, breigarens enzovoorts.

Lochem is een heel dierbaar stadje in de Achterhoek en als ik achter zeg, dan bedoel ik ook achter in de Achterhoek. Om een idee te geven, als je de A1 op gaat, bijvoorbeeld bij Amsterdam, dan geef je gas en na een aantal uren denk je: "In Polen bouwen ze Kromski spinnewielen, we kunnen hem net zo goed daar halen, scheelt geld en we zijn er toch bijna....." en als je dat denkt, dan komt Lochem in de buurt. Pak 'm beet, ver na de afslag Deventer.... heel ver.
Als wij naar Lochem rijden, en daar kan echt jaren tussen zitten, dan is dat vaak laat in het najaar of vroeg in het voorjaar. In ieder geval, van de rit zelf worden we nooit vrolijk, want het gemiddelde zicht is hooguit 75 à 100 meter. Vaste prik. En dan ligt het ook nog in Oost-Siberië.

De spinnewiel-grutter, Louët, is gevestigd op een industrieterrein nabij Lochem, toevallig naast de showroom van de importeur van Lotus, de Engelse sportwagen. Vind met name, mijn persoontje, wel een klein hoogtepuntje van de dag. Die dingen zie je toch ook niet met grote aantallen op ons wegennet, want onpraktisch en duur, maar wel mooi.

De transactie zelf was kort en zakelijk. We werden verwacht, het ding stond keurig verpakt in een kartonnen draagkoffertje, de gebruiksaanwijzing zat er bij ingesloten. Er werden wat korte beleefdheden over en weer gedebiteerd en ondergetekende sloeg de plank weer helemaal mis door te vertellen dat de oude heer Louët zelf, vele jaren geleden, bij ons nog het weefgetouw van mijn echtgenote had gebracht en geïnstalleerd. Fout. De "oude" heer Louët was nog steeds werkzaam, werd dit jaar 70 en dat betekende dat hij een kleine tien jaar ouder was dan ik, zei de gek. Oud? De duvel is oud en z'n moer nog ouder. Maar ook dat heb ik al eens eerder opgeschreven, mijn timing voor wat betreft stomme opmerkingen, al of niet bedoeld,  is op z'n vriendelijkst gezegd, ongeëvenaard te noemen.

Daarna hebben we heerlijk geluncht in de binnenstad van Lochem en zijn door de oostelijke binnenlanden van Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland weer huiswaarts getogen. 't Was nog steeds een verdomd klein wereldje en Lochem/Bolsward is net zo'n kolere eind als andersom. Maar de liefde van mijn leven heeft waarnaar zij zo lang verlekkerd naar heeft gekeken. Zelf gespaard. Door niet te roken.

De Louët Victoria S95.

zondag 8 december 2013

Aan lager wal geraken

Aan lager wal geraken kun je op twee manieren definiëren.

  1. Een schip, dat door de wind naar de wal wordt gedreven;
  2. Een persoon, of gezin/familie, dat door verschillende omstandigheden verarmt.
Ik geef twee voorbeelden:

Een weekje uit varen

In 2002 waren wij in redelijk goede doen. We hadden het jaar daarvoor behoorlijk in ons rijtjeshuis in Alkmaar geïnvesteerd: nieuwe keuken, tegelvloer met vloerverwarming op de hele begane grond, kunststoffen kozijnen, achterdeur, schuifpui van drieëneenhalve meter. Best wel bevredigend. Voor de deur stonden een Mercedes en een VW Golf en in jachthaven De Drait in Nieuwe Niedorp dobberde ons jachtje, een 22 voets Freeman. Mijn lief had een vaste baan bij een hele grote Zaanse grootgrutter en ondergetekende verdiende zijn geld op de grafische afdeling van 's werelds grootste uitgever van encyclopedieën en medische en economische tijdschriften. In de ploegendienst dus met de nodige toeslagen. Wij leefden in bescheiden welstand, om het zo maar eens uit te drukken.


