dinsdag 9 april 2013

De nuance, daar gaat het om.....

Moet je overal een mening over hebben? Moeilijke vraag. Zo is er het gekrakeel rond pedofielen-vereniging Martijn. Wat vind ik daar eigenlijk van? Ik ben nieuwsgierig en ben op de site van deze club (http://www.martijn.org, inmiddels niet meer online) gaan kijken en kwam al gauw tot de conclusie dat je daar als "normale" mens niets te zoeken hebt. Maar ik wil wel weten waar ik het over heb, zonder m'n oordeel al klaar te hebben.
Op mijn Facebook-account krijg ik af en toe plaatjes met bijvoorbeeld een schavot met daarop een galg met het onderschrift "Hangplek voor pedofielen" en die moet ik dan volgens de plaatser of deler van dat bericht "Leuk" vinden. Vind ik niet leuk. Ongenuanceerd en wars van enige historische kennis noem ik dat.

Dat was maar een voorbeeld. Ik heb ook al suggesties gezien om pedofielen te gebruiken voor vivisectie in plaats van witte muizen en ratten. Vind ik ook niet leuk. Het verdrietige is dat dat soort berichten door hele "mainstream" mensen wordt geplaatst.
Begrijp me goed, ik vind dat je van kinderen af moet blijven en ze een veilige omgeving moet bieden.
Maar hoe je het ook wendt of keert, pedofilie is een seksuele voorkeur, waarmee mensen blijkbaar mee worden geboren. Droef maar waar.

Eind jaren zestig was er de seksuele revolutie en werd de porno vrijgegeven. Het stierf ineens overal van de vieze boekjes, zoals de Candy en de Chick en zo had je er nog enige tientallen. Veel van die blaadjes hadden ook zo hun specialiteiten zoals SM, dikke mensen, poep- en plassex en meer van dat soort dingen die mensen blijkbaar nodig hebben om aan hun gerief te komen.
Kinderpornoblaadjes had je in die tijd ook. Kon je gewoon bij de sexboer kopen. Ik werkte in de jaren zeventig en tachtig al in de grafische industrie en ik weet dat er grof geld aan werd verdiend. Ook aan die kinderpornoblaadjes. Oplages van tienduizenden exemplaren en ze werden allemaal verkocht.

Iedereen kent wel de verhalen uit die tijd van de parlementsleden van met name de PvdA en PSP, die in die jaren pleitten om sex met kinderen in beperkte mate toe te laten en een PvdA-senator was zelfs uitgesproken pedofiel. Voor zover ik wist werd in die tijd sex toegestaan met kinderen vanaf twaalf jaar mits het vrijwillig was en de ouders toestemming gaven. Wie kent niet de rock and roll ster Jerry Lee Lewis die met een dertienjarige trouwde?

Zoals ik al zei, pornoblaadjes met blote kindertjes er in verkochten grif en hadden indrukwekkende oplages. Ik vrees dat als je er voor bent om pedofielen op te hangen, je bomen te kort komt in Nederland. Conclusie, 99,8 procent van de Nederlandse pedofielen praktizeert z'n seksuele voorkeur blijkbaar niet. En gelukkig maar.

Maar ik zou ook heel gelukkig zijn als de rest van Nederland eens op Wikipedia op ging zoeken wat "de nuance zoeken" eigenlijk betekent. Voordat je het door hebt gebeuren er wel ongelukken met die heksenjachten op zedendelinquenten die hun straf hebben uitgezeten.

Iedereen mag wat mij betreft gruwen over mensen die hun handen niet thuis kunnen houden bij kinderen. Maar ophangen? Dat is het zelfde als homofielen, die worden opgehangen in Iran en sommige Afrikaanse landen. En zeg alsjeblieft niet, dat je dat niet met elkaar kunt vergelijken. Want het is namelijk precies het zelfde.

woensdag 20 maart 2013

Eerlijke sollicitatiebrief

Beste HRM-medewerker (m/v),

Met veel genoegen stuur ik u mijn sollicitatie naar aanleiding van uw vacature voor een "Flesje Haarlemmer olie, overal goed voor, helpt nergens tegen".

Scribent smeert met zijn Haarlemmer olie al meer dan veertig – veelal lange – jaren de raderen van 's lands bedrijfsleven en overheid, dus kun je hem met recht een doorwrochte ervaringsdeskundige noemen, die uw organisatie nog jaren van het nodige glijmiddel kan voorzien.

Ooit begonnen als jongste bediende bij een filiaal van een grote bank in een net niet middelgrote stad in het westen van het land, kwam hij al na een aantal jaren afzien tot de conclusie dat hij van het bankieren behoorlijk verdrietig werd en ging hij op zoek naar een nieuwe start van zijn loopbaan. Omdat ik slecht kan liegen, werd een job als telefonisch verkoper bij een uitgever een fiasco. Boekhouder bij een autobedrijf was ook niet zo'n succes, had ik kunnen weten, na mijn valse start bij de bank. Administratie is niet een van mijn grootste talenten.
Ik ging de drukkerij-wereld in. Ik werd typograaf. Nu moet ik even de geschiedenis in duiken. In de jaren zeventig was de verhouding hoogdruk (verhoogd letterbeeld) en offset (vlakdruk) nog ongeveer 70 : 30. Ondergetekende begon zijn carriere als typograaf bij een regionale dagbladuitgever. Kranten werden allemaal nog op hoogdruk-rotatiepersen gedrukt. Kortom, een typograaf is een zetter, hij zet allemaal loden lettertjes in de goede volgorde door middel van een zetmachine (voor de kenner, een Intertype, een Linotype of een Monotype). De kopij werd voor het grootste gedeelte getypt aangeleverd en een kleiner gedeelte handgeschreven (de postduiven-vereniging met hun uitslagen bijvoorbeeld). Het was immers nog in de tijd, dat de personal computer nog moest worden uitgevonden. Kort en goed, scribent ging in het leerlingenwezen en haalde zijn diploma's als typograaf. Het lood verdween, dus schakelde ik over op fotografische zetmachines. De fotografische zetmachines evolueerden naar grote tekstverwerkingssystemen met tientallen werkstations, de voormalige typograaf evolueerde mee. De personal computer kwam op de proppen en de grafische industrie koos, mede vanwege de grafische interface, voor Apple. De fotozetter werd dtp-er (DTP staat voor Desk Top Publishing, het met behulp van een pc samenvoegen van tekst en beeld in pagina's). In dat vak bleek ik zomaar wat voor te stellen en pak 'm beet tien jaar verder was ik studio-medewerker bij een grote landelijke tijdschriften-uitgever. Toen was het ineens 2002 en werd Pim Fortuyn slachtoffer van een spontane aanval van loodvergiftiging, toegediend door Folkert van der Graaf. Fortuyn was, breed gezien, min of meer een collega, die columnist was bij de belangrijkste uitgave van mijn werkgever. Na zijn dood raakte de economie in een dip en dat merk je altijd het eerst in de grafische branche. In april 2003 stond ik op straat, weggesaneerd. Een ander groot grafisch bedrijf in de hoofdstad ontsloeg in dezelfde periode 200 grafisch medewerkers. Ik was 50 en wist dat ik geen toegevoegde waarde had als dtp-er.
Met de "goudkleurige" handdruk van de uitgever, bekostigde ik een opleiding Onderwijsassistent ICT, die ik met goed gevolg afrondde. Jammer, maar helaas, daar bleek geen markt voor te zijn. Met tijdelijke contracten, of contracten met te weinig uren, strompel ik sindsdien voort en komt mijn loopbaan piepend en krakend tot stilstand, ruim zes jaar voor mijn pensioen.

Een ideale kandidaat voor de vacature "Flesje Haarlemmer olie, overal goed voor, helpt nergens tegen". Uit bovenstaand blijkt duidelijk dat ik een bruikbare sukkel ben, die het woord "flexibiliteit" als het ware belichaamt. Iemand die je om een boodschap kunt sturen (want, ook nog in het bezit van een rijbewijs). Iemand die van alles wat en van niets genoeg weet. Iemand die, dank zij "vernieuwde inzichten" moet doorwerken tot hij 66 jaar en 8 maanden oud is. En met mij zijn er nog tienduizenden 55-plussers, die de grootste moeite hebben om aan de slag te komen. Allemaal uitermate geschikt als "Flesje Haarlemmer olie, overal goed voor, helpt nergens tegen", nodig voor het smeren van nijver Nederland. Nu alleen nog werkgevers zien te vinden, die dat beamen.

Ik vind dat ik mijn punt nu wel heb gemaakt. Wat houdt u nog tegen, om mij aan te nemen?

Beleefd aanbevelend en vriendelijk groetend,

Boalserter Maat

dinsdag 26 februari 2013

Muizenissen

's Avonds laat liep ik de snijdende wind met twijfelende neerslag (sneeuw, regen of toch maar ijzel?) dood, alles ten behoeve van de sanitaire noden van onze vriendelijke viervoeter. Ik heb de grootste moeite om mijn bed in te komen, al meer dan vijftig jaar poog ik om 's avonds voor elven het bed te enteren, de keren dat zoiets lukte zijn op de vingers van één hand te tellen. Dus het zal rond enen geweest zijn. Ik was de enige niet, nog zo'n nachtbraker liet z'n hond uit. Zijn hond braaf aan de lijn en Lotje, zoals gewoonlijk, los. Altijd een moment om even op te letten, want Lotje heeft een wat eigenaardig gevoel voor humor om de aangelijnde hond dan even te jennen. Viel deze keer wel mee. De ander sprak mij aan. "Durf jij dat nog wel? Je hond los laten lopen? De boete bedraagt honderd dertig Euro hoor. En ze controleren erg vaak momenteel, deze week nog op het Hoog Bolwerk en het park achter Bloemkamp."

Fijn. De gemeente Sudwest-Fryslân heeft een verordening uitgevaardigd, een hond niet aangelijnd kost je honderd dertig Euro, laat de hond wat vallen en je ruimt het niet op, dan kost dat honderd zestig Euro.  Losloop-gebied in Bolsward?........ Neuh, nergens. Honden-toilet? Ja, aan de andere kant van Bolsward, waar ik nooit kom. Nu wil het geval, dat Lotje elf jaar geleden is afgericht om aangelijnd netjes naast te lopen, zonder te trekken en zonder haar behoefte te doen. Dus dat doet ze dan ook niet. Al loop ik met haar van Bolsward naar Den Oever over de Afsluitdijk. Aangelijnd? Niet poepen of piesen. 't Beest is elf jaar, leer haar dat maar eens af. 't Alternatief is een regelmatige donatie van honderd dertig Euro aan de "handhavers" van de gemeente Sudwest-Fryslân (hierna gemeente SWF genoemd). En als baasje (ondergetekende dus) de poepschep met plastic zakjes vergeten is, nog eens honderd zestig Euro vanwege de gevallen drol. Dure grap, als je op bijstandsniveau leeft. 't Kon wel eens zo zijn, dat Lotje onze laatste hond is. Niet meer op te brengen, als je het dier zo af en toe wat geconditioneerde vrijheid wilt bezorgen. Tel daarbij de uit de pan rijzende kosten van een bezoekje aan de dierenarts en dan is de keuze snel gemaakt.