In april kwam ons bootje van de jachtwerf van Nicolaas Witsen, er was groot onderhoud aan gepleegd en wij wilden de week daarop een weekje weg. De Haarlemmermeer rond, of zoiets. Het vroege voorjaar heeft echter zo zijn verrassingen, dus stond er op de dag van vertrek een stevige bries, windkracht 7 of 8. 's Ochtends rond een uur of tien kwamen wij in de jachthaven aan en een klein half uurtje later, hadden wij de spullen van de auto overgeladen in ons bootje. De motor gestart en wij tuften op ons dooie gemak richting de Roskamsluis bij Noord-Scharwoude.
Het jachtje had een nieuwe stootrand, de gashuishouding was vernieuwd en aangepast aan de wettelijke eisen, het onderwaterschip was in de anti-fouling gezet, we waren er klaar voor. Waar we nog voor moesten sparen, dat was een nieuwe motor. Het ding werd aangedreven door een vier cilinder Ford Anglia motor uit 1965, gemariniseerd. Het ding werd heel geleerd Ford Watamota genoemd. Uit 1965, dus er moest nog loodhoudende benzine in worden getankt en dat kon je, toen al, niet overal meer krijgen. Daartoe was er een vouwfiets aan boord, zodat we, bij brandstofgebrek, met jerrycans elders benzine konden halen. Maar goed, er lag een brandstoftank in van een liter of 85, dus daar kun je aardig lang mee varen, mits je niet te veel haast had. En dat hadden we niet. Verontrustender was het feit, dat een Ford Anglia niet bepaald een betrouwbare motor is, het ding zei op de meest ongelukkige momenten "Doe het zelf maar".

Een uur of twee verder in de tijd voeren we op het Noordhollands Kanaal tussen Alkmaar en Akersloot, richting het Uitgeester Meer, in de buurt van het kabelpontje van Akersloot. En jawel, dat ding stak van wal om mensen over te zetten, pal voor onze boeg. Vaarreglement zegt, dat een veer voorrang heeft op pleziervaart, dus bij ons moest het gas er af, om de pont te laten passeren en te wachten tot hij aan de andere kant lag, want anders voer je tegen de kabel aan en dat moet niet, want anders wordt de pontbaas kwaad en, wat erger is, beschadig je je bootje. En op dat ogenblik besloot onze aandrijving uit het perfide Albion, om de pijp aan Maarten te geven. Ik memoreerde al, er stond een windkracht 7 of 8 en nog uit het westen ook.
Het kreng wilde uiteraard nooit meer aanslaan en een paar ton beheers je niet met een peddel van plastic. Trouwens, die had ik niet eens. Dus dobberden we tamelijk hulpeloos naar de andere kant toe. Jawel, wij geraakten aan lager wal, en nog behoorlijk onzacht ook. We konden erger voorkomen door met de pikhaak af te houden en gelukkig, als de nood het hoogst is, dan slaat die klote Ford Anglia aan...... Voor een vijf minuten. Inmiddels had ik al een stuk vloer uit de bodem gehaald, om het weigerachtig stuk mechaniek wat lucht te gunnen, en dat hielp. Bij De Woude vonden we een ligplaats, we hadden genoeg gevaren die dag. De volgende dag zijn we naar De Rijp getuft en hebben toen domicilie gekozen in de plaatselijke jachthaven. Verder varen durfden we niet meer en we hebben daar een monteur laten komen. Niet in de laatste plaats omdat het aggegraat helemaal niet meer wilde aanslaan. Het spruitstuk bleek te zijn verrot. Die waren niet meer leverbaar. Motor uit 1965 he? Moest worden gemaakt door de plaatselijke smid. Kassa!!!! Drie dagen later klaar en inmiddels waren wij er ook klaar mee. We zijn direct terug gevaren naar Nieuwe Niedorp.

Van alles tot niets

Een veertien dagen terug hadden wij een intake gesprek met een medewerkster van de Gemeentelijke Kredietbank. Vorig jaar, in 2012, is ons huis geveild door de hypotheekbank. Restschuld van iets meer dan 123.000 Euro. Het leek er even op, dat de hypotheekbank (Rabo) de schuld afschreef, maar het mocht niet zo zijn. In juni kregen wij een brief, of wij maar inkomensgegevens wilden verstrekken, want zij wilden weten, hoeveel wij in de maand konden terugbetalen van de restschuld. 