Afgelopen zomer had de hond wat last van jeuk en bracht ik een kort bezoekje bij de plaatselijke dierenarts. Tien minuten in en uit. 1 spuitje, een strip met pillen en een speciale shampoo meegekregen na achterlating van achtennegentig Euro en tachtig centen. Daar heb je een aardige winkelwagen vol met boodschappen voor bij de Jumbo.

Kortom, vanmorgen heb ik Lotje achter in de auto geladen en heb haar uitgelaten op de Waddendijk tussen Zurich en Harlingen. Lotje blij, want alle ruimte en veel ganzen om op te jagen en ik wat minder, want 40 kilometer autorijden vice versa alleen om de hond uit te laten. In ieder geval is het goedkoper dan een onvrijwillige donatie ten behoeve van de Gemeente SWF.

Heel af en toe krijg je de nijging om de volgende keer heel populistisch te gaan stemmen, onder het mom van: – De eerste de beste politieke partij die aan de gemeenteverkiezingen meedoet en die belooft om die halve gare anti-honden maatregelen te schrappen heeft mijn stem –. Als je de hond aantoonbaar onder commando hebt, dan zie ik er geen kwaad in om het beest los te laten lopen. Een boete, omdat je de drol van een hond niet wil opruimen, akkoord, heel legitiem en volledig mee eens. Maar honderd zestig Euro? Een beetje buiten-proportioneel vind u niet? Ook honderd dertig Euro omdat je het beest niet aangelijnd hebt is een belachelijk bedrag. In plaats daarvan, voer dan de hondenbelasting maar weer in, als je het geld niet kunt missen.

De ellende is, door de gemeentelijke herindelingen woon je in een gemeente die halverwege de Afsluitdijk begint (bij hectometerpaal 82,6) en aan de zuidkant wordt begrensd door Staveren en aan de oostkant het Snekermeer. Dus wil je je hond laten loslopen dan is de enige mogelijkheid de Waddenzeedijk, want die valt onder Rijks Waterstaat. Afsluitend, Lotje heeft, als het haar gegund is, nog zo'n vijf jaar te leven en wij (Wilma en ik) zullen ons best doen, om die zo aangenaam mogelijk voor haar te laten verlopen, maar ik vrees met grote vreze dat Lotje echt onze laatste hond zal zijn. Met dank aan de gemeente SWF.

woensdag 30 januari 2013

Mijn emotionele cv (deel 3)

Vrouwen


Ben lang kind gebleven, ik speelde op mijn vijftiende nog cowboytje en bouwde hutten, waarin ik dan met mijn vrienden sigaretten en shag zat te roken. Exemplaren van het vrouwelijk geslacht werden eigenlijk amper opgemerkt. Vriendjes met een rok of jurk aan, zo ongeveer. Natuurlijk wist ik van het verschil tussen jongens en meisjes. Ik heb een jonger zusje en met buurmeisjes en nichtjes heb ik ook wel aan een "uitwisselingsprogramma" meegewerkt. Toen heette dat "doktertje spelen" en tegenwoordig kom je er mee in de krant onder de kop "Vijfjarige maakt zich schuldig aan seksueel misbruik". Tijden veranderen nietwaar?

Maar goed, met vijftien verandert toch je hormonale huishouding en zo langzamerhand kreeg ik meer belangstelling voor het vrouwelijk schoon. De tijd van de onmogelijke liefdes op afstand brak aan. Prachtige puber-meisjes op de roeivereniging, die mij helemaal niet zagen staan..... Ik zat niet bij hen op school, ik hoorde niet bij hun sociale netwerk en heel belangrijk, alhoewel je je dat op die leeftijd niet realiseert, ik had hun niets, maar dan ook helemaal niets te bieden, behalve een hoop onbeholpen geiligheid. Maar van dat soort liepen er op de vereniging wel meer rond. Life sucks met acne, poëtisch gesteld....

Feestjes met plafonds waaraan visnetten met ballonnen en broeierige verlichting waren gehangen en slijpen, langzaam schuifelen op rockballads, met het meisje zo dicht mogelijk tegen je aan gedrukt, dat was het hoogst haalbare. Het eerste vrouwspersoon dat aantoonde ook "lichamelijke behoeftes" te hebben heette Corrie,   ze dwong me tijdens "je 't aime, moi non plus" van Serge Gainsbourg en Jane Birkin in een stil hoekje en begon te tongen. Geschokt, verward en helemaal van de richel was ik. Niet zo lang, maar toch.....