Arbeidsomstandigheden? Nu, in december 2013, ondergetekende heeft geen betaald werk meer, is een MBO-er, die zijn laatste kennis-update al tien jaar terug heeft gekregen en volgende week zaterdag 60 jaren oud hoopt te worden. Laten we het netjes stellen..... de kans dat ik een betaalde job vind, met een aanvaardbaar salaris is niet zo heel groot. Mijn echtvriendin heeft een betaalde baan voor 6 uur in de week. Kortom, wij zitten in de hoek, waar de klappen vallen, ons inkomen is op bijstandsniveau. Wij kunnen de hypotheekbank niet tevreden stellen schat ik zo.

Als we geen actie ondernemen, wacht de hypotheekbank totdat wij de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en dan kun je je bloedig bij elkaar gespaarde pensioengeld naar de hypotheekbank brengen voor een huis, dat je al lang niet meer hebt. Kortom, hoe wrang het ook klinkt, de schuldhulpverlening is onze enige mogelijkheid om later nog wat aan ons pensioen te hebben. O ja, voor ik het vergeet: Deo Volente.

Hoe is dat allemaal zo gekomen? In mei 2002 gingen wij op huizenjacht, we wilden de drukke randstad ontvluchten en Wilma zou graag wat meer ruimte hebben om haar hobby, weven, vilten, spinnen enz. te kunnen beoefenen. We kochten een prachtig grachtenpandje met winkelruimte in het centrum van Bolsward en verhuisden in november 2002. In april 2003 werd ik ontslagen door mijn werkgever, een reorganisatie. In Amsterdam was een groot prepressbedrijf (NEROC) diezelfde maand begonnen met reorganiseren en ontsloeg 200!!! DTP-ers. Toevallig ook mijn vak. Ik was inmiddels 49 jaar oud, bijna 50 en wist eigenlijk onmiddellijk dat ik een ander vak moest gaan zoeken. Ik besloot het onderwijs in te gaan en ging op cursus. Een cursus onderwijsassistent ICT, dat zou de toekomst zijn, heel veel behoefte aan dat soort mensen, verzekerden ze me. Ik slaagde en kon eigenlijk direct aan de slag bij mijn stage-school, een scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs in Alkmaar, of all places. Hemelsbreed misschien twee kilometer van onze oude woning. Toen leerde ik al heel snel, het onderwijs betaalt niet best, ik ging er behoorlijk wat geld op achteruit, maar goed, met een hoop hangen en wurgen betaalden wij onze rekeningen. Ik moest wel elke maand zo'n driehonderd Euro aan dieselolie offeren om heen en weer van mijn woonplaats Bolsward naar Alkmaar te komen, maar goed, het ging. Totdat het bezuinigingsspook ook daar toesloeg. Ik kreeg steeds minder uren, ik kreeg steeds minder reiskosten vergoed en op het laatst ging ik op zoek naar werk in Friesland. En sindsdien ging het goed fout, steeds tijdelijke contracten en steeds minder uren. Mijn laatste contract was op payroll-basis en ging om nog maar 8!!!! betaalde uren in de week. Afgelopen schooljaar was mijn laatst mogelijke verlenging en sinds 1 augustus zit ik helemaal zonder werk. In de loop der jaren konden wij steeds slechter aan onze financiële verplichtingen voldoen en werd de achterstand van betalen op onze hypotheek steeds groter. Vorig jaar is ons huis geveild, op 11 september, in het World Trade Center. Onze eigen nine-eleven.

Het intake-gesprek met de Gemeentelijke Kredietbank stemt niet vrolijk, zoals u zult begrijpen. Volgende week gaat ons autootje de deur uit. Kunnen we niet meer betalen. Deze week zette ik als een losse flodder de oproep op Facebook, of iemand wellicht een brommertje in de schuur had staan, dat daar alleen maar stof stond te happen. Je kunt nooit weten en nooit geschoten is altijd mis. Verdomd. Er bestaan nog goeie mensen, we hebben een brommertje. Ik ben er heel blij mee. Voor alles van meer dan 5 kilometer afstand de bus pakken is namelijk ook heel duur, als je van sociale diensten afhankelijk bent.