En zo knoeide ik voort tot m'n negentiende. Hier een zoentje, daar een blauwtje, dat soort dingen. Ik herinner me een "verovering" op de zondagmiddag in discotheek TumTum in Beverwijk (Hilbersplein), ik bracht haar naar huis, ze woonde in Oosterwijk, een jaren zestig wijk in Beverwijk, lopend, stijf gearmd. Bij de voordeur van haar ouderlijk huis werden we opgewacht door haar vader, ze glipte langs hem naar binnen en ondergetekende werd heengezonden met de mededeling, "Anneke (of hoe ze ook heten mocht) heeft haar eigen vrienden en ik heb liever dat u gaat". Achteraf had ik hoogstwaarschijnlijk een aardig biertje op en was ik wellicht wat te opdringerig, maar toen was ik hevig teleurgesteld en al het geloof in de generatie van onze ouders verloren. Toen ik negentien jaar oud was ging ik mijn militaire dienstplicht vervullen, zoals de meeste jongens in die tijd. Het was midden in de tijd van de Koude Oorlog en Nederland had nogal wat vooruitgeschoven strategische posten in het oosten van het toenmalige West-Duitsland. Ik belandde bij de Luchtmacht en die bezat vijf geleide wapen bases tussen het Weser Bergland en de Harz. Nogal wat van mijn lichting moesten die kant op, opvallend genoeg, vooral degenen die een relatie hadden, dus getrouwd of verloofd. Scribent was, zoals gezegd, nog vrijgezel en kwam op vliegbasis Ypenburg tussen Den Haag en Delft terecht bij het Korps Luchtmachtstaf, pak 'm beet 45 kilometer van huis af en ik mocht thuis wonen. Wat een geluk. Het vrijgezel zijn had ook zo zijn voordelen blijkbaar. Logica zat er niet bij, maar 't kwam mij wel goed uit.

Ik was lang en breed 21 toen ik uit dienst kwam en geen twee weken na mijn afzwaaien had ik verkering, met de zus van de vriend van mijn eigen zuster. Deze dame heeft mij ingewijd in de geheimen van de liefde en mij voor het eerst het begrip luddevedu bijgebracht, liefdesverdriet that is....
Want aan alles komt een eind en ook aan "goilighoid", zoals ze dat in West-Friesland zo plastisch uitdrukken. Want het feit was, ik was dan wel meerderjarig, maar woonde nog steeds bij pa en ma, had niets gespaard en alles er doorheen gejaagd en had de dame dus nog steeds, niets maar dan ook niets te bieden.

Binnen een paar maanden was het weer raak, mijn zus had inmiddels een nieuwe vriend, maar ook een vriendin die bij haar op het koor zong. Dus broerlief werd gevraagd om mee te gaan naar De Bokkesprong in Groet als begeleider van haar vriendin. Zestien was ze, nog scholier. Met haar ging alles in drieën. Drie jaar verkering, drie jaar verloofd en drie jaar getrouwd. Einde verhaal.

't Was een geweldige vriendin, met wie ik een hoop heb meegemaakt en een hoop gelachen en gehuild. Maar een vriendin is wat anders dan een echtgenote. Als getrouwd paar faalden wij, geen excuses, zeker niet voor mij. 't Was na drie jaar gewoon op en onze wegen scheidden.

Mijn vrijgezelle tijd duurde acht maanden, in die tijd heb ik nog zes weken iets gehad met een hele mooie dame, moeder van twee kinderen, maar dat was slechts tijdelijk, dat wisten we allebei.

Inmiddels was het de winter van 1984-1985. 't Moet ergens in januari 1985 geweest zijn dat ik 's nachts van mijn werk kwam bij het Noordhollands Dagblad in Alkmaar en besloot om nog even een biertje te pakken in mijn stamkroeg, in de nacht van vrijdag op zaterdag. 't Was er rustig en aan de bar zaten onder andere twee dames, met wie ik aan de praat raakte. Onbenulligheden over het weer en of ik al geschaatst had. De dames vroegen op een gegeven moment aan de uitbater van de kroeg of hij een taxi wilde bellen en toen gebeurde het. De barkeeper zei, dat ik volgens hem bij de dames in de buurt woonde en vast en zeker met de auto was, zij konden wel met mij meerijden. En zo gebeurde het. De jongste en de kleinste van de twee dames dirigeerde haar vriendin op de achterbank en zij ging naast mij zitten. De jongste bleek bij de andere te logeren, haar kinderen waren naar haar ex, ze woonde drie straten bij mij vandaan. We maakten een losse afspraak, ik zou bij haar langskomen.

Dat deed ik niet, ik ben daar te verlegen voor, althans, tegenover vrouwen. Een week of twee later kwam ik haar tegen tijdens de jazzavond in dezelfde kroeg. Ze was met een vriend. Ze herinnerde mij aan de afspraak, dat ik bij haar langs zou komen.

't Was weer de nacht van vrijdag op zaterdag, van 7 op 8 februari 1985, ik was thuis, net uit mijn werk gekomen en dronk nog een biertje en zat wat muziek te luisteren toen de bel ging. 't Was één uur 's nachts. Ze stond voor de deur, "ik dacht, dat je bij me langs zou komen?"