Maar toch, van een Mercedes én een VW Golf voor de deur en een jachtje in de haven naar een fiets en een brommertje, 't kan zomaar binnen een jaar of tien. En ook dat is aan lager wal geraken.

maandag 11 november 2013

Maaiveldcultuur, de Wet van Jante en de overeenkomsten

De VPRO zond de afgelopen vier weken op de zondagavond een serie uit, Licht op het Noorden, een cultuur- en maatschappelijke serie over Scandinavië, gepresenteerd door Stine Jensen, de Nederlands-Deense filosofe. Gisteravond was de laatste aflevering en die ging over Denemarken, het geboorteland van Jensen. De rode draad van het thema gisteren waren de gedragsregels uit de Wet van Jante. De wet van Jante is uitgevonden door de Deens-Noorse schrijver Aksel Sandemose. In zijn roman En flygtning krydser sit spor, waarin hij het fictieve stadje Jante en zijn inwoners beschrijft. Zijn geboorteplaats Nykøbing in het Noordwesten van Denemarken stond model voor deze roman. In deze roman stelt hij zijn beroemde regels op. Hierin liet hij zich inspireren door de inwoners van Nykøbing.

De wet van Jante bestaat uit tien regels, die allemaal een variatie op hetzelfde thema zijn:

  1. Je moet niet denken dat je wat bent;
  2. Je moet niet denken dat je evenveel bent als wij;
  3. Je moet niet denken dat je slimmer bent als wij;
  4. Je moet je niet inbeelden dat je beter bent dan wij;
  5. Je moet niet denken dat je meer weet dan wij;
  6. Je moet niet denken dat je meer bent dan wij;
  7. Je moet niet denken dat je deugt;
  8. Je moet niet om ons lachen;
  9. Je moet niet denken dat iemand om je geeft;
  10. Je moet niet denken dat je ons wat kunt leren.
Wij kennen hier in Nederland een gelijksoortige gedragscode, maar die wordt in één uitdrukking samengevat, de "maaiveldcultuur". Iedere Nederlander kent de uitdrukking wel, als je je kop boven het maaiveld uitsteekt, dan wordt hij er afgehakt. Oftewel, als je je talenten aanprijst of even te nadrukkelijk te gelde maakt, dan is dat "not done". "Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg".
De calvinistische volksaard van de noordelijke volken in drie alinea's samengevat.

Dat vat denk ik ook de politiek een beetje samen. De wet van Jante en de maaiveldcultuur wordt in principe belichaamd door de christelijke partijen en zeer zeker ook door de PvdA en in mindere mate de SP. Nu waait er een neo-liberale wind door Nederland, want de VVD heeft een wat minder chagrijnige opstelling. Jammer genoeg bevinden zij zich dan wel aan het andere einde van het spectrum, want het adagium "succes is een keuze", "armoede is de oorzaak van passiviteit" is onbewezen NLP-geleuter. Maar hele volksstammen hobbelen er achter aan, getuige de uitkomst van de laatste landelijke verkiezing.

Verbazingwekkend genoeg wekt de wet van Jante wel vreemdelingenhaat in de hand. De gemiddelde zuiderling heeft een heel andere mentaliteit en omdat zij zich doorgaans anders gedragen dan de tien gedragsregels aangeven, wekt dat wrijving op met de "autochtone" bevolking. Natuurlijk, er zijn nog een aantal oorzaken aan te geven, zoals de recessie, maar alle uitingen van racisme en vreemdelingenhaat hebben een onderhuids karakter. Het "zij" en "wij" denken zit wel degelijk in de cultuur in gebakken. Kijk bijvoorbeeld naar Denemarken, waar rechts-populisme al jaren eerder aan de oppervlakte is gekomen, dan bij ons. Het is bekend, dat Geert Wilders met name het Deense model als voorbeeld ziet.