Volgende week zaterdag, 8 februari 2013, zijn we 28 jaar een stel......

woensdag 16 januari 2013

Tradities en namen

Er zijn mensen die mij een fossiel zullen noemen. De tijden veranderen en ik sputter tegen. Iets van alle tijden en niet iets om je druk over te maken. Maar dat is weer in tegenspraak met dat tegensputteren. Naarmate ik ouder word ben ik steeds meer bezig met het verleden en de tradities uit het verleden. Sommige van die tradities vind ik mooi, het laat zien waar je vandaan komt en wie je voorvaderen zijn. Bij mij in de familie van vaders kant was het de gewoonte om de oudste zoon Freerk te noemen en de eerste dochter Grietje. Daarna kwam er steevast een Paul in de mannelijke lijn, gevolgd door een Albert en een Gerrit of Geert. Als het met de viriliteit van de echtelieden wel goed zat, dan kwam er meestal een Jakob of een Jan te voorschijn. Als de kinderen stierven, dan aarzelde men niet om de eerstvolgende boreling weer te vernoemen naar het overleden kind. Zo kon het voorkomen, dat er drie keer een Jan van het zelfde echtpaar bij de Burgerlijke Stand bekend was. Mooi zoiets, hou ik van.

Zo niet de huidige generatie, die driftig bezig is met voortplanten. Nog niet zo lang geleden kwam mij ter ore dat er een nieuwe nazaat onderweg is. Kleinkind nummer drie. Scribent mag zich al grootvader noemen van twee jongedames, de oudste wordt over een week 15!!!! Jahaa, de jongste zoon werd vader toen hij 19 jaar oud was en mijn echtvriendin en ik respectievelijk 43 en 44 jaar oud waren. De oudste kleindochter heet Verona Soraya, een prachtige naam, maar...... heeft niets met traditie en voortzetting van de familienamen te maken. Overigens, maar dat weten de meeste van mijn volgers al, ben ik niet de natuurlijke vader van onze kinderen, poëtisch gesteld, "geen loten van mijn stam". Maar Verona Soraya heeft van moeders kant Antilliaans bloed en daar houdt men van barokke namen. Bekt 't lekker? Prima toch?

Zoonlief heeft ook een dochter van drie jaar en die heet Julie. Frans, Duits van oorsprong en afkomstig van Julius, wat in het Latijn "de jeugdige" betekent. Men is tegenwoordig Angelsaksisch georiënteerd dus de uitspraak is "Djoelie". Alweer, 't bekt wel lekker, maar van traditie of vernoeming is geen sprake. Niemand in de lijn van mijn vrouw, of van de "echte" vader van zoonlief, heet zo.

En nu is nummer drie onderweg en verdomd, Bas heeft z'n sokken aangehouden bij "de daad", de twintig weken echo doet ernstig een telg van het mannelijk geslacht vermoeden. Tegenwoordig hoef je maar een maand of vier te wachten voordat je weet, welke kleur de babykamer moet worden, de techniek staat voor niets he? En die techniek, waarmee men dat kan zien, de echo, heeft ook wel raakvlakken met de conceptie. Iets met blote buiken, glibberig spul en wrijven. Heel dierbaar allemaal.
Maar goed, de aanstaande kleinzoon heeft al een naam ook. 't Zijn ongeduldige tijden en alles moet snel, snel, snel. Zijn naam is Damian. Uitspraak: "Deemjun". Angelsaksisch van oorsprong en de betekenis is "De Temmer of Onoverwinnelijke". Hier in Nederland zeggen we gewoon Daan, maar dat klinkt niet "cool". Voor zover ik weet, zit daar ook geen vernoeming aan vast. De beide natuurlijke grootvaders heten Rob en Jack en de beide overgrootvaders ook, dus dat is 'm niet. De vader van mijn lief heette Aalbert en de broers van mijn echtvriendin hebben ook andere namen. Niks geen traditie. De naam Damian is hier vooral bekend van de eind jaren zeventig film "Damian, het Omen". Een zeer verontrustende film over een bleek jochie met sluik zwart haar, met de tatouage "666" op zijn hoofdhuid. Omen betekent "Voorteken" en de nogal enge jonge man, blijkt de duivel in mensengedaante te zijn. Ik ben geen liefhebber van dat soort films, maar in die tijd leefde ik met iemand samen, die dat helemaal geweldig amusement vond. Nothing 's new...... really. Maar dat soort dingen schiet dan door mijn hoofd, als ik de naam van de aanstaande boreling hoor..... Kunnen de blije ouders niets aan doen, dat is mijn gekte en daar moet ik het mee doen. En gelukkig hoeven zij zich er ook niets van aan te trekken.

Maar, zij zijn de enigen niet. Namen als Greetje, Cornelis, Jaap of Kees, Joke of Johanna hoor je zelden nog. En verdomd als het niet waar is, hoe lager de sociale status van de ouders, hoe barokker de naam. Vooral in Antilliaanse kringen hebben de kinderen vaak vijf of zes voornamen, waarbij je op elke voornaam een tong-verstuiking oploopt. Ik vraag me wel eens af of men er wel eens bij nadenkt dat zo'n schaap heel zijn of haar leven met zo'n naam moet doen. Een aantal jaren geleden hoorde ik een vrij jonge moeder tegen een meisje van een jaar of drie, vier oud met een heel bleke huid en felrood haar op het hoofd mopperen. "Savannah, nou moet je ophouden met je geklier, anders wordt mama heel erg boos". Logisch, dat het kind liep te klieren, met zo'n naam. Die geef je aan een prachtig, donker Afrikaans kind, niet aan een bleke Bet uit Noord-Europa. Maar 't kan nog veel erger. Laatst liep ik op straat, naar ik meen in Joure en toen riep een moeder haar dochtertje, die te ver uit de buurt dreigde te zwerven: "Yoni, kom bij mama, hier blijven lieverd!!" Yoni is van oorsprong Sanskriet en is de poëtische benaming van het vrouwelijk geslachtsdeel. Kijk maar in de Kama Sutra. De moeder (en vergeet de vader niet) heeft dus nooit de Kama Sutra gelezen en heeft haar dochter "Kut" genoemd en daar kun je het als nazaat dan mee doen.

Maar zoals ik al zei, ik ben een fossiel. 't Voordeel van fossielen is echter, dat ze heeeeel oud zijn, dus ik mag nog een tijdje zeiken over van alles en nog wat, naar ik mag hopen.


vrijdag 28 december 2012

Een desembrood bakken

Nee, ik ben niet bekeerd tot het "geitenwollen sokken volk", maar me meer bewust van wat ik eet. Voortschrijdende inzicht noemen ze dat. Je bent per slot van rekening wat je eet, luidt een oud gezegde. Dus ik houd zo veel mogelijk rekening met de volgende zaken: ik eet wat minder vlees, wat meer vette vis, zo weinig mogelijk uit pakjes, we maken zo veel mogelijk zelf en, wat in dit verband ook heel praktisch is, mijn lief koestert een volkstuintje. Ik zeg met nadruk mijn lief, want ik ben niet zo van de vieze handen. Een bekend dichter uit de vorige eeuw verwoordde het al, "De natuur is zo overweldigend, daar hoort een terras bij en een goed glas". En zo denk ik er ook over.

Wat meer in mijn genen zit, is het bakkersvak. Men heeft ooit pogingen ondernomen om wijlen mijn oude heer iets bij te brengen op de ambachtsschool. In zijn nalatenschap waren nog enige boeken uit de jaren dertig van de vorige eeuw over de opleiding tot bakker. Ik herinner me uit mijn kindertijd, dat vader in de decembermaand vaak bij Bakker Winkel in Velsen-Noord een bijbaantje had en 's nachts meewerkte in de productie van speculaas, kruid- en pepernoten en banketletters voor Sinterklaas en daarna voor de Kerst en Oud- en Nieuw diverse lekkernijen fabriekte.

In de keuken heb ik zo mijn specialiteiten en één van die specialiteiten is, dat het mij redelijk vaak lukt om een goed gelukt brood te produceren en tot voor kort deed ik dat gewoon met fabrieksgist, hetzij vers als blokje, hetzij gedroogd in een zakje. Maar gist is een fabrieksmatig geproduceerd goedje, vol met hulpstoffen met een E er voor. Het zorgt er in principe voor dat de gluten in het volkorenmeel naar boven worden gedreven en hun werkzame stoffen (suiker) omzetten in alcohol, dat heet gisten en daar gaat het deeg van rijzen.

Dat fabrieksgist heeft men in de 17e eeuw uitgevonden en in 1825 wist men het in blokjes te persen (daarvoor was het vloeibaar) en Louis Pasteur heeft in 1860 een manier gevonden om het langer te bewaren en te drogen. Maar hoe bakte men vroeger dan brood? Ik bedoel eigenlijk, hoe zorgde men er vroeger dan voor dat een brood ging rijzen en luchtig werd?

Men maakte desem of zuurdesem. Ingrediënten: meel en water in gelijke delen mengen. Dit liet men een dag rusten en de tweede dag roerde men het 's ochtends en 's avonds goed om. De derde dag deed men er weer wat meel en water bij en roerde het twee keer per dag om, ook zo de vierde, vijfde en zesde dag. Vanaf de derde dag gaat het "werken" oftewel gisten, dat zie je doordat er zich belletjes aan de oppervlakte van het papje gaan vormen en het gaat licht zurig ruiken. De zesde dag is het vol van activiteit. De zesde dag is het klaar en kan men het gebruiken om een brood te gaan bakken.

Dodelijk simpel, om een brood te bakken heb je meel, geen bloem, nodig, water en een snufje zout. O ja, een oven is ook wel handig.......

Het verschil tussen bloem en meel moge duidelijk zijn. Bloem is gezeefde meel, wordt vooral gebruikt om witbrood mee te bakken. Het nadeel is, dat er bijna geen vezels meer in zitten en in die vezels zitten nu net de gluten. Gluten heb je nodig om te fermenteren (= gisten). Dus voor het moederdeeg moet je meel hebben. Oftewel, volkoren-meel, rogge of spelt-meel. Een goede supermarkt zou dat moeten verkopen, anders moet je naar een bakker of natuurvoeding winkel gaan. Ook zijn er diverse molenaars die hun meel aan huis verkopen. Spelt-meel is wat lastiger, veel wordt het niet meer verbouwd in Nederland, terwijl juist daar veel gluten in zitten. Je moet er voor naar een natuurvoeding winkel en daar betaal je er vaak de hoofdprijs voor. Principes hebben is mooi, maar 't kost wel dat het barst. Wij hebben een vriendin, die regelmatig in Denemarken vertoeft en daar is het volop verkrijgbaar. Zij neemt dus spelt-meel voor ons mee.

Tot zover de inleiding, een wat omslachtige manier om te vertellen, dat ik graag wil weten wat er in mijn voedsel zit en dat ik bereid ben om daar knap ver in te gaan. Maar zeg nou zelf, 't is toch één van de wonderen van de natuur, dat je een brood bakt van 3 simpele ingrediënten, water, meel en een snufje zout?