Een ander voorbeeld, dat de serie gisteravond naar voren haalde is het groepsdenken, uitgebeeld in de film "Jagten", waarin een groepsleider van een kleuterspeelplaats (vals) wordt beschuldigd van kindermisbruik en door massa hysterie door de gemeenschap wordt uitgekotst. Een maandje terug zag je hier hetzelfde in Deventer. Twee verklaarde pedofielen werden het slachtoffer van een heksenjacht. Dat beide mannen nog nooit veroordeeld zijn voor verboden handelingen met kinderen, daar wordt dan even overheen gestapt. 's Avonds kregen de "heksenjagers" nog een podium bij Pauw en Witteman. Een dieptepunt in de Nederlandse tv-journalistiek.

Een voorbeeldje uit het dagelijkse leven van de gedragsregels? Bij ons in Bolsward hebben we op de voetbalvereniging momenteel de "gehaktballen" oorlog. Samen met een andere vrijwilliger beheer ik het clubhuis en dus ook de keuken van de kantine. Een voetbalkantine kan heel goed bestaan van maar een paar dingen. Koffie, bier, gevulde koeken en gehaktballen. Totdat wij kwamen was de bereiding van de gehaktballen op deze manier geregeld: Men haalt de (fabrieksmatig gedraaide) gehaktballen uit de vriezer, doet ze in de magnetron, gedurende VIJFTIEN minuten op VOL VERMOGEN en daarna in de jus (uit een pakje). Juk!!! Mijn "collega" en ik hebben nu de doodstraf in het vooruitzicht gesteld, voor degene, die met bevroren gehaktballen in de hand, zelfs maar naar de magnetron durft te kijken. Maar als wij onze hielen hebben gelicht, worden ze net zo vrolijk weer in de magnetron gedonderd. Voor alle zekerheid.... want we doen dit al jaren..... en wat kan daar nu op tegen zijn? Oftewel, regel 5 en 10 van de Wet van Jante.

Mooie tv en Stine Jensen verdient complimenten met deze serie. Als je nog niet gekeken hebt, moet je beslist even naar Uitzending Gemist surfen. Belangrijker dan TVOH of GTST, verzeker ik je.


donderdag 7 november 2013

Het graf van oma Kamps in Sittard

Het regent, je staat op een totaal verzopen begraafplaats in Sittard naar een stuk gras te kijken, waaronder volgens de gegevens jouw grootmoeder moet liggen, die daar precies 84 jaar en 1 dag geleden is begraven. Je twijfelt en ergert je rot omdat je vergeten bent je uitgeprinte gegevens van het graf mee te nemen van je bureau in Bolsward. Lekker dan. Graf 114 was een totaal andere lokatie dan de foto deed beloven die er in augustus van de plek was genomen. Graf 144 dan? Dat leek er meer op, dit correspondeerde met de eerder genomen foto's. 's Avonds thuis gekomen bleek, dat het graf 114 moest zijn en dat er in augustus op de verkeerde plek foto's zijn genomen en dat er op de verkeerde plek een bos bloemen is gedropt. De opzichter had de plattegrond met nummers meegenomen. Hieronder de correcte plek. Ik had geen bloemen meegenomen. Ik eerde haar met het bezoek, dat hierdoor het karakter van een bedevaart had gekregen.

't Is de plek tussen de twee struikjes, Er werd haar zelfs geen tuintje op de buik gegund.
Voor zoiets moet je om half zes je warme mandje verlaten. Na een kop koffie vertoonde ik wat tekenen van leven, althans, dat maakte ik mezelf wijs. Daarna was het douchen, aankleden, scheren, tanden poetsen, broodjes smeren en een thermoskan met koffie vullen.

Anton stond met de auto voor te wachten om zeven uur, zoals afgesproken. Anton is een Nieuw-Guinea veteraan, een marinier. Hij woont nu hij gepensioneerd is, elke herdenking en veteranendag bij, als het even kan. Daarvoor krijgt hij van het Ministerie van Defensie een hele zwik "Vrij Vervoertjes" en aan het eind van het jaar houdt hij er wel eens een paar over. Zo'n vrij vervoertje is gewoon een NS-dagkaart en zo kom je dus gratis heen en weer van Friesland naar Zuid-Limburg. Deal. Anton en ik kunnen het best een dag met elkaar uithouden en we besloten er een gezellige dag van te maken.

Om tien over half acht werd de auto geparkeerd in een wijk grenzend aan station Heerenveen en ruim op tijd stonden wij te wachten op de trein van 08.01 richting Utrecht. Zo vaak reis ik niet met de trein, dus ik nam rustig de tijd om het gekrioel van de reizigers, forenzen, scholieren en een enkele actieve oudere, te aanschouwen.

Zo vroeg moet je slagvaardig zijn bij het enteren van de trein, druk, druk, druk en we wilden natuurlijk wel zitten. Om met Gerard Joling te spreken: "Ik heb er de kracht niet meer voor" om dat hele kolere eind naar Zwolle en/of Utrecht te staan. We kregen een mooie plek, aan het raam, in een stilte coupé, tot groot verdriet van Anton, die wel van een praatje houdt. In een stilte coupé, de naam zegt het al, is het de bedoeling dat je je klep houdt en in een boek verdiept zit of je Ipad vingert. Geen boek bij me en voor een aai-pad ontbreekt mij de pecunia. Niet erg, ga ik lekker uit het raam staren.

In Zwolle werd het gedeelte waarin wij zaten afgekoppeld en dienden wij met gezwinde spoed in het voorste treinstel te geraken. Tot grote tevredenheid van Anton was dit een "gewone" coupé en kon Anton mij de oren van het hoofd kwekken tot Utrecht.

In Utrecht hadden wij een minuut of tien om de trein van 09.53 te halen richting Heerlen, een intercity, overigens, dat was die van Leeuwarden tot Utrecht ook. Die tien minuten heb je nodig ook, want station Utrecht wordt al sinds de vroege middeleeuwen continu verbouwd en dat zal zo blijven totdat de mensheid zichzelf uiteindelijk heeft uitgeroeid. Maar alles ging voorspoedig en keurig op tijd begon de lange rit richting Sittard. Keurig volgens schema werd de helft van de meegebrachte fourage genuttigd, zodat wij voor de terugweg ook nog wat hadden. Je kan wel iets kopen in de trein, maar dat kost de hoofdprijs en dat komt niet tot uitdrukking in de kwaliteit van het door de uitventers verkochte spul. Zelf meenemen is goedkoper en smakelijker.

Bij Zaltbommel passeerden wij de regengrens, het bleef regenen totdat wij 's avonds weer aardig in de buurt van het noorden kwamen. De weilanden en akkers zagen er tamelijk verzadigd met water uit. Nou ja, we gingen een begraafplaats bezoeken, daarbij hoort eigenlijk wel een beetje druilerige entourage, nietwaar?

In Sittard konden wij eigenlijk direct in de bus stappen die ons tot op zo'n 100 meter van de ingang van de begraafplaats Vrangendael bracht. Rond het middaguur passeerden wij het toegangshek, begeleid door een gestage druilerige regen. Op mijn gevoel liep ik eigenlijk direct naar het goede vak toe, maar ik twijfelde en besloot toch maar naar het kantoortje van de beheerder te lopen. De beheerder, die Thea van Overbeek en Fien Peelen had geholpen, Jan van Impelen was niet aanwezig, maar zijn collega was van zeer goede wil. Omdat ik, stom rund dat ik ben, de fotokopie van de begraaf gegevens van mijn grootmoeder was vergeten, moest ik op mijn geheugen vertrouwen. Ik ben een echte man, ik herinner me altijd de meest waanzinnige dingen, uit God vergeten tijden, maar ik vergeet meestal dat ik mijn vrouw heb beloofd een spijker in de muur te slaan om iets op te hangen. Selectief geheugen noemen ze dat. De begraaf gegevens waren blijkbaar in het bezit van de dames, want op de begraafplaats waren ze niet. Maar met mijn selectieve geheugen kwamen we er toch uit.

Anton had inmiddels de voor de regen schuilende begraafplaats medewerkers aan het werk gezet met de opmerking dat hij wel een kopje koffie lustte. Het gezegde zegt het al, "Met de hoed in de hand, kom je door het ganse land, maar met een grote mond, kom je heel de wereld rond". Maar de opzichter en ik gingen eerst de begraafplaats op. Geen mooie begraafplaats, wel heel erg groot, opgedeeld in terrasvormige secties. Ik maakte een opmerking dat ik had gelezen dat Toon Hermans en zijn vrouw hier ook begraven lagen en hij zei, "lopen we zo langs" en inderdaad, 50 meter van oma.