Uiteraard moest ik zo nodig 's avonds beginnen aan mijn brood en was er diep in de nacht pas mee klaar met onderstaand resultaat tot gevolg. Te weinig geduld met het rijs-proces en hoogstwaarschijnlijk iets te kort water gebruikt. Maar voor een eerste resultaat? Och...... Het brood smaakt voortreffelijk (niet zuur, zoals een Duits brood) en het verdwijnt toch in een donker gat. Brood maken is een kwestie van geduld hebben en stug blijven proberen.

"O jee jongens", zei mijn moeder altijd, "de bakker heeft z'n wijf weer door het brood heen gejaagd".

Het recept

Ingrediënten moederdeeg:
Volkoren-meel
Spelt-meel (tenminste, dat gebruik ik)
Water

Dag 1:
Men mengt 80 gram volkoren-meel en 20 gram spelt-meel (of 100 gram volkoren-meel) en 100 cc water in een beslagkom. Roer het papje, totdat het een egaal mengsel is, waar geen water op staat. Daarna dekt men het geheel af met een vochtige theedoek en zet het weg op een plek waar het plusminus 16 tot 18 graden is.

Men dekt het moeder- of startersdeeg met een warme, vochtige doek af.

Dag 2:
Roer het mengsel 's ochtends en 's avonds een keer om, vochtige doek er op en weer wegzetten op dezelfde plek. Aan het mengsel is nog niets te zien.

Dag 3:
Het mengsel begint nu licht te werken, er vormen zich zo hier en daar kleine belletjes en het ruikt licht fris zurig. Voeg 50 gram volkorenmeel (als je ook speltmeel gebruikt, 40 gram volkorenmeel en 10 gram spelt-meel) en 50 cc water toe aan het mengsel en roer het goed door, vochtige doek er weer op en wegzetten. Ook 's avonds nog een keer roeren.

Dag 4:
Het mengsel is nu duidelijk aan het bellen blazen. Voeg weer 50 gram meel en 50 cc water toe en roer het geheel.  Vochtige doek er weer overheen en wegzetten. 's Avonds nog een keer roeren.

Dag 5:
Zelfde als dag 4. Het gaat nu wat zuriger ruiken. Pas op, dat het niet te zuur ruikt, want dan staat het te warm en kun je het weg gooien. Je kan de geur beïnvloeden door er iets meer meel, dan water bij te doen. Zorg er echter wel voor, dat het een papje blijft en geen deeg wordt.

Dag 6:
Zelfde als dag 4.

Dag7:
Het moederdeeg is klaar om er brood van te bakken.

Dag 7: het moederdeeg is klaar.
Je houdt altijd moederdeeg over, dit is de basis voor een volgend brood. Gewoon elke dag meel en water bijvoegen. Heb je genoeg, dan kun je het minstens 14 dagen bewaren in de koelkast en het is ook makkelijk in te vriezen.

Brood bakken:

Voor een brood van 800 gram:
640 gram volkorenmeel (of een mengsel van verschillende meelsoorten)
160 gram moederdeeg
350 cc water
1,5 theelepel zout

Meng het meel en zout in een diepe schaal en maak een kuiltje in het midden. In het kuiltje giet je het moederdeeg en meng het daarna met het meel. Vervolgens voeg je tweederde van het water toe en ga je het mengsel kneden totdat er een soepel deeg ontstaat. Dit ga je verder kneden op een met bloem bestoven blad of aanrecht. Is het te droog, dan gebruik je naar inzicht het overgebleven water, het beste resultaat om te zien is, dat het licht glanst, maar toch niet klef en nat is. Het deeg blijven kneden totdat het elastisch is. Daarna weer in de schaal doen en de befaamde warme, vochtige doek er over heen en 1 à 2 uur laten rijzen in een warme omgeving.

Na deze eerste rijzing, doe je het deeg in een beboterde broodvorm of als je een vloerbrood wilt, leg je het op een beboterd bakblik. Weer die vochtige, warme doek er over heen en vervolgens 2 tot 5 uur laten rijzen. Vervolgens bak je het op 190 graden in een niet voorverwarmde oven (ongeveer 65 minuten). Het brood ongeveer elk kwartier even met water besprenkelen, bijvoorbeeld met een plantenspuit, voor een mooie glanzende korst.

Valkuilen
Broodbakken is een proces, wat je gaandeweg onder de knie krijgt. Mijn tip: houd je exact aan de hoeveelheden met de ingrediënten. Ongeveer en gemakzucht werkt niet bij broodbakken en leidt onherroepelijk tot frustraties en niet te vreten brood.

Rijst niet? 
Te weinig water of te weinig desem, of te veel zout.

Veel gaten in het brood?
Slecht gekneed of te veel desem in het deeg.

Veel succes!!!!!

zaterdag 10 november 2012

De reünie

27 oktober 2012 was het zover, ik kondigde hem al aan in mijn blog De reünie, uitgestelde evualatie van je jeugd........  die dag werd de reünie gehouden van de zesde klas uit 1966 van de Del Court van Krimpenschool uit Velsen-Noord. Ja, ik zat in die klas, want ik durf het nog niet aan om totaal fictieve verhalen aan u te vertellen. Dat moet je namelijk wel durven, want dan pas laat je meer van jezelf zien, dan wanneer je je baseert op feiten. 