Zij hebben geen tuintje op hun buik, maar zo'n plaat ligt toch wat zwaar op de maag, dunkt me.
Daarna kregen we het verhaal wat in de eerste alinea al wordt omschreven. Graf 114 was in vak D een andere plek dan op de eerder ontvangen foto's van 8 augustus en graf 144 correspondeerde wel met die foto. Maar 't moest 114 zijn, zoals later bleek. Wel sneu, dat de bos bloemen die namens mijn neef Albert, te zamen met zijn foto op de verkeerde plek zijn neergelegd. Hem kennende, moet hij er alleen maar om grinniken, schat ik zo.

Hieronder een foto van de verkeerde plek, de bos bloemen en Ab z'n foto zijn uiteraard door de elementen vernietigd.

Graf 144 (links van de donkere zerk) is het dus niet.
We zijn teruggekeerd naar het kantoortje van de opzichter, waar we de door Anton "georganiseerde" koffie hebben genuttigd en de nodige wetenswaardigheden van het eerbiedwaardige beroep van grafdelver hebben losgepeuterd bij de betreffende vakmensen.

Uit hun informatie bleek, dat er inderdaad niet werd geruimd, zo lang er nog ruimte was op de begraafplaats. In de toekomst bestaat de mogelijkheid, bijvoorbeeld bij een herinrichting, dat het oude gedeelte wel opnieuw zal worden gebruikt, maar dan dienen de gemeente-ambtenaren wel toestemming te hebben van de rechthebbenden. We zullen het beleven en anders maar niet. Voor zover ik de familie Kamps ken, laten die in grote meerderheid hun overledenen tegenwoordig cremeren, dus van een eventuele grafruiming van een reeds lang overledene zullen ze niet wakker liggen. De echtgenote van oma, opa dus, is in 1963 begraven op het Odulphuskerkhof in Wijk aan Zee en al lang geruimd. Ik heb er niemand over gehoord.

Anton en ik waren toch al nat en liepen vanaf de begraafplaats naar de binnenstad. Ik had afgesproken met een echtpaar, dat ik had leren kennen via Twitter en Facebook. Ik had de vorige dag al aangekondigd dat ik deze bedevaart ging ondernemen en zij, woonachtig in Zuid-Limburg reageerden eigenlijk direct en stelden voor elkaar te ontmoeten in Sittard. We spraken af in het restaurant van V&D aan de markt. Het was als of we oude kennissen ontmoetten, zij had zelfs een heel leuk presentje voor mijn lief vervaardigd.

Sittard is een prachtige oude marktstad, met een Duitse uitstraling, maar ook met Nederlandse en Vlaamse invloeden. Een geweldige Markt met prachtige gevels, waaronder diverse vakwerk en op de achtergrond machtige kerktorens van imposante uitingen van het rijke, roomse leven. Vanuit één van deze grote Godshuizen moest oma destijds zijn begraven. Het was een vreemde gewaarwording, om rond te wandelen in de stad, waarin mijn vader voor een belangrijk deel zijn jeugd had beleefd. Ik wil de stad beslist nog wel eens een keer zien, maar dan wel met een lollig mei zonnetje in plaats van dit authentieke "kerkhof"-weer.

We haalden de trein van half vier uit Sittard richting Utrecht, na een felle, korte, oude mannen sprint. De reis was het omgekeerde van de heenreis, inclusief een verblijf in de stilte-coupé, tot groot leedwezen van Anton.

Om kwart voor acht 's avonds waren we thuis. Ik ben Anton heel dankbaar voor zijn "Vrij Vervoertjes" en zijn onderhoudend gezelschap. Een gedenkwaardige dag en aan mijn rug te voelen zal dit nog wel even na-ijlen. Het meubilair van de NS is ergonomisch zeer verantwoord, maar wel hard, zeker als je 8 uur in de trein hebt gezeten. Au.