Het oude schoolgebouw in Velsen-Noord



In maart hield het organisatie comité bestaande uit Hugo, Anneke, Selma en ik onze eerste bijeenkomst. Dat was op zich al een kleine reünie. De laatste keer dat we elkaar hadden ontmoet was twintig jaar daarvoor, tijdens de laatste reünie. We hebben namelijk één keer in de twintig jaar een reünie van deze klas. Allemaal kinderen van protestants-christelijke huize uit Velsen-Noord.

Velsen-Noord is een dorpje, ingeklemd tussen het Noordzeekanaal, Hoogovens en Beverwijk, aan de overkant van het Noordzeekanaal ligt IJmuiden. Het is vervlochten met de Hoogovens (tegenwoordig TaTa Steel), Crown Van Gelder papierfabrieken en de Nuoncentrale met aan de zuidkant een bloeiend bedrijventerrein met een hoop offshore-bedrijvigheid. In dat dorpje zijn wij in de jaren vijftig en zestig opgegroeid en naar school gegaan.
Klassenfoto 1965.

We evalueerden kort de vorige reünie, toen we allemaal achter in de dertig waren en die reünie was geen onverdeeld succes. De opkomst viel tegen en de opzet, zaterdagavond in de oude school, drankje en hapje en een muziekje, voldeed niet. Na twee uur ben je uitgepraat en ga je je afvragen, wat doe ik hier?

Dit keer zouden we het anders doen. De reünie zou overdag zijn, met een nostalgische excursie in de omgeving en een etentje toe. We vergaderden twee keer en de bestemmingen van de excursie wijzigden nogal eens. De verwezenlijking van onze eerste plannen vielen in het water vanwege de kosten. Op een gegeven moment liepen de kosten per deelnemer op tot zo'n kleine vijftig Euro en dat is nu niet bepaald een aantrekkelijk bedrag om de oud-klasgenoten massaal naar Velsen-Noord te lokken. Sponsoren liepen niet te hoop en dus moesten we wat anders verzinnen. Hieronder het verslag.

's Ochtends om kwart over negen stapte ik in mijn autootje en begon de reis naar Noord-Holland. Ik had met mijn mede-organisatoren afgesproken om half elf bij de school te zijn om voorbereidingen te treffen, zoals broodjes smeren en koffie zetten. De reünie zelf begon om twaalf uur.
Ik had slecht geslapen, toch blijkbaar last van onderhuidse spanningen over het gebeuren. We hadden er als organisatie een hoop werk aan gehad. Alleen al het vinden van in potentie veertig klasgenoten, overal over deez' aardkloot verspreid, dat is al geen sinecure. Uiteindelijk waren er plusminus twintig deelnemers aangemeld maar...... Hoeveel zouden er uiteindelijk komen? Zou het gezellig zijn? Zouden ze het door ons bedachte programma wel leuk vinden? Is er wellicht iets, wat we over het hoofd hebben gezien?
Klassenfoto 27 oktober 2012

't Werd een groot succes, om een lang verhaal kort te maken. Volgens planning kwamen rond het middaguur de eerste deelnemers binnendruppelen en vanaf het begin was de sfeer er. Anneke had een paar appeltaarten gebakken en een stapel krentenbollen ingeslagen en een kop koffie is zo geregeld. Zo rond één uur 's middags was iedereen er en werden er foto's gemaakt. Inderdaad kwamen er twintig mensen opdagen, waaronder een onderwijzer uit die tijd. Daarna zochten we de auto's op en reden naar het Hoogovenmuseum. Naar later bleek een schot in de roos, de meeste vaders van de reünisten hadden bij dit bedrijf gewerkt en dit museum bleek een feest der herkenning, we hadden het niet beter kunnen verzinnen. Door de aanwezige gidsen werden we geweldig begeleid en hebben we een gezellige en leerzame twee uur in dit geheel door vrijwilligers gerunde bedrijfsmuseum doorgebracht, het was net een schoolreisje en dat gevoel wilden we ook bereiken. In het museum vindt u van alles over de productie van staal, de bedrijfsgeschiedenis, maar ook kunst rondom staal. Heel indrukwekkend.
In de ontvangsthal Hoogovens-museum.

Vervolgens reden we terug naar school, maar iedere auto nam een andere route en zo kreeg iedereen z'n eigen nostalgische rit door het verleden. We dronken nog wat en ruimden de school op. Sommigen kregen een ontzettende aanval van nostalgie, onder wie de oud-onderwijzer en barstten in oude schoolliederen uit. Sommigen hadden last van plaatsvervangende schaamte en liepen ineens verwoed met gebruikte koffiekopjes en gebakschoteltjes te slepen.
Oude schoolliedjes zingen

Je zingt maar, maar ik luister wel of het je het goed doet..

Sommigen zongen op afstand mee......

Uiteindelijk vertrok men richting Wijk aan Zee, waar een nazaat van een van de organisatoren van de reünie een restaurant/grand café uitbaatte. Daar werd uitgebreid geborreld en gegeten en uiteindelijk zeer gezellig nagezeten.
Gezellig borrelen, eten en nazitten.....

Ik had me druk gemaakt om niks. Een reünie kan heel gezellig zijn, als je maar activiteiten verzint die mensen bindt en dat is ons gelukt.